Mens en natuur


Op 27 september 2011, in Opmerkelijk, door Ron

Mensen zijn gek op natuur en in hun liefde voor die natuur zijn ze bereid heel wat te doen. In ons land kennen we verschillende natuurbewegingen die de boel nauwlettend in de gaten houden opdat we nog zolang mogelijk kunnen genieten van die ongerepte natuur. En dat is maar goed ook, want we moeten oppassen dat we in deze tijd van technologie en onze drang naar economisch gewin het hele land niet asfalteren of volbouwen met kerncentrales.

Gelukkig hebben we onze groene vrienden en vriendinnen die ervoor zorgen dat we wel twee keer nadenken voordat we wat doen. En als we wat doen, dan moeten we daarbij de natuur niet vergeten. Door een compensatieregeling wordt elk stukje vermenselijking terugbetaald met een stukje vernatuurlijking. Hele stukken dijk worden voor mensen afgesloten om de vogels er op hun gemakje te laten broeden, zodat ze niet gestoord worden in hun natuurlijke gedrag. Wij hebben de Natura-2000 en habitat-richtlijnen om ons ervan te weerhouden dat we niets bouwen waardoor de natuur van slag zou kunnen raken. Niets mag immers gestoord worden.

Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die er inmiddels flink gestoord van worden. Er zit geen rem op die groene beweging, dat gaat maar door. Natuurlijk is het goed dat er iemand opkomt voor de natuur, maar ook daarin moet sprake zijn van regulering. Als ik op een terrasje zit en ik door mijn appelgebakje medebezoek krijg van tientallen kauwen, waardoor ik mijn gebakje geen moment uit het oog kan verliezen en het ‘t beste maar zo snel mogelijk kan opeten, is dat voor mij een teken dat de balans een eind zoek is. Je moet voor de gein eens een frietje halen bij de friettent aan het begin van Grevelingendam. Net voorbij Bruinisse aan je rechterkant. Die friet is prima, maar de lol gaat er heel erg snel af wanneer je belaagd wordt door massa’s meeuwen die even zoveel trek in je frietje hebben dan jijzelf.
Als we niet uitkijken zitten we straks vergeven van de beesten die ooit beschermd moesten worden.

Gisteren zag ik een reportage van een schooltje in Tolkamer. In dat schooltje huist de steenmarter, een beschermd beestje. Even is dat natuurlijk leuk, van die beestjes in en om je school, maar ze gaan zich er ook heel heus thuisvoelen. Ze knagen de boel stuk en doen hun behoefte in diezelfde school. Ergens op de zolder, dat dan weer wel, maar de kringen zaten in de plafondtegels. Op een gegeven moment ga je ook ruiken dat er beesten in je school zitten.
Nu bleek dat de beestjes ook nog eens vlooien meebrachten, hebben ze de boel maar ontruimd omdat het geen doen was.

De steenmarter is een beschermde diersoort. Als je daarvan last hebt moet je uiterst voorzichtig te werk gaan. Je mag ze alleen levend vangen en ze moeten binnen een half uur uitgezet worden binnen een straal van honderd meter van de plaats waar ze gevangen zijn.

Tegelijk blijkt dat die steenmarter helemaal niet zo zeldzaam is, maar met bosjes vanuit Duitsland in ons land is komen wonen. Toch mogen ze niet bestreden worden, want ze lijken erg veel op de boommarter, die wel erg zeldzaam is. Per abuis zou men de verkeerde marter kunnen bestrijden.

Ik heb helemaal geen hekel aan dieren, integendeel, maar de balans raakt zoek. Natuurlijk moeten we zuinig zijn op onze natuur, maar we moeten niet in al die groene gekte ervoor zorgen dat dieren een plaag worden. Mens en dier gaan maar in een beperkte mate samen.

Met alle respect, maar ook wij komen ergens uit een cultuur van ‘jagen en gejaagd worden’. Door het feit dat wij ons als mens hebben ontwikkeld tot hetgeen we nu zijn, heeft de natuurlijke balans verstoord. Daarvan moeten we ons bewust zijn. Wij kunnen proberen te herstellen op punten waar het fout gaat, dieren niet.

Maar we moeten niet overdrijven ..

 

Blik op week 39


Op 26 september 2011, in Blik op de week, door Ron

En terwijl de kleuters heerlijk buiten aan het spelen zijn met de zon op hun knarretjes, dat hebben ze oprecht verdiend na al die dagen nattigheid, ga ik even achter de computer om te kijken wat de komende week brengen gaat.
Ik kom eigenlijk net terug uit de klas van Michiel waar twee oud-leerlingen een gastles gaven over tweetalig onderwijs. Dat deden ze in het Engels en dat deden ze een partij goed. Hier waren het twee verlegen bolleboosjes, maar nu ontpopten zij zich tot kleine meesters in de dop en verzorgden de presentatie (bijna) geheel in het Engels.  Sommige leerlingen uit groep acht snapten er niet zo heel erg veel van, maar dat gaf niet, de twee gastsprekers hielpen ze wel op weg en iedereen kreeg een beurt, inclusief de leerkrachten.
Kleine kinderen worden groot. Leuk.

Laten we maar eens kijken wat week negenendertig brengen gaat. Ik pak mijn google-agenda er even bij.
Vanavond zou ik een bijeenkomst hebben van de GGD in Goes, maar vanochtend vroeg zag ik dat ik me er voor op had moeten geven en dat heb ik niet gedaan. Nu kan ik daar dan wel naartoe rijden, maar men rekent niet op mij. Ik blijf dus maar thuis.

Morgenochtend draai ik heel even de klas van Hilde, want zij heeft een afspraak met iemand die wat komt vertellen over lessen in typvaardigheid. Even later ontvang ik de relatiemanager van de schoolbegeleidingsdienst en spreken we over de zaken die moeten gebeuren gedurende het volgende kalenderjaar. Er zijn al wat zaken zeker voor die periode, maar er zijn ook nog zaken onzeker. Tegenwoordig kunnen we trouwens bij om het even welke begeleidingsdienst onze expertise inkopen. Zo komt er volgende week iemand van EDUX, een schoolbegeleidingsdienst uit Brabant, om te praten over een bepaald begeleidingstraject. We zijn dus niet aan één begeleidingsdienst gebonden.
Dinsdagavond heb ik een fractievergadering waarvan ik denk dat die zo gepasseerd is, want er staat bar weinig op de agenda van de raadsvergadering. Ik geloof dat er één bespreekpunt is.

Woensdag staat er overdag niets gepland, maar ‘s avonds zit ik in Kapelle voor een regiobijeenkomst van de partij. Dat zijn leuke netwerkbijeenkomsten om eens wat ervaringen uit te wisselen en kennis te nemen van elkaars problematiek. Ook vanuit de provincie zijn er vertegenwoordigers en wie weet kan ik de gedeputeerde eens vragen hoe het hem bevalt. Volgens mij voelt hij zich als een vis in het water in die functie, maar als directeur van de schoolbegeleidingsdienst deed hij het ook erg goed, vond ik.

Donderdag hebben we een raadsvergadering, maar zoals gezegd, dat zal een korte worden tenzij mensen nog wat voor de rondvraag hebben. Eén bespreekpunt is wel erg weinig.
Vrijdag heb ik een ADV-tje en het ziet ernaar uit dat ik hem nemen kan.

Mijn weekend was rustig. Vrijdag heb ik mijn gemak wat gehouden en zaterdag trok ik mijn oude kloffie maar eens aan om wat klussen aan te pakken. Ik was net terug van de Praxis toen mijn zoon belde met de mededeling dat alles niet zo lekker liep. Niet de eerste keer overigens en dat geeft maar weer eens aan hoe moeilijk het is om een relatie te combineren met een professionele samenwerking. Dus ik heb mezelf weer in het pak gehesen en ben naar hem toe gereden. Natuurlijk doe ik dat, die wetenschap is voor mij ook heel vervelend, het is immers je kind.
Ik heb hem aldoor redelijk verstandige adviezen kunnen geven, maar deze zaterdagmiddag kon ik ook weinig meer betekenen dan een luisterend en relativerend oor. Dat zijn van die momenten waarop ik denk: ‘Had die jongen nu nog maar eens een moeder die naar hem omkeek, die eens met hem kon praten in dit soort gevallen’.
Het heeft geen zin hem te vertellen hoe ik zelf zou doen in een vergelijkbaar geval, dat zou hem alleen maar verder van huis helpen. Trouwens, hij weet wat ik zou doen in een vergelijkbaar geval.

Toch verscheen er weer een glimlach op zijn gezicht toen ik vertrok. ‘s Avonds was ik er nog even om me ervan te vergewissen dat ze de zaak niet dichtgedaan hadden. Integendeel, ze hadden het lekker druk en op zondagavond was dit hetzelfde verhaal. Alles leek weer bijgetrokken te zijn.

En zo, beste lezers, geef je soms wel eens tips of ‘raad’ die niet geheel stroken met je eigen manier van doen.
Gewoon, omdat de één de ander niet is en een zoon niet altijd in de voetsporen van zijn vader hoeft te treden.
Die heeft de wijsheid immers ook niet in pacht, maar weet slechts dat groot worden gepaard gaat met vallen en opstaan.

 

Dag bomen


Op 22 september 2011, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Ga maar vast wennen aan dit gezicht. Voor het één moet het andere wijken, zo bleek op de informatie-avond over het nieuwe fietspad tussen Wissenkerke en Geersdijk. Daar was ik gisteren om er te luisteren naar twee dames van het waterschap Scheldestromen.
De avond werd redelijk bezocht, voornamelijk door belanghebbenden, al dan niet aanpalend, en raadsleden. Ik had zo hier en daar mijn twijfels over de veiligheid en ik denk dat het goed is dat, wanneer het definitieve plan er ligt, we daar nog eens kritisch naar kijken uit het oogpunt van veiligheid.

Voordelen:
– Een veiligere fietsverbinding tussen Wissenkerke en Geersdijk.
– Een verlaging van de maximum snelheid van tachtig naar zestig op het hele traject.
– Er is sprake van een afscheiding tussen weg en fietspad.
– De geplande rotonde op het kruispunt wordt waarschijnlijk dit najaar aangelegd.
– Het fietspad komt aan de oostzijde van de weg, de kant van de kernen en het bedrijventerrein.
– De oversteek op de rotonde is ruim gescheiden van het autoverkeer.
– Er liggen plannen waardoor ook Kamperland vanuit Wissenkerke veilig te bereiken is.

Nadelen:
– De bomen verdwijnen aan weerszijden van de weg, maar worden terug aangeplant.
– Brommers moeten op de weg, behalve op de rotonde.
– Het einde van het fietspad is in Geersdijk gepland op een drukke t-splitsing.
– Er zijn geen nadere plannen voor een verlenging tot Kortgene.
– Door de eenzijdigheid moeten fietsers vanuit Wissenkerke de weg een paar keer oversteken.
– Brommers moet nog eens extra oversteken in de buurt van de rotonde.

Opmerkelijkheid:
– Twee kilometer verderop ligt er een loos fietstunneltje eenzaam te wezen.

Laten we maar hopen dat het uiteindelijk veiliger gaat worden. Ik ben er nog niet van overtuigd, toch zeker niet waar het het brommerverkeer betreft. En ja, die rotonde komt er nu wat sneller aan, in het najaar wil men al beginnen en wanneer men er dan toch bezig is, worden de bomen aan de fietspadzijde alvast gerooid.
Het hele pad zou voor de bouwvak van volgend jaar gerealiseerd moeten zijn.

Oké, geen nieuws voor onze lezers van buiten de gemeente, maar ik vond het wel even fijn om hier alles eens op een rijtje te zetten.

 

Euthanasie


Op 19 september 2011, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Het zal al weer zo’n anderhalve week geleden zijn toen ik keek naar een uitzending van Knevel en van den Brink waarin anesthesioloog Lieverse onomwonden uitspraken deed inzake euthanasie. Hij zou daar niet aan meewerken, ook niet op nadrukkelijk verzoek, en zou zelfs niet doorverwijzen naar een arts die dat mogelijk wel zou doen.

De richtlijn van de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) is vernieuwd. Niet alleen ondraaglijk lichamelijk lijden is een grond voor euthanasie, ook ouderdomskwalen en psychisch lijden zouden een reden kunnen zijn voor dit verzoek. Hoe dan ook, de arts die in het programma aan het woord was, zou daar sowieso niet aan meewerken omdat hij dat geen goede oplossing vindt. Nee, en zo zei het dat letterlijk, hij zou de patiënt ervan proberen te overtuigen dat ze gewoon zichzelf kunnen zijn, ook al zitten ze in een nare situatie. De ene dag is immers niet de andere dag.
Het KNMG stelt dat, wanneer een arts niet aan het verzoek wil meewerken, de arts verplicht is de patiënt door te sturen naar een arts die dat misschien wel doet. Ook dat weigert Lieverse te doen.

Op grond van je geloofsovertuiging (of welke overtuiging dan ook) kun je tegen het vroegtijdig beëindigen van het leven, of daaraan meewerken, zijn. Ik heb daar alle respect voor, geloven staat je vrij. Wat je met je eigen leven wilt, moet je helemaal zelf weten. Dat mogen artsen over hun eigen leven denken, maar dat mogen naar mijn mening ook patiënten over hun eigen leven denken. Dat zal voor beiden een weloverwogen besluit zijn.

Dan rijst er mij de vraag of artsen zo arrogant en zelfingenomen mogen zijn om voor hun patiënten te beslissen. Hen hun medewerking weigeren en tevens de verwijzing naar een andere arts. Kan dat zomaar ? Moet je je als patiënt, die eigenlijk niet meer verder wil, nog laten overtuigen door een arts van het feit dat er morgen misschien een dag is dat het beter gaat. Dat lijkt mij een gepasseerd station.

Ik heb me doodgeërgerd aan die man, omdat het jammer genoeg zo herkenbaar was, omdat ik zelf heb meegemaakt dat iemand het verzoek geweigerd werd. Ik was erbij. De huisarts wilde graag meewerken, maar de arts van het ziekenhuis wilde het dossier eerst nog eens bekijken om te zien of er nog mogelijkheden waren. Dat zei hij aan het bed van mijn broer aan wiens lijf geen enkele spier meer werkte, behalve aan het hoofd en het hart. Die in en uit bed geholpen moest worden met een liftinstallatie, die zijn behoefte kon ophouden door een plug in de anus, die gemasseerd moest worden om te hoesten en die dag in dag uit wakker werd met de teleurstelling dat hij nog leefde. Een jonge vent.

Elke leek kon zien dat dit geen leven meer was, maar nee, er was daar nog een arts die mogelijkheden zag.
Een weeklang heeft hij zich erdoorheen moeten tergen voordat zijn wens op een natuurlijke manier in vervulling ging. Ik kan me niet voorstellen dat er één geloof op de wereld bestaat dat goedkeurt dat een mens op deze manier afscheid moet nemen van het leven.

 

Blik op week 38


Op 18 september 2011, in Blik op de week, door Ron

Nog even en we beginnen aan week achtendertig. Ik heb vandaag even tijd omdat ik besloten heb maar eens niet te klussen vandaag, maar mijn gemak wat te houden. Ik weet niet wat ik gedaan heb, maar ik heb een krampachtig gevoel in mijn linker onderarm bij alles wat ik doe. Dat zal in de loop van de week wel overgaan, denk ik.

Deze week is het geen politieke week, we hebben de afgelopen week meer dan genoeg zien passeren, dus denk ik dat komende week nog wel wat ruimte heeft hier en daar.
Maandagmorgen zit ik in Wilhelminadorp voor een beoordelingsgesprek. Op school ben ik ook druk met het voeren van beoordelingsgesprekken, nu is het mijn beurt om er één te voeren met de algemeen directeur. Ik heb zo’n gesprek nog nooit gehad, dus ik hoop er wat van op te kunnen steken waar het gaat om het ontwikkelen van mezelf als directeur. Er zijn altijd aandachtspunten die beter kunnen. Ik moet daar zelf natuurlijk wel het nut van inzien, zo eigenwijs ben ik dan ook wel weer.
Aan het eind van de maandagmiddag staan er twee oudergesprekken gepland en ‘s avonds staat er niets in de agenda.

Op dinsdagmorgen zit ik weer in Wilhelminadorp, dit keer voor een directieberaad. Ik heb de afgelopen week de agenda vluchtig bekeken, maar ik vermoed niet dat de vergadering zal uitlopen.
Aan het eind van de middag gaan wij met een aantal teamleden naar een bijeenkomst over referentieniveaus in het dorpshuis van Kortgene. Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en straks ook te kunnen meten, heeft men de wet referentieniveaus in het leven geroepen. Het gaat hierbij om niveaus die leerlingen minimaal moeten beheersen op de verschillende overgangsmomenten in hun schoolloopbaan bij de vakken taal en rekenen. Of dat een haalbare kaart is, dat gaan we afwachten. Over een jaar of twee, wanneer de wet overal ingevoerd is, zal de inspectie refereren aan die niveaus bij de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs van de school.

Op woensdag staat er in mijn agenda: schoolvoetbal. Ik ga mijn best doen om erbij te zijn, dat is er de laatste jaren wat vaak bij in geschoten. Onze jongens zullen met twee teams meedoen en de meisjes met één team. Mij maakt het niet uit, als we maar winnen van Kamperland. Dat is de streekderby. Natuurlijk mogen ze verliezen, maar niet van Kamperland. Zo moeilijk moet dat toch niet kunnen zijn ?
Woensdagavond is er een informatiebijeenkomst over een aan te leggen fietspad tussen Wissenkerke en Geersdijk. Aangezien het veilig fietsen tussen de Noord-Bevelandse kernen hoog in ons politieke vaandel staat, ben ik daar even bij.  Het fietspad zal beginnen in de dorpskern Wissenkerke en zal eenzijdig aan de oostzijde van de Provinciale weg komen te liggen. Ik ben benieuwd hoe het eruit komt te zien ter hoogte van de kruising met de Oost-Westweg.

Voor de rest is het deze week rustig in de agenda. Fijn, dan kan ik op school lekker doorwerken aan zaken die blijven liggen en op termijn af moeten zijn.

Mijn weekend was verder niet schokkend. Vrijdagavond ben ik druk doende geweest met het aansluiten van het urinoir op de riolering. De muuraansluiting had ik al gemaakt, nu was het nog een zaak van passen en meten om de sifon van het urinoir passend te krijgen. Een kwestie van de goede hoogte en diepte. Het is nu in orde en het lekt niet. Je zou hem kunnen gebruiken, maar dan moet je er wel een emmer water achteraan kiepen.
Het maakt trouwens niet uit op welk tijdstip je aan de riolering werkt, het stinkt altijd. En dat is
‘s morgens vroeg niet erger dan ‘s avonds. Een verzamellucht van alles wat rottende is, de lucht van destructie. De verwerkelijking van het dier in de mens. Zoveel verschilt die lucht niet van een dierentuin of de swamp in Afrika. Hoe dan ook, het went, na een tijdje ruik je het niet meer.

Zaterdag ben ik geruime tijd bezig geweest in de zaak van mijn zoon. De website moest ge-update worden, de menukaarten waren veranderd. Aangezien niemand daar een digitale versie had, jawel, ze moesten ergens zijn, maar konden zo vlug niet gevonden worden, heb ik alles over zitten typen. Ondertussen is het wel eens leuk om mee te maken hoe ze zich daar voorbereiden op de werkzaamheden. Alles voor de zaterdagavond was gereserveerd, volle bak, en ik kan je vertellen dat daar een hoop geregisseer aan vooraf gaat. Ik zal vanavond eens vragen hoe het geweest is.

 

 

Begrotingsdag


Op 16 september 2011, in Politiek, door Ron

Gisteren had ik een begrotingsdagje. ‘s Ochtends had ik een bespreking op het bestuurskantoor over de schoolbegroting en ‘s avonds had ik een bespreking over de gemeentebegroting. Daartussen zit een groot verschil. Natuurlijk in euro’s, dat verschil loopt op tot een kleine vierentwintig miljoen, maar ik snap ook veel meer van de schoolbegroting dan van de gemeentebegroting.

De begroting van school had ik grotendeels al voorbereid voordat ik daarover in bespreking ging. Dan houd je rekening met het feit hoe je het de voorgaande jaren vanaf hebt gebracht, je houdt rekening met de ontwikkelingen die op school te verwachten zijn en je houdt een beetje rekening met het feit dat alles duurder wordt. Veel dingen weet je zeker en dat praat een hoop makkelijker. Door veel zelf te doen, weet ik precies waarover ik praat. Ik heb echter niet de totale schoolbegroting in de hand.

Bij onze school gaat het over een relatief kleine begroting van een halve ton, waarin geen salariskosten zitten, gebouwen, afschrijvingen. Het gaat meer om de exploitatie. Leermiddelen dus. Ook de schoonmaakkosten, de energiekosten en het klein onderhoud zitten daarbij. Vergeleken bij andere scholen van onze omvang denk ik dat we geen dure instelling zijn binnen de stichting. Maar goed, die begroting snap ik dus. Wellicht omdat die meer ‘spreekt’ dan de gemeentebegroting.

De gemeentebegroting is om te beginnen al een onhandig boekwerk met heel veel cijfers waarvan ik denk dat geen enkel raadslid die tot op de komma gaat zitten checken. Wij kijken als raad naar de hoofdlijnen en de getallen onder de streep. Niet alleen voor dit jaar, maar ook voor de komende vier jaren. In totaal gaat het om iets meer dan vierentwintig miljoen euro.
In die begroting zitten zekerheden en onzekerheden. De grootste onzekerheid is wel dat men tot op heden nog niet weet wat de uitkering wordt van het rijk. Dat wordt waarschijnlijk minder dan voorgaande jaren, maar hoeveel minder is niet bekend.

Wij, als raad, zoeken aan het eind die begrotingsdans naar een manier om de begroting sluitend te krijgen. Dat zijn meestal gaten van één tot drie ton, die, wanneer er niets gebeurt, uitgroeien naar een tekort van acht tot negen ton.
Deze discussies hebben we eigenlijk nog maar twee jaar gevoerd. Voor die tijd was het niet nodig om heftig te discussiëren en konden we onze burgers steeds nul procent belastingverhoging voorschotelen.

Sinds een paar jaar moeten we dus op zoek naar manieren om gaten te dichten. Dit alles onder leiding van een licht panikerende wethouder die honderduit praat maar eigenlijk niets vertelt. De materie wordt er in ieder geval niet transparanter door. Vorig jaar hadden we besloten dat de onroerend-zaak-belasting omhoog moest, de rioolheffing fiks bijgesteld moest worden en dat de zogenaamde forensenbelasting geïndexeerd diende te worden. Onze burger moest dus met verhogingen de gaten gaan dichten in die begroting.

Dat valt allemaal nog wel te snappen tot het moment dat we dit voorjaar in de krant konden lezen dat we vier ton overhielden. Vier ton ! Dat is meer dan al die verhogingen bij elkaar opbrachten. Goed beschouwd hadden we helemaal geen verhogingen door moeten voeren, zelfs dan hadden we nog twee ton overgehouden.

Met die wetenschap ben ik dus naar het gemeentehuis gegaan gisteren. Weer een relaas van heb ik jou daar van de wethouder. Voorzichtigheid dit en een beetje meer van dat en we weten niet of ..
En we zaten weer met een budgetprognose voor onze neus welke van gelijke aard was als voorgaande jaren. Dit jaar een halve ton tekort, volgend jaar twee en ga zo maar door. Het voorstel is om weer de onroerend-zaak-belasting te verhogen, de rioolheffing aan te passen en de forensenbelasting te indexeren.
Kijk, en dan kan ik het niet meer volgen.

Waar is die vier ton gebleven ?
Onze burgers hadden extra geld moeten ophoesten dat later eigenlijk niet nodig bleek.
Ik vond die vier ton nergens terug. Ik denk waarschijnlijk te simpel.
We hebben vorig jaar mensen teveel laten betalen, dat leverde een onverwacht voordeel op en vervolgens profiteren diezelfde mensen niet van dat voordeel. Sterker nog, er wordt dit jaar voorgesteld om dezelfde maatregelen te nemen als vorig jaar. Als iemand mij vraagt waarom dat is, dan kan ik dat echt niet uitleggen.

Die vier ton is in de algemene reserve gegaan, zo heb ik me laten vertellen, daar wordt rente van getrokken. Het schijnt niet de gewoonte te zijn om dat geld aan te wenden om een begroting sluitend te krijgen.

Ik schijn het allemaal verkeerd te begrijpen en te zien. Een duidelijk verhaal waarin enige logica zit heb ik nog niet horen vertellen. Maar ik kan je wel vertellen dat, wanneer blijkt dat we straks weer tonnen gaan overhouden, we onze vraagtekens gaan zetten bij de kundigheid van de portefeuillehouder, die er vooralsnog vanuit gaat dat praatjes gaatjes vullen.

 

En wanneer je denkt dat ik werkelijk het hele weekend dingen loop te verbouwen, dan heb je het mis. Ik neem rustig de tijd om eens een peukje te roken, een bakkie te drinken of, zoals dit weekend, eens een film op te zetten.

Vorige week kwam er een film in de bus rollen, ik bestel tegenwoordig nogal wat zogenaamde cult-films, die dezelfde titel draagt als dit internetstukje. De recensies die je erover leest zijn zeer uiteenlopend. Sommige mensen vinden het bagger, sommige mensen vinden het prachtig. Wanneer je de film bekijkt, zul je zien dat deze uiteenlopende meningen begrijpelijk zijn.

Laat ik eens ergens een korte samenvatting van de film zoeken:

“Amélie is op zoek naar liefde, en de zin van het bestaan. Ze is een serveerster in het centrum van Montmartre, waar ze contact heeft met haar buren en klanten, alsmede met een mysterieuze foto-verzamelaar. Langzaam realiseert Amélie zich dat de weg naar geluk zich niet vanzelf zal openbaren, maar dat ze hier initiatief voor zal moeten tonen. Zij treft haar geluk door zich in te spannen voor het geluk van anderen”.

Die beschrijving gaat kort door de bocht, maar in feite komt het daar wel op neer. Toen ik het begin van de film zag, wilde ik hem eigenlijk gelijk uitzetten. Ik ergerde me vooral aan de vertelstem en de kinderachtige manier van filmen en weergave van zaken. Maar op een gegeven moment stoorde me dat niet meer, viel het niet meer op, en boeide de film me in zekere mate. Oké, niet alledaags, maar wel met een verhaal, een rode draad en ja, ook met een zekere moraal.
Ik zou hem zeker aanraden, maar de kans dat de film iemand anders niet bevalt is groot.

Het bestellen van die cult-films is eigenlijk in de vakantie tot stand gekomen. Ik keek eens wat in de agenda’s van kleine bioscoopjes, schreef de namen van de films op die mij mogelijk wat leken en bestelde ze vervolgens via internet waar bleek dat de prijzen van die films erg meevallen.

Bij deze film ging het wat anders. Met deze film kwam ik ‘in aanraking’ door de filmmuziek. Ik hoorde ergens een mooi nummer, een nummer dat mij erg aansprak en al googlend, via youtube, kom je dan bij die film uit. De CD van die filmmuziek bestelde ik voor nog geen vijf euro.

Jullie kennen die muziek waarschijnlijk ook. Het hoort bij een reclamespotje, het is op dit ogenblik de huis-tune van de Rabobank. Wel, nu weten jullie ook welke film erbij hoort.

 

Blik op week 37


Op 12 september 2011, in Blik op de week, door Ron

En of het dit weekend een buitje gedaan heeft. In Zeeuws-Vlaanderen zijn er hagelstenen gevallen die zo groot waren als pingpongballen. Auto’s zien eruit als grote poffertjespannen en goten zijn tot een vergiet verhageld. De verzekeringsmaatschappijen zullen het druk hebben vandaag.
Hier is het overigens meegevallen. Wel veel geflits en gerommel, maar geen enorme hoeveelheden regen.

Laten we maar eens kijken wat de komende week brengen gaat. Ik dacht, zo uit mijn hoofd, dat het redelijk druk ging worden. Vanmorgen had ik een gesprek over de dorpse Sinterklaasviering in november. Het NUT organiseert in die periode een kindervoorstelling en het zou leuk zijn wanneer we daarbij konden aansluiten. Dat heeft zo zijn voors en zijn tegens. Een perfect programma met weinig voorbereiding, geen uiterlijk verschillende dubbelgangers in één week en weinig voorbereiding. Aan de andere kant zal er ook geen rondgang door het dorp zijn, geen optreden van de harmonie (het zou op woensdagmiddag zijn en niet op zaterdagmiddag) en is het toegankelijk voor het hele eiland en niet alleen voor de kinderen van het dorp.
Ik vind dat niet zo’n probleem, maar ik zal vandaag eens rondmailen om te kijken wat de andere mensen van de organisatie ervan denken.
Vanavond heb ik een fractievergadering met het oog op de raadsvergadering van donderdag.

Op dinsdagmorgen ontvang ik de directeur van het beveiligingsbedrijf. Onlangs is er hier een brandmeldinstallatie geïnstalleerd, maar niemand weet hoe en wanneer het werkt. Ik hoop dan wat wijzer te worden.
‘s Middags heb ik de oud-accountmanager van onze netwerkbeheerder op bezoek. Hij zal met mij spreken over een vorm van cloudcomputing, hetgeen volgens hem het neusje van de zalm is. Hij zal mij moeten overtuigen. Het is waarschijnlijk een duur neusje van de zalm en waarom zou je betalen als het ook voor niets kan. Google biedt dezelfde diensten. Maar goed, hij denkt dat het wat is voor alle directeuren. Ik hoor het wel.
Na schooltijd heb ik een vergadering met een klein clubje collega’s. Drie van onze leerkrachten zitten inmiddels (al een tijdje) vijfentwintig jaar bij het onderwijs en Ella gaat per één oktober met pensioen. Om niet vier keer iets te hoeven vieren, kunnen we het beter combineren. We gaan eens kijken wat de mogelijkheden en de wensen zijn. Geen van allen kiest voor een receptie. In het geval van Ella proberen we toch iets te organiseren waarbij ouders uitgenodigd kunnen worden.

Woensdag heb ik belangstellende ouders uit een naburig dorp op bezoek. Ik zal ze trakteren op een uitgebreide rondleiding. ‘s Middags organiseren Bettie en ik een workshop voor de collega’s. In verband met de zogenaamde één-zorgroute moet er gewerkt gaan worden met groepsplannen. Misschien zegt jou dat wel niets, maar het is een manier om de onderwijsbehoeftes van al je leerlingen in de klas in kaart te brengen zodat er een werkbaar overzicht ontstaat waarop je in één oogopslag kunt zien wat er moet gebeuren.
Daarvoor moeten er wel allerlei zaken ingevoerd worden. Dat gaan we gezamenlijk doen. We bieden hulp en ondersteuning waar nodig. Het wordt een doe-middag met resultaat.

Donderdagmorgen zit ik in Wilhelminadorp om over de begroting van onze school te praten. Vooruit kijken naar het volgend kalenderjaar en verder. Wat hebben we nodig, wat is er aan vervanging toe en wat zijn de te verwachten kosten in het licht van de schoolontwikkeling. Ik zal me daar morgenmiddag eens op voorbereiden.
Donderdagavond hebben we een raadsvergadering, maar ik dacht daar ook iets voor te hebben. Ook iets met een begroting, maar dan de gemeentelijke begroting. Ik heb dit schijnbaar niet in de agenda gezet, maar de stukken zijn wel al binnen. Grote kans dat dit op vijftien september plaatsvindt. Ik zal het vanmiddag thuis eens checken.

Op de vrijdag staat er (nog) niets, maar de week lijkt me heel goed te doen, niet superdruk, maar ook niet saai.

In het afgelopen weekend heb ik voornamelijk lopen klussen. Die badkamer wordt nog eens wat. Zoals verwacht heb ik helemaal niet meer aan de opening van het scoutinggebouw gedacht, ik ga dat op een ander tijdstip nog eens bewonderen. Ik heb een metaalkleurige strip gezet in het tegelwerk aan de wanden van de badkamer en dat staat heel chique. Het urinoir heb ik nu eindelijk eens vastgezet, maar het is nog niet aangesloten op het water en de riolering. Je kunt het dus nog niet gebruiken. Jawel, je kunt het wel gebruiken, maar door het ontbreken van het binnenwerk heb je grote kans dat je schoenen vollopen. De kraan boven mijn fonteintje, een soort waskommetje, doet het leuk. Het is grappig om te zien dat er zomaar een werkend kraantje uit de muur komt. De kraan aan de wastafel is minder grappig. Die heb ik ook aangesloten. Het is zo’n designkraan waar het water in een reepje uitkomt, een zogenaamde watervalkraan. Die zou voor een wastafel zijn, tenminste, zo heb ik hem gekocht. Maar toen ik de kraan opende was mijn hele kruis nat. Dat kan wel eens makkelijk zijn, maar zeer zeker niet te bedoeling. De straal is zo krachtig, dat hij bij volledige opening over de wastafel heen gaat. Ik heb echter geen zin om steeds heel voorzichtig een kraan te openen, dus heb ik een andere besteld. Mocht je nog een kraan nodig hebben ? Geef maar een seintje, ik heb er twee liggen.

Zoals inmiddels gewoonte lijkt te worden, heb ik zondagavond een hapje gegeten bij mijn zoon. Zeebaars, en dat was erg lekker. Bij de garnering lagen twee zogenaamde scheermessen, een soort schelpdieren. Mijn zoon gebruikt ze eerst een tijdje in de garnering alvorens er een maaltijd omheen te bouwen. Ik moet er wel erg aan wennen. Het ziet er heel mals uit, maar het vlees heeft een beetje de structuur van inktvis. Dus eerder wat elastiekerig. Van zichzelf heeft het niet zo heel veel smaak, dus moet je er zelf wat van maken.

Dat is met veel dingen zo. Toch ?

 

Uniformiteit


Op 8 september 2011, in School, door Ron

Uniformiteit in het onderwijs. Daarover werd ik gisteren gebeld door een journaliste van de regionale krant, terwijl ik genoot van een wandeltocht in de Kamperlandse natuur tijdens de personeelsdag.

De burgemeester van Goes had ergens verkondigd, vandaag lees ik dat hij dat op persoonlijke titel heeft gedaan, dat het invoeren van uniformen geen verkeerde zaak zou zijn voor het onderwijs. Het zou binding geven met het onderwijs en het zou een belangrijke rol kunnen spelen in de herkenbaarheid en veiligheid van de kinderen.

De journaliste wilde van mij weten hoe ik daar als schoolleider over dacht. Eerlijk gezegd overviel de mevrouw mij nogal met die vraag. Ik verwachtte op dat moment helemaal geen telefoon en wanneer blijkt dat er iemand van de krant aan de andere kant hangt, speelt er razendsnel vanalles door je hoofd. Zij heeft mij moeten vertellen wat die burgemeester had verkondigd, want zelf had ik dat bericht gemist. Het zal waarschijnlijk opgemerkt zijn vanwege een school, elders in het land, waar het schooluniform verplicht gaat worden.

Er wordt gekeken naar het buitenland, met name België en Engeland, en dat het daar gemeengoed is. Er wordt gerefereerd aan eigen jeugdervaringen en dat men niet beter wist. Men trekt de link naar het bedrijfsleven waar het dragen van eenduidige kleding de normaalste zaak van de wereld is.
Niemand legt verbanden naar China of Korea, naar dood en verderf of naar de opgelegde wil van een regime.

Wie mij kent weet op voorhand al wat ik de journaliste geantwoord had. Ik houd juist van pluriformiteit en vind dat kinderen juist anders moeten kunnen zijn. Dat geld niet alleen voor het anders zijn in denken, maar ook voor het anders zijn in uiterlijk. Dat dit merkkleding betreft, want dat schijnt nu het bewuste addertje onder het gras te zijn, zal ons en het kind in principe een worst zijn.

Kinderen met het Zeemannetje of andere merkloze kleding zouden vaker gepest worden dan het kind met de merkkleding. Ouders die weinig te makken hebben zouden zich in onmogelijke bochten moeten wringen om hun kind toch maar mooie merkkleding te laten dragen.
Gaan we dat oplossen met een schooluniform ? Het lijkt een makkelijke oplossing, maar zo makkelijk kom je er niet mee weg, ben ik bang.

Het is een probleem van ouders, niet van kinderen. Kinderen kijken niet naar merken. Die kijken voornamelijk naar kleuren en gebruiken vriendjes en vriendinnetjes als referentiekader. Het zijn de ouders die op het merk sturen, dat schijnbaar staat voor status. Het zijn de ouders die daarover oordelen en veroordelen en dat nemen de kinderen over. Meer is het eigenlijk niet. Wanneer dit escaleert in pestgedrag moeten ouders zich ervan bewust zijn dat zij de voedingsbodem zijn.
Die kift zou net zo goed kunnen ontstaan door tassen, sieraden, mobieltjes, mp3-spelers, de auto van pa of de keren vakantie per jaar van het gezin.

De oplossing zit ‘m niet in het zoeken naar uniformiteit, zo hebben ze ook hele bevolkinsgroepen stil willen krijgen, maar het respecteren van pluriformiteit, het anders zijn en het te beschouwen als een toegevoegde waarde in onze samenleving.

 

Grenzenloos


Op 6 september 2011, in Politiek, door Ron

Waar zou ik het met jullie over willen hebben in een stukje waarboven ‘grenzenloos’ staat ? We zien aldoor grenzen vervagen en vervallen. Neem bijvoorbeeld de Europese Unie, daarvan weten we allemaal dat de grenzen (deels) zijn weggevallen. Of je er nu blij mee bent of niet, het is maar hoe je het bekijkt.
Voor de internationale handel kan het gunstig uitpakken, maar een werkloze die zijn baantje ingepikt ziet worden door een Roemeen is waarschijnlijk een andere gedachte toegedaan. Ik begrijp beide meningen.

Vandaag wil ik het daar niet over hebben, daar heb ik ooit al eens iets over geschreven, wellicht doe ik dat nog eens, maar niet vandaag. Wat mij dwarszit en nu gelukkig weer in het nieuws komt, is het grenzenloze binnen onze Nederlandse grenzen. Daar waar vrijheid hoog in het vaandel staat en er een regering is die balanceert op het vlak van grenzen stellen aan vrijheid. Het lijkt heel tegengesteld, immers waar blijft het begrip vrijheid wanneer er grenzen aan worden gesteld. Daar heeft men het in dit land schijnbaar wat moeilijk mee. Alles moet maar kunnen indien je met je vrijheid een ander maar niet dwarsboomt en je je binnen de kaders van de wet beweegt.

Ik ben ook erg gesteld op mijn vrijheid, ben een fervent voorstander van die vrijheid, maar niet grenzenloos. Wanneer mij iets raakt op fysiek gebied dan is de grens van die vrijheid voor mij duidelijk, maar hoe zit het met zaken die mij op emotioneel gebied raken ? Dan zijn grenzen minder makkelijk te stellen en juist daardoor zien mensen mogelijkheden om vrijheid te pakken waarvan ik denk: ‘Kan dat wel ? Kwets je daar geen groepen mee ? Voelen anderen, immers ook medemensen, zich nu nog wel zo vrij ?’

Kun je alles roepen in het kader van het recht op vrije meningsuiting ? Mag je alles uitgeven in het kader van vrijheid van drukpers ? Hoever kan je gaan binnen de grenzen van de vrijheid van godsdienst ? Regelmatig worden deze vragen gesteld omdat daar regelmatig een aanleiding voor is, al dan niet van politieke aard.
Eén van de vrijheden, google er maar eens op, we hebben er (gelukkig) nogal wat, is de vrijheid van vereniging en vergadering. Dat lijkt zo op het eerste gezicht vrij onschuldig, maar juist aan deze vrijheid ga ik ernstig twijfelen wanneer ik hoor dat er een vereniging van pedofielen is waartegen men niets kan doen, omdat men zich beroept op het recht van deze vrijheid. Ik schreef er in week vijfentwintig ook al iets over en nu is er (eindelijk) iemand die de kamer een pedopetitie gaat aanbieden en een kwartier krijgt om zijn verhaal te vertellen waarom die vereniging verboden zou moeten worden. Zou iemand dat dan al op voorhand niet begrijpen ?

Dus mensen die van misdaden houden mogen zich verenigen ? Van de wet wel, zolang het maar niet leidt tot daden. Dus de vereniging van pyromanen mogen vergaderen over allerlei technieken om iets in de fik te steken, zolang ze het maar niet doen. Moordlustigen kunnen zich verenigen en onder een bakkie elkaar lekker zitten maken over hun fantasiëen. Wees niet bang, ze doen het niet, ze houden zich aan de wet, ze praten er alleen maar over.

Jammer genoeg weten we wat de achtergronden zijn van een aantal voormannen van die pedofielenvereniging. Mede door hen is er een heel netwerk opgerold van nog meer vieze mannetjes die het niet bij vergaderen alleen hielden. Misselijkmakende verhalen verschenen er weer in de media, maar de regering moet schijnbaar nog overtuigd worden van het feit dat zo’n vereniging niet kan.

De Nederlandse grenzenloosheid gaat in mijn ogen alle perken te buiten ..