Blik op week 44


Op 30 oktober 2011, in Blik op de week, door Ron

En na een weekje vakantie met gemengde gevoelens gaan we maar gewoon weer door met hetgeen waarin ik goed ben: Doen alsof er niets aan de hand is met de blik op de toekomst, in ieder geval op de volgende dag. In drukke tijden leef je maar het best met de dag tegelijk. En waar afgelopen week één lange dag leek, zal ik nu weer moeten wennen aan het ritme van alledag. 

Deze zondag geeft me een uurtje extra.

De komende week staat veelal in het teken van de gemeentelijke begrotingen, een materie waar ik soms moeilijk kop of staart aan kan krijgen. En juist op een moment dat ik denk dat ik het begin te snappen, geeft er iemand weer uitleg over iets waardoor ik daar weer aan ga twijfelen. Gelukkig wordt het raadsleden makkelijk gemaakt en is de hele santekraam samengevat op één a-viertje dat gelukkig begrijpelijk en leesbaar is.

Laten we maar eens kijken wat week vierenveertig bengen gaat en hoe dat er dan uitziet. Morgenmiddag staat er een overleg in het gemeentehuis met de werkgroep Leefbaarheid om met elkaar van gedachten te wisselen hoe de toekomst van Noord-Beveland eruit kan komen te zien in tijden van krimp. Voor ons, als onderwijsmensen, is het belangrijk om daarin mee te kunnen denken.
In kleine kernen, en daar hebben we er zes van in onze gemeente, is het behoud van een onderwijsvoorziening van wezenlijk belang voor de leefbaarheid. Echter, er lijkt een tijd te komen dat we aardig gaan ontgroenen (veel senioren in plaats van junioren) en dat zou ten koste kunnen gaan van de kleine schooltjes. Ook onze school komt, volgens de prognoses, over een zestal jaren in de gevarenzone. Dan kan je je oogkleppen op gaan zetten en strijden voor het (zolang mogelijke) behoud van je schooltje, maar je kunt ook vooruit gaan kijken en je in het achterhoofd houden dat kwalitatief goed onderwijs het belangrijkste is. Belangrijker nog, denk ik, dan de fysieke aanwezigheid van een school in de kleine kern. Het beste voor het kind zou hetgeen moeten zijn dat ons bindt.
‘s Avonds heb ik niets en dan reis ik even af naar Zeeuws-Vlaanderen. Mijn vader heeft de afgelopen week een paar dagen in het ziekenhuis gelegen en ik heb hem nog niet gezien. Hij is al een paar dagen thuis en zegt dat alles prima gaat, maar dat zegt hij altijd.

Dinsdag staat er niets bijzonders in de agenda. Een fractieoverleg ‘s avonds, maar ik heb geen idee waarover we het moeten hebben.
Woensdagavond heb ik weer een overleg in verband met de krimp, maar nu met de overkoepelende commissie waarin ik zit. Daarin zit leefbaarheid, samen met bouwen en wonen en zorg, samen rond de tafel om te monitoren hoe het proces verloopt in de deelgroepen.

Donderdagavond heb ik een begrotingsraad, waarin de fracties eerst hun algemene beschouwingen voorlezen. Ellen zal dit voor onze fractie doen, ik heb ze de afgelopen week geschreven. Een niet al te lang verhaal, maar hier en daar wel kritisch.
Daarna wordt er vergaderd over de begroting, waarvan ik denk dat ik het verloop al wel ken. De oppositie wil een verhoging van de onroerend zaak belasting, de coalitie wil dat niet en wil een verhoging voor het rioolrecht. Omdat deze laatste maatregel ook onze minder vermogende medemens treft, zijn wij daarop tegen. Ook de toeristenbelasting staat ter discussie. Een inflatiecorrectie is wat ons betreft geen probleem. Daarmee zullen de andere fracties ook instemmen en daarmee is de kous af.

Op vrijdag heb ik een ADV-dag waarop ik een aantal zaken nu eens niet moet vergeten. Ik moet naar de kapper en ik moet wat kleding bij de stomerij gaan halen. Twee zaken die om de één of andere reden niet zo in mijn systeem willen.
‘s Avonds hebben we een begrotingsdiner met de leden van de gemeenteraad, het college en het ambtelijk apparaat. Dat is deze keer hier op het dorp, dus ik kan het aanlopen.

Mijn afgelopen week verliep op zich rustig. Je hebt weinig van me vernomen, mijn hoofd stond daar niet zo naar. Ik heb veel nagedacht over wat ooit was, doeken die vallen, punten die gezet zijn en de zin van het leven.
Verdrietig genoeg heb ik afscheid moeten nemen van een oude vriendin van me, hetgeen ongetwijfeld de aanleiding was voor mijn afdwalende gedachten. Het was een vreemde bijeenkomst. Hoewel ik veel mensen kende voelde ik me knap eenzaam in dat gezelschap. Zo weinig herkenning, zo weinig van haar, maar een sociaal wenselijke poppenkast die mijn emoties onberoerd liet.
Dat lijkt een beetje hard, zoals het er staat, maar ik heb geen zin om te schrijven dat het zo’n mooie en warme bijeenkomst was, terwijl het dat voor mijn gevoel niet was. Ik voelde me niet één van hen, er was geen gedeeld verdriet en behalve over wat oppervlakkigheden heb ik niemand echt gesproken.

Ik ga het tussen de bedrijven door een plaatsje proberen te geven.

 

Zomaar weg


Op 22 oktober 2011, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

 

 

Zomaar weg, zonder dat ik het wist. Ik sprak haar twee weken geleden nog, ze was vrolijk, maar ziek. Vol goede moed, dat wel, maar uiterlijk niet meer dezelfde. Geen haren, geen wenkbrauwen, geen wimpers. Ik had ze in eerste instantie niet herkend, maar gedurende het gesprek zie ik dat dan niet meer. Dat gaat vanzelf bij mij, alsof herinneringen daar een waas overheen leggen.
We spraken af elkaar nog eens gauw te ontmoeten om bij te kletsen over de zaken die voorbij gegaan waren, maar die mogelijkheid hoort ineens bij hetzelfde verleden.

Het was een vreemd begin van de ochtend. Per toeval las ik de overlijdensadvertenties en stond stil bij een advertentie die ik niet wilde geloven, en opnieuw en opnieuw las. Vanmiddag zat er bij de post een kaart en weer werd ik er stil van, een raar gevoel bekroop me op dat moment alsof ik het bewijs in handen had dat met alle twijfels afrekende en dat een einde maakte aan alle hoop op vergissingen.

Het lukt me vandaag niet om ergens anders aan te denken, steeds voert mijn gedachte me mee langs de denkbeeldige fotootjes in mijn hoofd die meer zeggen van gevoel dan van zien. Wanneer je tien jaar van elkaars leven gedeeld hebt is dat een bonte maar lieve verzameling geworden. Een onherroepelijke collectie ter illustratie van wat ooit was, nooit meer zo zou worden, maar het niet verdiende om zo plots te eindigen.

Jawel, ik heb nog wel echte foto’s ergens in de kast of een film van een vakantie, maar daar taal ik vandaag niet naar. Dat doe ik ooit nog wel eens, nu niet. Vandaag denk ik terug aan een periode van intense liefde waarvan ik dacht dat ze niet bestond, balancerend op de rand van hartstocht en haat, de roze wereld waarin ik me opladen kon voor het leven van alledag.

Niemand zal die herinnering afnemen, zeker niet nu.

 

 

Cee Cee James


Op 20 oktober 2011, in Muziek, door Ron

Wat vind je hiervan ?
Ik was werkelijk onder de indruk !
Deed me een beetje aan Janis Joplin denken ..

 

Uninspired


Op 19 oktober 2011, in Algemeen, door Ron

Uninspired, zo heet het kleine kunstwerkje dat ik hiernaast heb ingevoegd en dat deed me gelijk denken aan een onderwerp uit een ondernemersblog van Robert Mekking op Nuzakelijk.
Bij tijd en wijle lees ik daar om ideeën op te doen of me gewoon eens te vermaken.

Ik las daar laatst het stukje met de titel ‘De Onspirator’. Ik denk dat iedereen graag geïnspireerd wordt om bepaalde zaken te beginnen, te ontwikkelen of te bereiken. In romantische zin spreken we over een muze, in het dagelijks leven hebben we het over een bron van inspiratie, de inspirator.

Welnu, er blijkt daarvan een tegenpool te zijn volgens de heer Mekking: De Onspirator.
Ik citeer hem hier even.

Ondernemers vinden het leuk om nieuwe manieren te vinden om zaken te doen.
De Onspirator daarentegen, haalt zijn energie juist uit het onderuithalen van prille ideeën.

Een tijdje geleden vertelde een kennis die net gestart was als ondernemer me dat ze haar stap bijna had teruggedraaid na een gesprek met een toenmalige collega.
Deze had bij haar afscheidsreceptie bijna terloops een aantal voorbeelden genoemd van startende ondernemers waar het om een of andere reden gruwelijk fout was gelopen. “Maar misschien lukt het bij jou wel, hoor…”, waren zijn afscheidswoorden.
Dit had haar een paar slapeloze nachten gekost en alleen het rotsvaste vertrouwen van haar partner heeft ervoor gezorgd dat ze heeft doorgezet.. Ze mag zich gelukkig prijzen, niet veel ondernemers in de dop overleven een ontmoeting met een Onspirator…

Een Onspirator is een verraderlijk wezen, dat in de krochten van de maatschappij leeft en teert op gestolen energie van enthousiaste mensen. Zijn tactiek is altijd hetzelfde. Hij veinst interesse en het nietsvermoedende slachtoffer vertelt vol vuur over het idee.Tijdens het gesprek plaatst de Onspirator echter met een sadistisch gevoel voor timing opmerkingen die erop gericht zijn om het fundament onder het idee aan te tasten.Ogenschijnlijk goedbedoelde vragen als “Heb je wel goed nagedacht over het risico?” en opmerkingen als “Maar dat bestaat toch al lang?” hebben namelijk een vernietigende uitwerking op het prille idee. Het slachtoffer heeft dit vaak niet meteen door, maar in de uren na de ontmoeting beginnen de opmerkingen aan het enthousiasme te knagen…

Een goed idee is net een jong plantje, alleen de juiste mix van licht, water en voedsel kan ervoor zorgen dat het een sterke plant of boom wordt die tegen een stootje kan. Een beetje te veel regen, zon of kou kunnen het echter in een oogwenk laten verdorren.
De Onspirator weet dat en heeft een heel arsenaal aan slechte invloeden in zijn repertoire en gebruikt deze zoals een chirurg zijn scalpel. Gericht, gedoseerd en met dodelijk gevolg.
Naar de motivatie van de Onspirator kan ik alleen maar gissen. Teleurstellingen uit het verleden, afgunst of gewoon een perverse behoefte om anderen te zien falen? Misschien zijn sommige Onspiratoren zich niet eens bewust van hun invloed. Wie weet… Het feit blijft dat ze er zijn…

Ik heb in dit blog misschien een tikkie overdreven, maar ik wed dat er een hoop ondernemers zijn die tijdens het lezen ineens een kennis voor zich zagen die voldoet aan het geschetste profiel. Misschien zijn er zelfs wel lezers die de stap naar het ondernemerschap niet hebben genomen door een Onspirator.
Hoe het ook zij, iedereen die wel eens een Onspirator is tegen gekomen zal het met me eens zijn: het zijn giftige wezens. Maar er is goed nieuws, ik heb een antigif gevonden!
Beste ondernemers van Nederland: voer gewoon je idee uit en maak er een succes van. Zoek jouw Onspirator daarna op en bedank hem hartelijk en uitgebreid voor het *prima* advies dat hij heeft gegeven. Als genadeklap fluister je hem vervolgens in dat je zonder jullie “gesprekje” nooit zo verschrikkelijk veel succes had gehad met dat prille, naïeve idee van toen…

Herkenbaar ? Misschien heb je dit zelf wel eens meegemaakt of misschien ben jij zo af en toe ook een onspirator. Ik denk dat ik het ken van beide zijden. Enerzijds heb ik wel eens plannen niet uitgevoerd omdat mijn inspiratie die daaraan ten grondslag lag zomaar de grond in werd geboord, anderzijds onspireer ik ook wel eens.

Vaak heeft dat een andere reden dan hierboven geschetst wordt. Ik heb altijd wat moeite om mee te gaan in de energie van anderen, ik loop niet zo snel warm voor ideeën die niet uit mij geboren worden en dat komt waarschijnlijk omdat ik me op dat moment overvallen voel en ik de tijd niet heb gekregen om de voors en tegens af te wegen. Dan trap ik wel eens op de inspiratieve rem van anderen. Jawel, ik ken mezelf en ik weet dat ik door die manier van doen soms wat ongeïnteresseerd of arrogant overkom.

Als ik twijfel aan de haalbaarheid van andermans plannen, kan ik behoorlijk de onspirator uithangen.

 

Twee maten


Op 17 oktober 2011, in Opmerkelijk, door Ron

Nederlanders zijn een ondernemend volkje. Ik geloof dat je daar de geschiedenisboeken wel op na kunt slaan, of dat nu twijfelachtig was of niet. Overal hebben wij onze sporen wel ergens in verdiend en zijn we erin geslaagd om Nederland op de kaart te zetten als een land van ondernemertjes.

Om één tak van ondernemen zijn we reeds bekend of eigenlijk meer berucht en doen we onze naam eer aan waar het gaat om het opzoeken van grenzen. Menig jonge buitenlandse toerist doet Amsterdam aan om zich ervan te vergewissen dat er in Nederland heel veel kan en mag. Dat die tak van ondernemen erg dubieus in elkaar zit, zal de gemiddelde toerist een worst zijn.

Ik heb hierboven een plaatje geplakt waarop je kunt zien hoe ik denk dat een coffee-shop eruit hoort te zien. In een coffee-shop kun je allerlei soorten koffie kopen, bonen of gemalen. In Nederland ga je geen coffee-shop in om je koffie te kopen. Wij hebben hier coffee-shops om mensen die drugs gebruiken van dienst te kunnen zijn. Waar de naam coffee-shop vandaan komt, daarvan heb ik geen idee, maar het slaat eigenlijk als een tang op een varken, los van het feit dat het een erg dubieuze handel is.

In de hele wereld is het verboden om drugs te kweken of te fabriceren, in sommige landen staan er zelf erg hoge straffen op, maar in Nederland kun je het gewoon kopen. De ene wietkwekerij na de andere wordt opgerold, de kweek is immers verboden, maar de verkoop ervan wordt gedoogd. Volgens mij kun je dat niemand uitleggen. Dat is eigenlijk hetzelfde als, wanneer er een wereldwijd visverbod zou zijn, er toch viswinkels bestonden.
Dat deze coffee-shops het in de grensstreken erg druk hebben, kan zelfs het domste mens beredeneren. Terneuzen was ooit het walhalla voor Belgen en Fransozen. Ze kochten er niet alleen voor zichzelf, maar tegelijk ook voor de hele familie en kennissenkring. Nu Checkpoint gesloten is komen de klanten over de Westerschelde naar Vlissingen of Goes met een grote kans dat ze de proviand weer kwijt zijn als ze van het voetveer of uit de tunnelbuis komen.
Je mag het niet kweken, je mag het wel verkopen, maar je mag het weer niet in bezit hebben. Voor Nederlanders wordt er een aantal grammen gedoogd, voor buitenlanders niet.

Ik ga geen oordeel uitspreken over wat ik vind van softdrugsgebruik, harddrugs keur ik sowieso af, maar ik vergelijk het altijd gemakshalve met alcohol. Een genotmiddel dat, wanneer het met mate genuttigd wordt, geen kwaad kan, maar bij structureel gebruik verslavend kan zijn. Jawel, ondanks allerlei uitspraken van hoge meneren denk ik dat softdrugs wel degelijk verslavend kunnen zijn en dat er derhalve mee uitgekeken moet worden. Net als met alcohol overigens, maar dat schijnt algemeen aanvaard te zijn. Zo is het veel ‘normaler’ om een avondje door te zakken dan dat je op een avondje een blowtje of wat rookt. Ik doe dat geen van beide.

Wat ik wel weet is dat de kranten na het weekend vol staan met ongelukken waarbij alcoholgebruik in het spel is. De uitspraak die ooit in reclamespotjes gebruikt werd, ‘alcohol maakt meer kapot dan je lief is’, is gewoon waar. Toch kun je overal alcohol kopen, er is niemand die zegt dat je maximaal maar zes flesjes bier mag kopen en er is geen politieagent die je fles whiskey in beslag gaat nemen. Op het brouwen van bier en het destilleren van jenever staat geen straf. Wel draagt het een steentje bij in de staatskas vanwege de belasting. Veel mensen zijn lichamelijk of psychisch ziek vanwege overmatig alcoholgebruik, hetgeen een kleine aanslag doet op ons zorgstelsel.
Denk het maar, maar roep het niet.

Een groepje jongeren dat stoned is verfoeien we, om dronkaards wordt eens hartelijk gelachen.
Voor mij is het ‘t bekende verhaal van de twee maten waarmee gewogen wordt.

 

Blik op week 42


Op 16 oktober 2011, in Blik op de week, door Ron

Het is zondag, het zonnetje lonkt, maar het lijkt me fris. Ik ben nog niet buiten geweest. Sterker nog, ik heb nog niet eens mijn overdagse kleren aan. Ik twijfel of ik in het kostuum ga of dat ik de werkkledij aantrek. Eigenlijk heb ik weinig zin om te gaan klussen. Het hoeft ook niet, over een week hebben we Herfstvakantie, dan kan ik weer meters maken.
In ieder geval maak ik nu even tijd om in de week te blikken, week tweeënveertig, en het lijkt me mee te vallen. Daarbij kijk ik alleen naar de drukte en niet naar de zwaarte van de afspraken. Soms kun je beter drie makkelijke afspraken hebben op een dag, dan één diepgaande afspraak die heel wat vergt van je concentratie.

Ik open mijn agenda maar even op mijn laptop. Ik heb mijn Archos tablet gereset, omdat ik overgestapt ben naar de Samsung Galaxy Tab, die iets stabieler en sneller is. De agenda heb ik daarop nog niet ingesteld. Wellicht is er iemand van de collega’s blij met mijn oude tablet, ik zou ook niet weten wat ik er verder mee moest.

Maandag is er onder schooltijd niet zoveel bijzonders, dus dan kan ik lekker wat schoolwerk doen. Ik moet nog één beoordelingsgesprek, daar is morgen misschien wel even tijd voor.
‘s Avonds heb ik een partijvergadering. Ik heb de agenda gezien, maar die is zo open dat het alle kanten op kan gaan. Ik ga het afwachten. Ik zoek nog inspirerende input voor de algemene beschouwingen van onze fractie. Die zal ik in de loop van de week ergens moeten schrijven.

Dinsdagochtend heb ik een directie-overleg. Dit overleg zal misschien wel wat langer duren dan gepland. De agenda is niet vol, maar er staan onderwerpen op waarbij wellicht wat langer stilgestaan moet worden. Voor de rest staat er op de dinsdag ook weinig, maar ik heb vorige week met Bettie besproken dat de middag bij uitstek (en bij een beetje weer natuurlijk) een mooie gelegenheid zou zijn om een ontruiming te oefenen. Ik heb nog ergens een rookmachine staan en ons alarmsysteem heeft tegenwoordig de nodige toeters en bellen. Ik moet alleen niet vergeten om van tevoren de alarmcentrale te bellen om te melden dat we een oefening houden en dat het zeer zeker niet de bedoeling is dat de brandweer het plein op komt scheuren.

Woensdagochtend heb ik een bespreking met iemand van Kennisnet. Twee weken geleden sprak ik de mevrouw al even, maar ik kreeg toen zoveel informatie tegelijk, dat ik haar heb uitgenodigd voor een overleg. Even kortsluiten wat en hoe we wat voor elkaar kunnen betekenen.
‘s Avonds zit ik in het gemeentehuis. We gaan het daar hebben over de plannen aan de oostzijde van ons dorp. Plannen waartoe mede het fietstunneltje wordt aangelegd. Als de plannen niet doorgaan ligt er een tunneltje, kosten: één-komma-twee-miljoen, fietsers van nergens naar nergens te leiden. Over de procedure heb ik zeer grote en ernstige vraagtekens. Ik hoop niet dat mijn vermoedens juist zijn. Ooit daarover misschien meer.

Donderdagmiddag zit ik Colijnsplaat. Daar wordt ik bijgepraat, geschoold eigenlijk, in het werken met de bovenschoolse module kwaliteitszorg van ons administratieprogramma. Hoewel dit meer een bestuurskwestie is, lijkt het me goed daar in ieder geval wat vanaf te weten. Ik ben niet van plan om ermee te werken, maar wil wel kunnen helpen wanneer er ergens problemen ontstaan.
Vrijdag heb ik een ADV-tje. Ik ga zien of ik hem neem. Het ligt er maar helemaal aan of ik met een gerust administratiehart thuis kan blijven.

Je leest het, het lijkt een normaal weekje te worden. Niet stil, maar ook niet superdruk, zoals de vorige week. Ik heb dit weekend eindelijk het slaapgat kunnen wegwerken dat ik dinsdagochtend hier achterliet.
Mijn weekend verloopt verder redelijk rustig. Gisteren heb ik wat overtolligheden weggebracht naar de milieustraat, dat ruimt lekker op, en een kastje opgehangen in de badkamer. Het is wit, ik heb er overigens twee van, en dat breekt die zwarte badkamer mooi zo met het sanitair. Het zijn bovenkastjes. Ze doen mij wat denken aan die kastjes die je hebt boven je vliegtuigstoel voor de handbagage, met een klep die naar boven opengaat.

Vandaag weet ik nog niet wat ik ga doen. In ieder geval ga ik vanavond een hapje eten bij mijn zoon. Hij vertelde me gisteren dat hij mooie tongen had ingekocht. Dat klinkt aantrekkelijk. Daarnaast heeft hij een wildmenuutje, maar daar moet je van houden. Gestoofd vind ik wild meestal wel lekker, maar gewoon gebakken, dan kan de smaak en de structuur van het vlees nogal eens variëren.

 

Making Shift Happen II


Op 13 oktober 2011, in School, door Ron

Waarom ineens al die aandacht voor het onderwijs ? Waarom zouden wij de stap moeten maken van goed onderwijs naar ‘high-performance’-onderwijs, terwijl dat ergens altijd de essentie van ons onderwijs is geweest, nu nog steeds, op zoek naar manieren waarop het beter kan. Dat geldt niet alleen voor onze school, maar ik denk voor alle scholen. We willen beter, we willen kinderen meer naar behoefte bedienen, we willen gebruik maken van de nieuwste technologieën om daarmee aan te sluiten op de leerling van nu, we willen flexibele leerlijnen en we willen best af van het jaarklassensysteem. Ik denk dat je van het onderwijsveld kunt zeggen dat ze best wel willen, maar dat de financiën ontbreken. Er is geen geld of in ieder geval te weinig geld.

Zo zorgen de rijksfinanciën ervoor dat we een dag als eergisteren inspirerend vinden, maar dat er ons eigenlijk een worst voorgehouden wordt die niet bereikbaar is. Zo zou inspiratie gemakkelijk kunnen overgaan in frustratie. Onderwijs zit vol spagaten. Tussen wat we mogen en wat we willen, tussen papieren plannen en de praktijk, tussen de regels en de uitvoering. Een goed voorbeeld daarvan is het feit dat de minister wil dat we zoveel mogelijk kinderen ‘binnen boord’ houden, zodat ze niet naar het speciaal onderwijs hoeven en in hun eigen wijk of dorp naar school kunnen. Tegelijkertijd wordt het budget voor de opvang van deze kinderen in het reguliere onderwijs ernstig gekort. Door dezelfde financiële beperkingen worden de klassen niet kleiner, maar groter. Daardoor komt de aandacht voor het individuele kind in gevaar. We willen allemaal naar high-performance, maar lopen tegen muren op van onmogelijkheden en zijn wij genoodzaakt ons te richten op de grootste gemene deler. En dan kan de minister wel allerlei plannen uit mouwen toveren, wellicht maakt ze daar ergens indruk mee, maar wanneer tegelijkertijd de geldkraan wordt dichtgedraaid, zakt bij onderwijzend Nederland de moed al in de schoenen.

Eén ding is wellicht fijn om te weten. Het Nederlandse onderwijs is goed en Nederland draait mee in de top tien van kennislanden van de wereld. Daartoe zijn onderzoeken geweest onder vijftienjarigen, wereldwijd. Nu blijkt dat volgens recente gegevens Nederland een paar plaatsen is gezakt in deze ranking. Toch blijft het een feit dat Nederland samen met Finland de Europese landen aanvoert waar het gaat om kennis. Finland staat wereldwijd op nummer één, dan komen er wat Aziatische landen zoals China en Korea en dan stond Nederland op plaats zeven, nu plaats elf, dacht ik, op de voet gevolgd door België. Andere Europese landen moet je veel lager zoeken en Amerika al helemaal.
Het Nederlandse zakken op die lijst is mede aanleiding voor de overheid om maatregelen te nemen. We zullen en we moeten erbij horen.

Ik heb daar gisteren nog eens over zitten denken. Ik weet het, dat zou ik wat minder moeten doen, ik had beter wat op tijd naar bed gegaan. Nederland vergelijken met Aziatische landen is als appels met peren vergelijken. De cultuur is anders en zolang wij onze kinderen niet in uniformen op pleinen in de maat willen laten marcheren, moeten we ons daarmee ook niet willen vergelijken.
Maar dat Finland staat daar toch maar mooi op plaats nummer één. Ik was zomaar eens nieuwsgierig waardoor dat nu zou kunnen komen, want Finland lijkt niet zo heel veel te verschillen van Nederland.

Toch wel.

De baan als Finse leerkracht geniet aanzien in Finland, dat vergroot de aantrekkelijkheid voor het beroep. Leerkrachten zijn allemaal academisch geschoold, vaak aangevuld met een masteropleiding. Het beroep wordt ook financieel gewaardeerd. In Nederland nemen we te vaak met minder genoegen. Zo zoeken wij bijvoorbeeld, met name in het voortgezet onderwijs, ook leerkrachten onder de beroepsbevolking, mensen uit de praktijk. Financiële beperkingen zijn daarvoor vaak de beweegredenen.
Finland kent een leerplicht van zeven tot zestien jaar en leerlingen kiezen daarna pas een vervolgopleiding. In Nederland kennen we de langste leerplicht van Europa, maar kinderen moeten al in een vroeg stadium kiezen voor een vorm van vervolgonderwijs.
Finland kent een relatief lage instroom van allochtonen. Zonder discriminerend of vooroordelend te zijn, haalt het percentage allochtonen het gemiddelde kennisniveau soms omlaag. En zo ben ik wel meer zaken tegengekomen waardoor Finland zich onderscheidt van Nederland waardoor het kennisniveau hoger kan komen te liggen.

Het grootste verschil is toch wel dat Finland eind jaren tachtig het onderwijssysteem heeft vernieuwd, daar een speerpunt van heeft gemaakt en daarin fors heeft geïnvesteerd. Daar waar Finland in drie sloten tegelijk loopt, lopen wij in Nederland in twintig sloten tegelijk.
We vinden veel belangrijk, willen overal over meepraten, willen overal tegelijk geld in steken, iedereen mag er wat van vinden en dat betekent per saldo dat we op alle terreinen een beetje meedoen, maar nooit op één terrein een voorname hoofdrol spelen.
Zolang dat een gegeven blijft, hoeven we in het onderwijs niet te rekenen op flinke investeringen en mogen we blijven fantaseren over vernieuwingen waarvan we weten dat ze niet of nooit haalbaar zijn. Het enige dat ons rest is creatief omgaan met een beperkt budget binnen de grenzen van een antiek onderwijssysteem. Jawel, dat is best frustrerend, shit happens.

Er is een lijst waarop Nederland op nummer één staat, een lijst die ook met onderwijs te maken heeft. De Nederlandse leerling scoort, vergeleken met de rest van wereld, het hoogst op welbevinden, maar dat schijnt echter van ondergeschikt belang te zijn ..

En zo, beste lezers, blijft Nederland als een hond de eigen staart najagen omdat het geen keuzes maakt.

 

Making Shift Happen I


Op 12 oktober 2011, in School, door Ron

Gisteren togen wij met, ik denk een man/vrouw of zestien naar Amsterdam om een congres bij te wonen die de naam droeg: Making Shift Happen. Ik denk dat deze titel bedoeld is als knipoog naar het gezegde zonder f. Op papier leek het ons een interessante bijeenkomst met sprekers die hun sporen hebben verdiend in de hele onderwijswereld. Dat zijn niet de eerste de besten en mensen met een inspirerend verhaal. Juist vanwege die kans op inspiratie heb ik hieraan deelgenomen, want dat hebben wij als managers nodig. Inspiratie. Tenminste, ik wel.

Nadeel van deelname aan dit congres was, en dat wist ik, het onaangename tijdstip van vertrek. Om kwart voor vijf ging mijn wekkertje, om half zes stond ik in Kortgene en om even over zessen stapten we in de trein richting Amsterdam. Een directe verbinding, dus je kon lekker blijven zitten. Op zich was deze heenreis al een gezellig samenzijn. Eigenlijk begon het al met de onkunde van onze Kortgeense collega met betrekking tot kaartjesautomaten op het station. Na allerlei zaken te hebben ingetoetst kwam hij bij het woordje ‘korting’. De meeste mensen weten inmiddels dat je daarvan gebruik kunt maken wanneer je recht hebt op een bepaalde korting. Onze collega dacht echter dat het de vraag betrof of je korting wilde. En dat wilde hij natuurlijk wel en betaalde zodoende achttien euro minder voor een dagretour. Helaas werd hij op de heenweg niet gecontroleerd.

We waren netjes op tijd voor het congres dat om negen uur begon. De beurs van Berlage is een karakteristiek gebouw aan het Damrak dat zich uitstekend leent voor bijeenkomsten als deze. Plaats bieden aan een kleine zevenhonderd deelnemers, genoeg ruimtes voor een workshop of tien, een flink podium en realtime beelden op een groot doek. Nu ben ik wel eens meer bij een congres geweest, maar dit was eigenlijk het eerste waarbij men gebruik maakte van multimedia op hoogstaand niveau en moderne communicatiemiddelen. Je kon er naar hartelust twitteren, de tweets werden realtime geprojecteerd, er was zaalbreed WIFI en bij sommige onderdelen kon er (gratis) ge-sms-t worden om te reageren op stellingen. De uitslagen verschenen even later op het scherm. Dat is een leuke interactie waarbij je gefocust en betrokken blijft. Ook de lezingen (pitches) waren kort, bondig en in sommige opzichten entertainend. Je moest wel Engels kunnen, want de gasten (ook in sommige workshops) spraken Engels. Ik vind dat geen probleem.

Tussendoor was er genoeg gelegenheid om kort te pauzeren, een bakkie te halen of een luchtje te scheppen. De catering was goed en voldoende, het geheel was tot in de puntjes goed georganiseerd. Ik denk dat er aan zo’n dag veel voorbereiding zit, maar de organisatie kan zeker terugkijken op een geslaagd evenement. En dan vraag je je nu zeker af: ‘Dat is allemaal wel gezellig Meuldijk, maar waar ging het nou precies over en wat is er zo belangrijk om om kwart voor vijf uit je bed te gaan en vervolgens pas tegen elven thuis te komen ?’

Nu kan ik je dat hier allemaal uit gaan leggen of je linken naar een pagina waar het allemaal haarfijn op staat, maar ik zal volstaan met een citaat:

We leven in spannende en tegelijkertijd onzekere tijden. Onze technologische vooruitgang is enorm, maar niet genoeg om de problemen waar we voor staan het hoofd te bieden. Waar ligt onze toekomst? En wat kunnen wij, of ik, daar aan doen? We staan voor een keuze: simpelweg verdedigen wat we hebben… of creëren wat we nodig hebben? Het is onze opdracht onze kinderen, leerlingen en studenten voor te bereiden op een steeds veranderende wereld. Na vele jaren van onderwijsonderzoek en het geven van praktische antwoorden op veranderende onderwijsomgevingen is het voor ons tijd om onze bevindingen te delen en te laten zien waar wij staan in onze zoektocht naar de juiste antwoorden op de onderwijsuitdagingen van vandaag en morgen.

Ik zal zien of ik straks nog een treffend filmpje kan plaatsen. Van het congres heb ik al wel wat op YouTube zien verschijnen, maar er zijn filmpjes in omloop die treffender zijn. Ik heb het in ieder geval een zinvolle dag gevonden. Mijn workshops waren de moeite waard en ik heb nog even van gedachten gewisseld met één van de organisatoren die ik kende van mijn Amsterdamse cursus, een vooraanstaand figuur in onderwijsland en een eersteklas inspirator. Met zijn workshop sloot ik af.

En dan was er nog het hapje en het drankje, het netwerkmoment, maar aangezien wij niet al te laat thuis wilden komen en onderweg nog een hapje wilden eten, vertrokken we daar redelijk op tijd. In Dordrecht hebben we (lekker) gegeten en bijgekletst over de dag. Eén van de vrouwelijke collega’s vroeg: ‘Kom ik nu eindelijk in je blog ?’ maar zij was niet op de hoogte van het feit dat ik geen dagelijkse belevenissen meer schrijf. Bij deze Willemijn, dan sta je er toch nog een beetje in.

Waar hij ze vandaan haalde, weet ik niet, maar eenmaal in de trein naar huis haalde de Kortgeense collega blikjes bier tevoorschijn. ‘Iemand een biertje ?’ Ik heb bedankt, ik moest immers nog rijden en drink al jaren geen bier meer. Tot groot vermaak van het merendeel van ons verscheen er in het gangpad een conducteur. Iedereen zat zich al te verheugen op de reactie van de man op het ‘kortingskaartje’ van onze collega. De conducteur vermaakte zich echter zo in ons gezelschap, dat het kaartje wel gecontroleerd werd, maar de korting onopgemerkt bleef ..

Laat dat nu net het enige teleurstellende van de dag geweest zijn,

Bekijk onderstaand filmpje eens en bedenk daarbij hoe de feitelijke manier van onderwijzen is veranderd in de loop der jaren.
In het licht van de veranderende wereld is ons onderwijs antiek en niet meer passend bij de leerling van nu.

 

Making Shift Happen.
Zorg dat het niet bij denken alleen blijft.

 

 

Blik op week 41


Op 10 oktober 2011, in Blik op de week, door Ron

Niet te geloven, dit is bericht nummer honderd alweer sinds de nieuwe opzet van de site. Dat gaat snel. Ik weet dat enkelen van jullie liever het oude dagboek terugzagen, maar ik vind het wel een uitkomst om jullie op deze manier op de hoogte te houden van enig wel en wee. Wanneer ik tijd heb zal ik jullie weer eens informeren over zaken als hoeveel bezoekers we nu gemiddeld per dag hebben en meer van die dingen. Zelf houd ik dat niet zoveel in de gaten, daar heb ik weinig tijd voor of ik vergeet eraan te denken.

Week eenenveertig wordt waarschijnlijk weer net zo druk als week veertig, zo mogelijk nog drukker. Hetgeen misschien zal betekenen dat ik ook deze week weinig tijd heb om tussendoor iets te schrijven, maar ik ga mijn best doen.

Vandaag zit ik na schooltijd voor een ICT-overleg in Colijnsplaat. Het is het eerste overleg van dit schooljaar en er staat redelijk wat op de agenda. Toch hoop ik die agenda er voor half zes doorheen te jassen. Vanavond heb ik een fractieberaad over de raadsvergadering van aanstaande donderdag. Eerlijk gezegd heb ik er nog niet zo naar gekeken, dat moet ik dan maar onder het avondeten of de lunch doen.
Vandaag schrijf ik ook weer drie beoordelingen waarover ik in de loop van deze week met een drietal collega’s een gesprek zal hebben. Hierna heb ik er nog één te gaan.

Morgen zit ik een hele dag in Amsterdam. Geen hotel deze keer, maar gewoon met de vroege trein vanuit Goes op pad. Er zijn best wel wat collega’s die dezelfde trein zullen pakken, dus verlegen zitten om een praatje hoeft niet. Ik ben zelf niet zo’n prater op de vroege ochtend.
Wat we gaan doen ? We hebben een conferentie in de Beurs van Berlage over tal van zaken die met onderwijs en onderwijsvernieuwing te maken hebben. Het precieze wat en hoe kan ik nu nog niet zeggen, behalve dan dat ik benieuwd ben hoe zo’n dagje bevallen zal.

De woensdag zit ook redelijk volgepland. Er komen schildersbedrijven het binnenschilderwerk opnemen. We (Michiel en ik) hebben een gesprek met het CJG over de pesterige problematiek van een deel van onze groep achters en ik voer die dag drie beoordelingsgesprekken.
Aangezien ik niet heel vroeg thuis zal zijn vanuit Amsterdam, denk ik dat je me aan het eind van die woensdag wel een eindje bij elkaar kunt vegen.

Donderdagochtend heb ik een klein overleg over de gemeentebegroting. ‘s Avonds hebben we het daarover in het gemeentehuis en ik heb wel wat behoefte aan een stukje afstemming.
Die dag is het ook de afsluiting van de Kinderboekenweek, dus hebben we weer een spannende voorleeswedstrijd en een gezellige boekenmarkt.
Om zes uur zit ik in het gemeentehuis voor een vergadering over de programmabegroting, om zeven uur heb ik een overleg van het presidium en om half acht start de reguliere raadsvergadering.

De vrijdag is nog leeg en die heb ik hard nodig om hier op school weer een beetje bij te raken met administratie en financiën.
En ik blader per ongeluk door naar de volgende week, maar die ziet er (nog) een stuk rustiger uit. Hopelijk blijft dat zo.

Mijn weekend was nat. Dat van jullie ook ? Er is toch wel erg veel in één dag naar beneden komen vallen zeg. Gelukkig had ik wat klusjes binnenshuis, dus veel last van het weer had ik niet. Ik heb wat badkamerverlichting aangesloten en de vloerverwarming, die is ook elektrisch. Omdat ik een heel stuk van het leidingnet onder handen ging nemen, heb ik de stroom er toch maar vanaf gehaald. Ik heb wat nieuwe leidingen getrokken, opnieuw bekabeld en alles netjes weggewerkt in lasdoosjes.
Aangezien ik geen enkele nieuwe stop had voor mijn oude meterkast, jawel, dat is er nog één met van die oude stoppen in porseleinen schroefdoppen, was mijn ‘op hoop van zegen’ wens extra groot. Nu is het niet de eerste keer dat ik mij aan het aansluiten van elektriciteit waag; alles werkt.
Je hebt werkelijk geen idee hoeveel licht er uit een superled van één watt komt. Ik heb daar drie spotjes van opgehangen en die gebruiken bij elkaar dus drie watt. Dat is echt superzuinig en het geeft een mooi helder licht.

Ook de vloerverwaming doet het, maar daarvan zijn de lettertjes wel erg klein. Daar moet je met je neus bovenop. Omdat ik nog geen deur in mijn badkamer heb, heb ik de temperatuur maar zo laag ingesteld dat ‘t ding niet aanslaat.
Maar het is wel gaaf dat ie het doet, want je gelooft toch niet dat ik, wanneer hij het niet zou doen, heel die badkamervloer weer ging openbreken hè.

Zondagavond heb ik een hapje gegeten bij mijn zoon. Hij had paling in de aanbieding een daarvan was het al een tijdje geleden dat ik die gegeten had. Lekker hoor.
Ze hadden het naar hun zin gehad in Zuid-Frankrijk. Een beetje kort maar wel genoten. Natuurlijk naar Nice en Monaco geweest, dure auto’s en grote jachten spotten. Daarvoor zullen ze nog even door moeten sparen.

 

Even bijkletsen IV


Op 7 oktober 2011, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Het is volle bak op die oude boot hier op het plaatje. Net als mijn (afgelopen) week. Gezellig, afwisselend, maar tjokvol. Zo vol zelfs dat er niet één berichtje af kon. Ik had er eenvoudigweg geen tijd of puf voor. Nu, op deze vrijdagmiddag, vind ik even tijd bij een bakkie om jullie bij te kletsen. Niet over een onderwerp, jawel, er passeren wekelijks bergen onderwerpen waarover ik wat kwijt zou willen, maar over de afgelopen week in het algemeen.

Een rode draad deze week was het gedrag van sommige kinderen uit groep acht. Niet alleen op school, maar zeker ook buiten schooltijd leidt dat gedrag bij andere dorpsbewoners soms tot irritaties. Je kunt het wegwuiven onder de noemer ‘kwajongensstreken’, maar als de buurman hier op hoge poten zijn beklag komt doen, ga ik daarmee de boel niet kunnen sussen.

We zouden het ook af kunnen doen met het verweer dat het buiten schooltijd plaatsvindt, maar gezien de sociale functie van onze school in de Wissenkerkse gemeenschap, denk ik dat er voor ons wel een bepaalde rol is weggelegd.
Het is hier dagelijks onderwerp van gesprek. Vooral op zoek naar het antwoord op de vraag van wat wijsheid hierin is en hoe die wijsheid over te brengen op de veroorzakers.

Gaat de jeugd te ver ? Of zijn de lontjes van de anderen tekort ?

Belangrijk bij het leven in een gemeenschap is het feit dat je rekening met elkaar houdt. Je kunt niet zomaar doen en laten waarin je zin hebt. Respect tonen naar je medemens is daarin een voornaam gegeven. En juist aan dat respect hebben, ontbreekt het bij een aantal leerlingen van ons. De behoefte om zichzelf af te vragen: ‘Zou ik het leuk vinden als mij hetzelfde zou overkomen’ is er niet en afkeurende reacties van anderen worden hard weggelachen.

We hebben het dan over acties in groepsverband. Wanneer we individuele leerlingen erop aanspreken is er ineens alle begrip, maar eenmaal in een groep verdwijnt dat begrip als sneeuw voor de zon. Ik zie dat wel meer, het is een beetje hooligan-gedrag. Stoer gedrag en bewijsdrang richting groepsgenoten schijnt een toch instinctmatig iets te zijn en voor sommigen moeilijk te onderdrukken. Op zulke momenten is men dan ook niet voor rede vatbaar en lijkt het weinig zin te hebben om corrigerend op te treden.

Toevallig weet ik wat meer achtergronden van het stel dat anderhalve maand geleden een oud mevrouwtje in een tabakzaak in Goes overvallen heeft. Eén van de twee heeft een poosje in de gevangenis in Middelburg gezeten. Men ging ervan uit dat dit indruk zou maken op deze jeugdige crimineel. Het tegendeel is waar, dit verblijf wordt trots begeschreven op het conto waarmee hij zich aanzien verschaft binnen een groep.

Gelukkig nemen de akkefietjes bij ons op het dorp niet zulke zorgwekkende vormen aan, maar ik denk wel dat het een bepaalde actie van ons vraagt. Volgende week hebben we een overleg met het centrum voor jeugd en gezin om te bezien wat we ermee gaan doen vanuit de school. Vooralsnog raad ik gedupeerden aan om de politie te bellen wanneer men zich niet meer veilig voelt, maar vooral geen eigen rechter te gaan spelen.

We hebben dit op school nog niet vaak meegemaakt en we hopen dan ook maar dat het incidenteel is en geen trend.

En zie, nu gaat het toch weer over één onderwerp. Dat had ik me niet voorgenomen, maar het houdt me wel bezig.
Dat zal waarschijnlijk de reden zijn ..