Twitter


Op 27 december 2011, in Internet, door Ron

Zoals ik al eerder vertelde, sociale media zijn een veelbesproken onderwerp bij ons op school. Annemarie en Michiel waren daarin al wat aan het pionieren, vanwege het feit dat ze allebei een dochter hebben die zich van deze media bedient. Ze zijn elkaars ‘vrienden’ op Facebook en Michiel was de eerste van ons met een Twitter-account. Juist vanwege dat zijn wij gaan kijken of Twitter eventueel iets zou zijn voor onze school.
Vlak voor Kerst kreeg ik een uitnodiging van Annemarie om ook op LinkedIn te komen, maar daar pas ik voor. Aan de inhoud van deze uitnodiging kon ik opmerken dat het een gegenereerde notitie was die waarschijnlijk aan iedereen uit haar mailadresboek gezonden werd.

Ondertussen heb ik een Google-plus waarmee ik helemaal niets doe en een YouTube-kanaal waarin het ook akelig stil is. Toch is er een grote gemene deler te ontdekken in al die sociale media: het bouwen van een netwerk op basis van interesses. Je kunt mensen volgen of ‘vrienden’ met ze worden en daarna wordt hun vriendenkring weer aan jou voorgesteld om daarmee weer vrienden te worden. Je hebt dus in no-time allerlei vrienden die je niet kent en het grootste gedeelte ga je nooit kennen ook, want zij zijn ook op die manier aan jou gekomen.

Sinds kort, eind vorige week, ben ik ook eens een Twitter-account gestart. Gewoon, om te weten wat de toegevoegde waarde van dit medium is. Wat mis ik eraan en wat mis ik er niet aan. Je kun mijn tweets, zoals dat heet, volgen rechtsonder aan de pagina, want ik heb verder niets te verbergen. Mocht ik dat wel hebben, dan zou Twitter daarvoor niet het aangewezen medium zijn. Iedereen kan namelijk meelezen, tenzij je je account afschermt.

Ik wist inmiddels van de collega’s die op Facebook zitten dat het soms wikken en wegen is om iemand als ‘vriend’ toe te laten. Toch zeker wanneer dat een bekende is van het werk, maar waarvan je vindt dat die niets met je privé te maken heeft. Laat staan je foto’s moet gaan zitten bekijken. Laat je ze eenmaal toe en raak je het beu, dan zal je ze moeten ontvrienden en dat kan vervelend uitgelegd worden door de ‘vriend’ in kwestie.
Maar goed, ik zit niet op Facebook, twijfelde wel over MySpace, vanwege het feit dat je daar muziek kunt delen, maar ben een Twitteraccount begonnen om mij eens te oriënteren op de mogelijkheden.

In het begin kwam het me een beetje Gilles-de-la-Touretre-achtig over. Iedereen roept maar wat, het hoeft nergens op te slaan. Blijkbaar heb je geen verhaal nodig, maar kun je gewoon wat neertypen. Als je volgers hebt, dan kunnen die dat meelezen, heb je die niet dan ben je een roepende in de woestijn. Er zijn meer accounts dan je denkt van mensen met geen enkele volger, die toch iets tweeten. Ik denk dat Roos daarop doelde in haar commentaar bij een vorig stukje van mij over sociale media. Dan staat het wel leuk dat je op een station aan het tweeten slaat, alleen leest niemand het. Ook sociale media kennen eenzaamheid. Omdat ik mijn tijd ook anders kan gebruiken, zit ik daarop niet te wachten.

Ik ben dus echt op zoek gegaan naar het nut van dat getwitter. Ook hier is het principe hetzelfde: hoe meer je volgt hoe meer je gevolgd wordt. Dat is leuk voor mensen die met die intentie zijn gaan twitteren, maar dat is niet mijn bedoeling. Zo heb ik een paar volgers die ik niet ken, maar waarvan ik weet dat ze hopen dat je hun site eens bezoekt of dat je hen ook gaat volgen. Die ontvolgen vanzelf weer als je daaraan geen aandacht schenkt. Wat is leuk om te volgen ? Ik noem er een paar. Lokale nieuwsberichten, accounts van favoriete bandjes, bepaalde politici, schrijvers of dichters, poppodia of concertagenda’s. Maar dat is mijn interesse hè. Ik kan me voorstellen dat, wanneer je veel op de weg zit, je meer hebt aan verkeersinformatie of flitspalennieuws. Dit zijn zaken om te volgen, maar waabij je niet moet rekenen dat men jou gaat volgen. wat zouden ze eraan hebben ? Alhoewel ik me heb laten vertellen dat sommige politici wel degelijk terug tweeten met een antwoord op je vraag.

Het leukst van al is nog wel het feit dat het heel goed mogelijk is dat je oude bekenden ‘terugziet’. Die heb ik er een paar tussenzitten en het is werkelijk waar erg leuk om daar weer eens mee te wisselen. Ook bekenden kom je er tegen en daarvan is het aan jou om die te willen volgen of niet. Een fysiek treffen in een gemeenteraadsvergadering is bij sommigen afdoende.
Voorlopig vind ik het nog wel leuk, maar ik vraag me af voor hoe lang. Ik kan via de telefoon overal twitteren, maar of ik dat ga doen is maar de vraag. Ik heb dat nog niet gedaan. Wel volg ik twitteraars waarvan de informatie waardevol of grappig is. Of je er echt iets aan mist ? Dat kan ik zo nog niet zeggen. Het lijkt me wel een medium dat je af en toe eens intensief gebruikt om het daarna een tijdje te laten rusten. Zo is mijn zoon weer wat meer gaan twitteren, omdat ik dat nu ook doe.

Toch denk ik, en dat zal het achterdochtige in mij wel weer zijn, dat je moet uitkijken wat je twittert. Iemand met kwade bedoelingen zou zomaar kunnen weten dat je een paar dagen niet thuis bent.

 

Weegschaal


Op 22 december 2011, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Weeg jij je elke dag ? Of elke week of elke maand ? Ik heb geen idee wat een normale interval is om jezelf te wegen, want ik heb me al jaren niet gewogen. Als sportende twintiger woog ik gegarandeerd zesenzeventig kilo. Daar kon je bij wijze van spreken de klok op gelijk zetten.
Mijn ouders hadden een weegschaal in de badkamer en om de één of andere reden was dat ding uitnodigend om er eens met enige regelmaat op te gaan staan.

Sinds mijn vijfentwintigste heb ik mezelf amper of niet gewogen. Ik had zelf niet zo’n ding en zag er eigenlijk de noodzaak niet zo van in. Af en toe ging ik eens op de weegschaal van de schooldokter, wanneer die op school bleef staan voor een volgende dag. Wat ik toen woog, daarvan heb ik geen idee, maar wanneer men mij vroeg hoeveel ik woog, dan antwoordde ik tot op de dag van gisteren dat het ergens halverwege de tachtig moest zijn. Ik heb al jarenlang dezelfde maat qua kleding, dus met dat gewicht van mij zou het wel meevallen.

Nu vond ik gisteren in mijn Kerstpakket van de gemeente bovenstaande weegschaal. Ik had die uit een boek uitgezocht, samen met nog wat andere zaken. Eigenlijk was die weegschaal in dat boek het enige waarvan ik dacht: ‘Hé, daar zou ik wel eens gebruik van kunnen maken’. Mijn badkamervloer had nog wel ergens een onbenut hoekje waarvan ik al eens eerder stelde: Daar zou mijn moeder een weegschaal zetten.

Het is werkelijk waar een mooi ding. Het is geen weegschaal, maar een total body analizer. Je kunt ingeven hoe lang je bent, of je een man of vrouw bent, hoe oud je bent en dan kan dat ding in combinatie met je gewicht je lichaam analyseren. Voor wat het waard is natuurlijk.
Enfin, ik een batterijtje in dat ding gestoken en hem een mooi plaatsje gegeven op de vloer van de badkamer. Het was gisteren na het laatste plasje voor het slapen gaan dat ik bedacht dat ik nu mezelf wel eens kon gaan wegen. Schrikken zou ik niet, ik heb immers al jarenlang dezelfde kledingmaat.

Nou, ik ben dus echt wel geschrokken. Ik heb geen idee waar ik het gewicht vandaan haal, maar mijn knietjes moeten toch bijna honderd kilo meedragen elke dag. Afgezien van de cijfers achter de komma, haalde ik net geen drie cijfers. Oeps, wat moet ik daar nu weer mee ? Had ik die weegschaal niet uitgezocht, dan was ik nog jaren in de veronderstelling geweest dat ik zo’n vijfentachtig kilo woog. Had ik dat beter niet kunnen laten zo ? Heb ik nu geen slapende hond in mij wakker gemaakt ?

Jawel, het houdt me wel bezig. Verder voel ik me goed, heb geen gebreken aan gewrichten, ik moet me niet in kleding wurmen, maar vind het toch wel veel. De weegschaal schrok er niet van, want na de total body analyse bleek alles in orde. Ik ga in de Kerstvakantie eens bedenken wat ik met deze wetenschap moet.

Voorlopig eerst maar eens proberen een paar kilo snot kwijt te raken ..

 

Ziektekostenverzekering


Op 21 december 2011, in Algemeen, door Ron

Deze week is één van de weinige weken waarin ik ‘s avonds eens thuis kan blijven. Een week die niet volgepropt is met agendapunten, maar waarin ik wat tijd heb om collega’s te helpen en ook dat doe ik graag. Hier en daar heb ik een uurtje lesgegeven. Van zingen in de groepen drie en vier tot geschiedenis of knutselen in de groepen vijf of acht. Het leuke hiervan is dat het steeds iets vraagt van een ander niveau in je. Zo benader je de leerlingen van groep acht anders dan kinderen van de groepen drie en vier. In groep acht ben je meer één van hen (doe dat alleen als je ook weet dat je die rol spelen kunt) in de andere groepen ben je meer de meester.

De geschiedenisles in groep vijf was erg leuk. Op zich een saaie les over de Oude Egyptenaren, maar met wat kunst en vliegwerk is er best wel wat van te maken. Alleen al het feit dat de term Oude Egyptenaren meer duidt op een tijd in de geschiedenis dan op de Egyptenaren zelf. Ook in het oude Eygypte kon je jong zijn. Sterker nog, zonder jonge Egyptenaren heb je geen Oude Egyptenaren. Met dit gegeven zou ik al een hilarisch half uur kunnen vullen. Toen ik zei het opvalt dat je op het plaatje alleen maar mannen zag, waren ze dat roerend met me eens. Ik vertelde daarna dat dit kwam omdat er in die tijd nog geen vrouwen uitgevonden waren. Een enkeling slikte dat voor zoete koek, maar opeens was het stil in de klas, kraakten de hersens, duurde het even voordat het kwartje viel, maar op een gegeven moment kwam er toch commentaar. Over dat die mannen er niet zouden kunnen zijn zonder vrouwen, omdat die de baby’s moeten krijgen. En gelijk zaten we weer op een ander spoor. Erg leuk hoor.

Verder word ik in deze dagen gitarisch ingezet. Heb je geen ceedee, maar toch een leuk Kerstlied ? Dan kun je even bij mij aankloppen voor gitarische bijstand. Zo zong ik al eerder met de groepen drie en vier, vanmorgen was ik te gast bij de groepen één en twee. Als ik het goed begrepen heb moet er morgen nog wat gebeuren in de groepen zes en zeven, maar welk lied dat is, dat weet ik nog niet. Ondertussen heb ik Michiel ook aangestoken, die speelt morgen ook een stukje mee.

Over aangestoken gesproken, ik snotter er nog steeds op los. Geen idee waar al dat snot vandaan komt, maar het is ongemakkelijk al dat gesnuif en gesnuit. Ik kom er slecht vanaf deze keer, het houdt niet op. Toch heb ik er al eens mee moeten lachen van de week. Wim, een collegadirecteur zei dinsdagochtend tegen me: ‘Nou Ron, je zit nog goed vol geloof ik ?’, waarop ik antwoordde: ‘Klopt Wim, we moeten volgende keer maar niet meer in een bos afspreken’. Dat is dan wel weer leuk van dat gesnotter, maar verder ben ik het een eind beu.

En in zo’n week van vrije avonden heb je ook eens tijd om spullen goed te bekijken. Zo kreeg ik een aantal weken geleden een schrijven van mijn zorgverzekering. Een boekje met mijn naam op de voorkant, speciaal voor mij dus, met alle ins en outs van mijn zorgverzekering. Ik heb dat toen ergens op gelegd met het idee er wel eens naar te kijken wanneer ik tijd had. In het schrijven stond dat het precies op maat gemaakt was, dus ik had er niet zo’n behoefte aan om alles door te spitten. Ik zit immers al jaren bij dezelfde verzekeraar. Ik claim amper wat, maar je weet maar nooit.
Van het weekend viel me op dat het nieuwe premiebedrag per maand tien euro hoger was, dan hetgeen ik gewend was te betalen. Gisteren vond ik de tijd om te kijken waarom ik nu precied meer moest gaan betalen.

Ik weet niet of jij je polis goed doorleest, maar na gisteravond ga ik dat toch iedereen aanraden. Laat je niet vangen door een op maat gemaakte polis van een zorgverzekering die niet eens weet wie je bent. Zo las ik dat ik erg goed verzekerd was voor het geval ik zwanger zou worden, zou moeten bevallen en bijkomende kraamkosten. Nu vraag ik je, een man van vierenvijftig ! Zo betaal ik ook voor ziektekostenverzekering in het buitenland. Als ik al naar het buitenland ga, dat komt niet zo heel veel voor, neem ik altijd een aparte verzekering. Voor mijn spulletjes en voor in sitiaties die niet voorzien zijn, zoals een onverhoopte ziekenhuisopname. Voor dat laatste was ik dus al die tijd al verzekerd. Orthodontie ? Ik hoef echt geen beugel. Sterilisatie ? Ik dacht het niet.
Ik ben schijnbaar verzekerd voor allerlei zaken die niet op mij of mijn sitiuatie van toepassing zijn. Mijn precies op maat polis is één groot onzinverhaal. Op internet kwam ik een maatschappij tegen waarbij ik kon kiezen waarvoor ik me verzekeren wilde. Daar werd netjes gevraagd: ‘Wil je dit of dat ?’ Als je situatie zus en zo is, zou men het wel of niet aanraden. Kijk, zo hoort het. Onder de streep kwam ik ruim veertig euro per maand goedkoper uit dan nu. Dat is mooi meegenomen, zou je denken. Dat is ook zo, maar in feite heb ik een fiks aantal jaren teveel betaald. Twaalf keer veertig euro teveel is toch altijd nog een kleine vijfhonderd euro per jaar.

En nu zit ik me af te vragen wie er nog meer op die manier verzekerd zouden zijn. Hoeveel mannen er nog voor een zwangerschap of een bevalling aan het betalen zijn. Ik laat me teveel leiden door het feit dat ik denk dat die verzekeraars verstand van zaken hebben en weten wat ik nodig heb. Bij de banken heb ik dat vertrouwen al een tijdje geleden verloren, bij verzekeraars lijkt dit ook te gaan gebeuren.
Zo’n verzekering is een noodzakelijk iets, niemand kan de kosten zelf betalen wanneer ze erg oplopen, uitbuiting hiervan zou bestraft moeten worden.

 

Blik op week 51


Op 18 december 2011, in Blik op de week, door Ron

Zo, ik heb net wat Kerstkaartjes geschreven, ik zal ze straks op de bus doen. Eigenlijk is het het einde zoek, al dat heen-en-weer gegeef van kaartjes. Het aldoor wensen van prettige dagen, een gelukkig nieuwjaar of andere beste wensen. Bij sommigen kom je drie keer terug. Je wenst elkaar prettige dagen bij het fysieke uiteen gaan. Je stuurt daarnaast nog eens een kaartje met prettige feestdagen en bij het weerzien wens je elkaar nog eens allerlei goeds. 
Op school hebben we onderling afgesproken niet meer aan kaartjes te doen, we geloven het wel, het is gewoon stuivertje wisselen in de postvakjes. Ik weet nog dat Ella vorig jaar haar kaartjes vergat mee te nemen en ze zodoende na het nieuwe jaar vond. Dan heeft het helemaal geen zin meer.

Maar goed, ik stuur nog een enkel Kerstkaartje in de rondte. Wat gaat week eenenvijftig ons brengen ? Ik dacht dat het reuze meeviel en dat komt goed uit, dan kan ik op school wat meters maken op administratief gebied, waaronder de facturen. Dan is dat maar lekker gedaan voor de Kerstvakantie. Na de Kerstvakantie zal ik overigens al het administratief werk weer zelf moeten doen, want Berlinda gaat ons verlaten. Zij gaat op het bestuurskantoor aan de slag. Jawel, die gaan we missen, maar vier jaar geleden was het ook niet anders. Het zou kunnen dat we bepaalde services niet meer gaan of kunnen verlenen, omdat we (lees: ik) daar de tijd niet meer voor hebben.

Op maandag staat er ‘s middags: ‘les aan de groepen drie en vier’. Dan heeft Juf Ann een gesprek waar ze de tijd voor moet krijgen en dat gaat makkelijker wanneer ik de klas overneem. Op dinsdagmiddag staat er ook: ‘les’. Dat heeft weer alles te maken met het feit dat de collega’s met Bettie hun groepsplan gaan evalueren en bijstellen. Ik ontlast hen dan tijdelijk door een uurtje de klas over te nemen. Ik vind dat niet erg en de collega’s zijn er blij mee.

Dinsdagochtend heb ik een directieberaad in Wilhelminadorp. Ik heb daarvoor wel al wat zaken binnen gekregen, maar ik heb er nog niet naar gekeken. Het is zaak voor mij om daar niet te lang te blijven zitten, anders komt de middag les in het gedrang.
Op woensdagochtend heb ik een overleg met het ouderpanel. Dit keer staan internetzaken centraal. Wat vinden ouders wat er wel en niet kan binnen de school ? Is er behoefte aan moderne communicatiemiddelen ? En natuurlijk bespreken we nog wat zaken die niet geagendeerd staan, maar waarover men wel wil spreken. Een soort rondvraag dus.
Woensdagmiddag geeft Lisanne, onze LIO-stagiaire, een presentatie over haar afstudeeropdracht. Zij zal wat pionierswerk verrichten met betrekking tot de invoering van lessen levensbeschouwing. Ik ben benieuwd hoe ze dat gaat aanpakken. Ik hoop dat er collega’s zijn die met haar meedoen, zodat er op experimentele wijze al wat uitgeprobeerd en uitgewisseld kan worden.

Donderdag hebben we de Kerstviering op school. Ik heb geen klas, maar ben wel gevraagd door twee groepen om hun liedje te begeleiden. Leuk, dan doe ik toch een beetje mee. Voor de rest zal ik me dienstbaar opstellen. Waar ik kan helpen, doe ik dat.
Vrijdag is de laatste schooldag van dit kalenderjaar. Praktisch betekent dat dat de meeste Kerstknutsels mee naar huis komen om daar een plaatsje te vinden. Wij zullen waarschijnlijk de glitters nog tot diep in het nieuwe jaar vinden. Verder moeten de gangen en de hal leeg gemaakt worden, want de vloer gaat in de was. In de zomervakantie doen we de lokalen, in de Kerstvakantie het overige vloeroppervlak.

Ik heb mijn weekend rustig doorgebracht. Vrijdagavond stond het filmpje van de schaatspartij al op internet. Dat was eigenlijk zo gebeurd. Voor een opname met een mobieltje was de kwaliteit zo gek nog niet. Je kunt mensen herkennen.
Verder heb ik lekker gekookt en moet ik eigenlijk mijn badkamer nog poetsen, maar daar heb ik geen zin in. Dat stel ik uit tot in de vakantie, denk ik.
Vandaag heb ik maar eens een nieuw pak aangetrokken, dat hing hier al een tijdje onaangeroerd. Nu, zo met de Kerstdagen in zicht, kan ik het wel dragen. Het is redelijk glimmend, niet echt zwart (meer wat zilverachtig), maar wel met zwarte accenten. Vroeger had ik het nooit aangetrokken, dat weet ik welhaast zeker, tegenwoordig hou ik wel van een tikje ‘foute’ kleding. En dat is fijn, want per slot van rekening moet ik het dragen. Toch ?

 

Broeders van Liefde


Op 16 december 2011, in Ooit, door Ron

Vandaag is de commissie Deetman met haar rapport naar buiten gekomen betreffende het onderzoek naar seksueel misbruik binnen katholieke instellingen. Achthonderd misbruikplegers zijn geïdentificeerd, in totaal schat men dat er daarvan nog honderd mensen in leven zijn, en tweeduizend mensen hebben aangifte gedaan.

Ik schrok van de opmerking dat tien procent van de Nederlanders van boven de veertig voor hun achttiende tegen de zin in zijn benaderd door mensen van buiten de familie. Dat betreft overigens niet alleen meldingen vanuit de katholieke hoek. Bij enkele duizenden van die jongeren is er sprake geweest van ernstig seksueel misbruik.
De kerk zegt van het misbruik te hebben afgeweten, maar dat de aanpak faalde. Men gebruikt het woord doofpot liever niet; men zegt dat men de vuile was niet wilde buiten hangen.

In totaal loopt het aantal slachtoffers van misbruik in de katholieke instellingen op tot enkele tienduizenden. De helft daarvan betreft terugkerend misbruik voor een gemiddelde periode van een jaar. De verhalen vanuit andere landen verschillen hier niet veel van. Kortom, er is nogal wat gaande geweest en er zijn nogal wat mensen die tot op de dag van vandaag gebukt gaan onder het trauma dat men destijds opliep.

Ik haal hier Ramsey Nasr nog een keer aan, welke deze wantoestanden vertaald heeft naar een gedicht.

Broeders van liefde

Probeer het eens. Je neemt een kind op schoot
zo’n ding dat nog doorschijnend is en broos
liefst blind of doof. Geslachtloos bijna.
Het zit daar maar, een zuiglam voor het oog.
Pak nu het hoofdje. Leid het zacht omlaag
tot aan de uitgang onzer naastenliefde.
Schuif het, prop het erdoor desnoods, niet bang zijn.
Vandaag mag het. Er zijn geen ouders bij.
Dit is de kracht van elk geloof.
Te groot om te bevatten stoot het vroeg of laat
tot daar waar wij ons soeverein nog dachten.
Ze zeggen: God werkt slechts met onze handen.
Wel God, dit kun je dan: een kind van acht
mishandelen en jaar na jaar verkrachten.

En ik weet het, het is een keihard gedicht, maar het past in mijn ogen ook goed bij die keiharde waarheid. Een beerput die geopend is, waarvan de bodem maar niet in zicht wil komen en aldoor meer gaat stinken. Bij het lezen van dit gedicht draait mijn  maag om bij de gedacht dat dit niet gebaseerd is op perverse fantasie, maar gewoon op de waarheid.

Ik heb het er al eens meer over gehad, over deze kwestie, het wangedrag van die katholieke patronen. Dat komt omdat het voor mij heel herkenbaar is. Ik heb een groot deel van mijn jeugd gesleten op een katholieke jongensschool welke gerund werd door de broeders van Huijbergen. De broeders die ‘Onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid’ in hun vaandel hebben staan. Die broeders waren niet alleen hardhandig waar het om straffen ging, maar in mijn geval ook handtastelijk. Zo handtastelijk zelfs dat ik nu nog weet hoe een zachte eeltloze broederhand voelt.

Ik weet nog dat ik met enige regelmaat, ik denk een keer per week, tijdens het lezen naast die broeder ‘mocht’ staan. Ik had daar een hekel aan, want die man wreef altijd over de binnenkant van mijn knieën. Hij vond dat schijnbaar leuk, maar ik vond dat niet prettig. In al mijn naïviteit las ik dan stug door, worstelde me door de tekst, en lette helemaal niet op die broeder die naast me zat en al helemaal niet op waarmee hij bezig was. Ik zei daar thuis niets van, want die man was ook een soort huisvriend van ons, hij kwam met enige regelmaat bij ons thuis over de vloer en nam cadeautjes voor me mee wanneer hij op reis was geweest. Dus nam ik het maar zoals het kwam. Ik kan nu niet echt zeggen dat het hier ging om seksueel geaarde handtastelijkheden, ik ga daar ook geen punt van maken verder, maar ik weet het nog, in tegenstelling tot andere zaken van mijn lagere school periode, als de dag van gisteren.

Ik ben blij dat het me bespaard is gebleven en ik ga geen uitspraken doen over hoe het anderen verging op die school tussen die broeders, maar telkens wanneer dit soort berichten in het nieuws komen moet ik daar aan denken. En weet je, ik ben daar vanaf het eerste moment niet door verrast, wel ontstemd, want het zou zomaar eens allemaal waar kunnen zijn.

Ik wens alle slachtoffers dan ook veel sterkte in het naar boven halen van de onderste steen.

 

 

Social Media & Onderwijs


Op 15 december 2011, in School, door Ron

Gisteren was ik bij de eerste vergadering van het Zeeuwse ICT-netwerk en wat mij gelijk opviel was het feit dat mensen niet alleen lekker zaten te kletsen bij het beginbakkie, maar dat men er ondertussen ook druk in de weer was met tablets, notebooks en mobiele telefoontjes. Jawel, dat kan men heel goed samen. En kletsen èn typen.
Omdat dit fenomeen me ook al was opgevallen bij de ICT-bijeenkomst in Utrecht en ik dat min of meer gekwalificeerd had als niet sociaal, begin ik nu toch langzaamaan aan mezelf te twijfelen. Ik geloof werkelijk waar dat ik een ouderwetse doos aan het worden ben. Jonge mensen hebben niet alleen maar oor en oog voor de mensen waartussen ze zich begeven, ondertussen wordt er ook druk op andere manieren gecommuniceerd met mensen die elders zijn. Dat gaat schijnbaar heel goed samen.

Ik merkte dat al een beetje toen ik twee jaar geleden met mijn zoon op vakantie was. Die telefoon was erg belangrijk voor hem en daaraan besteedde hij ook erg veel tijd. Heel snel allemaal en overal tussendoor. Het was opvallend en hoewel ik meer een persoon ben van oogcontact maken tijdens het gesprek, ik kijk zelfs over mijn zonnebril heen bij een gesprek op een zomerse dag, stoorde het me niet. Uiteindelijk bleek dat hij met zijn berichtjes het ‘thuisfront’ veel eerder en uitgebreider had geïnformeerd dan ik met mijn netbookje en twee-vinger-typkunsten.

Jawel, ik stam uit het tijdperk van de mechanische typmachines en correctiepapiertjes. Ook die hadden vastlopers, maar dan moest je de letters gewoon terugvouwen en je kon weer. Ik stam uit de tijd van de vloeistofduplicator, waarmee je papiertjes kon drukken en ik was al twintig voordat ik voor het eerst echt met een computer aan de slag ging. Ik stam uit een tijd met apparaten waarmee je nu een museum vullen kunt. Echt waar. En ik vind het nog heel wat dat ik het tot op heden allemaal nog bij heb kunnen benen. Ik ben hier op school zowat de modernste die er is, maar dat zegt helemaal niet zoveel over mij.

Ik merk dat ik ingelopen word en dat ik het straks waarschijnlijk een onmogelijke taak ga vinden om alles te kunnen blijven volgen. Er is zoveel aanbod, je kunt zoveel kanten op om met anderen in contact te komen.
Behalve dit blog, dat ik af en toe qua lay-out wat moderniseer, en wat forumberichtjes, is mijn arsenaal een eind op. Ik heb geen Hyves of Facebook. Ik twitter of ik ping niet. Ik heb een You-tube account en een G-plus. Ik heb wat dingetjes in de cloud staan, zeg nu eerlijk, dat klinkt toch ook al heel modern, maar ik heb de behoefte niet om dat allemaal te doen en ik vraag me af of ik daar ooit de tijd voor ga vinden om dat allemaal te doen. In ieder geval niet wanneer ik vasthoud aan mijn gebruikelijke communicatiemethode, want die geeft geen plaats aan twitteren tijdens een persoonlijk gesprek. Ik vind dat ongepast en ik begin te merken dat dit aan mij ligt. Mijn opvatting van sociaal gedrag wijkt sterk af van wat ik om me heen zie.

Aangezien de gemiddelde ouder van de kinderen van onze school ook steeds jonger wordt -nee, die worden niet jonger, maar het leeftijdsverschil met mij wordt steeds groter- zal hun manier van communiceren ongetwijfeld ook gaan veranderen. Hiermee houden we al rekening door verschillende zaken te mailen in plaats van stenciltjes (bestaat dat woord nog ?) of kopietjes mee te geven. We hebben een internetsite en we delen onze foto’s. Ik zie me ingedachten nog foto’s nummeren en met kneedgom op een papier plakken om ouders de kans te geven om ze na te bestellen. Dat is niet meer en dat is maar goed ook.

Vandaag heb ik een twitter-account geopend voor de school. Niet om melding te maken van hoe laat we bepaalde dingen doen of waarover we ons verbazen, maar om via tweets reminders neer te zetten waarvan wij denken dat dit voor ouders handig is om te weten. Als ouders graag op die manier op de hoogte gehouden willen worden, dan geven we dat een kans. Voor mij is het nieuw, maar ik hoefde er gelukkig niet al te lang op te studeren, het wijst de weg vanzelf.
Wanneer blijkt dat we over een paar maanden nog geen volgers hebben, dan haal ik de account uit de lucht.

Maar dan heb ik het toch geprobeerd hè ..

 

Verbazing


Op 12 december 2011, in School, door Ron

Ik heb er verder eigenlijk nog niets over geschreven, maar ik heb weer regelmatig lesgegeven. Zo verving ik vorige week Mariel nog die een beetje ziekjes was en een paar weken geleden heb ik twee dagen de groepen zes en zeven gedaan. Dat ga ik regelmatig doen, omdat Nancy iets teveel uren draait en gecompenseerd moet worden. Op deze manier houd ik toch wat ‘feeling’ met de werkvloer en ik kan niet zeggen dat ik er een hekel aan heb.

In de groepen zes en zeven gaf ik naast de gewone vakken zoals rekenen, taal en spelling ook geschiedenis. Alsof het zo uitgerekend was moest juist ik een les geven over de Griekse mythologie. Ik kan je vertellen dat die les behoorlijk uitgelopen is, want wanneer ik aan het vertellen ga over Zeus, Hades of Aphrodite, dan ben ik elk besef van tijd ver kwijt. De leerlingen vonden het niet erg en verklapten me dat dit één van hun leukste geschiedenislessen was.
Dat kwam natuurlijk vooral door de zoon van Aphrodite, Eros, die met zijn pijl en boog mensen verliefd maakte door hun hart te raken. Vandaar dat hartje met dat pijltje erdoor. Dat is een wetenschap die ze niet vergeten zullen na dat verhaal.

Maar het tijdens het lesgeven geniet ik nog het meeste van de mate waarin ik me kan verbazen. Misschien ben ik daarin zelf nog wel wat kinderlijk. Zo had ik laatst tussen mijn voorgebakken frieten een friet van zeker wel vijftien centimeter lang. Had ik een klas gehad dan had ik me daarover zeer zeker hardop verbaasd, waarop kinderen geheid geantwoord zouden hebben in de trand van: ‘Sowee meester, dat is boffen ! Zo’n lange friet zou ik ook wel willen’. Maar goed, ik heb normaal gesproken geen klas en wanneer ik deze opmerkelijke friet besproken zou hebben tijdens de teamlunch dan had men zich eens voorzichtig op het voorhoofd getikt. Dus heb ik er maar niet over gesproken.
Laatst verbaasde ik me tijdens de lunch hardop over de grootte van mijn banaan. Die was werkelijk waar enorm groot. Ik zal je maar besparen wat voor een ranzigheid ik daarop geantwoord kreeg van de teamleden.

Die kinderlijke spontaniteit van het meeverbazen mis ik soms wel eens ..

 

Blik op week 50


Op 11 december 2011, in Blik op de week, door Ron

Een briefje van vijftig euro illustreert deze week vijftig. Wanneer ik de financiële berichten zo eens peil word ik een beetje moedeloos en vrees ik voor het lot van de minderbedeelden onde ons. Het ziet er naar uit dat er nog eens tien miljard bezuinigd moet worden en dat gaat nu eenmaal makkelijker door zaken aan te pakken die door het rijk geregeld worden.
Ik denk dat ons niets anders rest dan spijt dat we destijds gegokt hebben op het succes van de euro. Het is nog maar de vraag wat je over een jaar of wat kunt kopen voor vijftig euro.

Neemt niet weg dat het leven gewoon doorgaat, recessie of niet, Laat ik maar eens kijken wat de agenda brengen gaat voor de aankomende week. Als ik me niet vergis is er elke dag wel iets extra’s.

Op maandag staat er ‘s avonds een ouderraadsvergadering gepland. Tenminste, dat denk ik, want mijn tablet geeft dat aan, maar mijn Google agenda niet. Wellicht heb ik dat ergens ingevoerd waar geen WIFI was en thuis heb ik hem nog niet aan gehad. Als het goed is zal de afspraak straks verschijnen in mijn internetagenda.
We gaan het met de ouderraad hebben over de Kerstviering en iets dat we moeten proberen te vermijden deze keer is het feit dat het eten, dat gemaakt wordt door de ouders, niet overvloedig wordt meegenomen. We kregen dat vorig jaar niet aangegeten met het gevolg dat we veel eten moesten weggooien. Dat was best een genante vertoning, beseffende dat niet iedereen zich met Kerstmis zoveel eten kan permitteren.

Dinsdagochtend zit ik in Wilhelminadorp vanwege een bespreking over mijn managementrapportage en dinsdagmiddag hebben we een nascholingsbijeenkomst voor het team. Het hele team volgt, in samenwerking met het team uit Kortgene, les in het werken met een extra module van ons administratieprogramma. Het is een module voor het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen en zal ons oude volgsysteem, waarover we verre van tevreden waren, vervangen.
‘s Avonds heb ik een fractie-overleg voor de raadsveradering van donderdagavond en ik zal me een beetje moeten laten bijpraten, want tijdens de eerste vergadering van deze maand heb ik het af moeten laten weten vanwege de griep (waarvan ik overigens nog steeds niet uitgehoest en uitgesnotterd ben).

Woensdagmiddag zit ik voor de eerste keer het Zeeuwse ICT-netwerk voor. Ik ben benieuwd en laat het maar een beetje gebeuren, het is immers voor mij ook nog wat oriënteren. Ik heb de vergadering dan ook niet zelf voorbereid, dat heeft iemand anders gedaan. Na het overleg van woensdag zal ik dat zelf gaan doen.
Op woensdagavond heb ik mijn tijd lang vrijgehouden voor een overleg met mensen die met ons wilden spreken over de toekomst van de Katse haven, maar daar hoor ik niets meer van, dus heb ik daar een evaluatievergadering met het oranjecomité gepland. Die ging vorige week niet meer door. Dat kwam mij best goed uit, zo kon ik toch het wat voorproeven van het Kerstdiner van mijn zoon. Ik kan je vertellen dat het heerlijk wordt. Ik heb alleen geen idee of ik er ga eten met Kerst. Ik ben niet zo’n plannenmaker, ik zie het wel.

Donderdag heb ik na schooltijd een ICT-overleg in Kattendijke. Ik ben benieuwd hoeveel mensen er gaan komen. Er zijn wat afmeldingen en een aantal is ziek. Toch zijn er belangrijke zaken waarover gesproken moet worden.
‘s Avonds heb ik om kwart voor zeven een vergadering van het presidium en daarna een raadsvergadering met de presentatie van de plannen van de dorpsvereniging Colijnsplaat. Die heb ik al gezien, maar ben benieuwd of er nog zaken bijgesteld zijn naar aanleiding van hun eerdere presentaties. Het is een ambitieus plan waarbij je je vooral niet moet laten afleiden door zaken die welhaast onmogelijk zijn (zoals het verleggen van een Oosterscheldedijk bijvoorbeeld), maar waarbij je vooral aandacht moet hebben voor de mogelijkheden.
Die donderdag wordt dus echt een dagje voor vergadertijgers.

Op vrijdag staat er een ADV gepland, maar ik denk niet dat ik hem neem. De groepen vijf en zes zijn die ochtend uitgenodigd voor een uurtje schaatsen in Kortgene en misschien stap ik wel even mee in de bus. Niet om te schaatsen, maar meer om een indruk te krijgen van het evenement. Ook moeten er nog zaken aangepast worden in onze schoolgids en dat zal ik die dag samen met Berlinda doen. De inspectie had wat op- en aanmerkingen die eenvoudig aangepast kunnen worden, maar je moet er wel even voor gaan zitten. Iets overnemen uit de schoolgidsen van de collegascholen heeft geen zin, daarin staat hetzelfde vermeld als in die van onze school.

Een lekker druk weekje dus, die week vijftig, maar niet bijzonder moeilijk. Mijn weekend was rustig. Ik heb wat gesjouwd met de Combo en de leidingen achter mijn televisie nu eens eindelijk goed gelegd. Sinds ik digitale televisie kijk heb ik voor het gemak de antennekabel gelijk in de wandcontactdoos gestopt voor een optimaal signaal, maar daarmee verviel het signaal voor de televisie in mijn steetje. En dat horizontaal televisie kijken miste ik best wel een beetje. Nu is alles weer in orde en kan ik voor het slapen gaan nog even een stukje televisie kijken. Ook op de zondagochtend is dat een genot. Dat vind ik dan hè.

 

Homoles


Op 9 december 2011, in School, door Ron

Met verbijstering hoorde ik gisterochtend op de radio dat minister van Bijsterveldt, na jarenlang aandringen, overstag zou zijn gegaan en het tijd vindt dat er op scholen homolessen worden gegeven. Dit om de acceptatie van de andersgeaardheid te vergroten om zodoende het zelfmoordcijfer onder deze doelgroep te verlagen en het wegpesten uit buurten tegen te gaan.
Belangengroeperingen zijn blij met deze beslissing, zo laat het COC weten, het bevordert de integratie van homoseksualiteit in de samenleving.

Nu hoor ik je denken: ‘Wat is er nu zo verbijsterend aan dit bericht ? Waar stoor je je aan ?’ Nou, ik verbaas me er telkens weer over dat er met het meeste gemak allerlei maatschappelijke problemen op het bordje van de school worden gewimpeld, waarna politici kunnen zeggen dat dit de ernst van het probleem op een positieve manier zou kunnen beïnvloeden.
Er worden nu al verschillende maatschappelijke problemen in het lesprogramma opgenomen. Zo kennen we al een aantal jaren de term ‘Goed burgerschap’, waarmee bedoeld wordt dat we onze leerlingen de basiskennis, de vaardigheden en de houding bijbrengen om een actieve rol te spelen in de eigen leefomgeving en de samenleving. Daarin zit onder andere aandacht voor democratie, mensenrechten, duurzaamheid, conflicthantering, sociale verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid en het omgaan met maatschappelijke diversiteit. Zaken waarvan ik denk dat die niet alleen op school centraal zouden moeten staan, maar ook thuis. Wij kunnen kinderen wel bijbrengen wat algemeen gewenst is, dat doen we dan ook, maar dat kan zomaar in de thuissituatie teniet worden gedaan, omdat daar anders gedacht wordt. Het effect van onze aandacht aan dit soort zaken is twijfelachtig te noemen zonder de steun van van deze thuissituatie.
Maar goed, aandacht voor goed burgerschap, daaraan moeten wij voldoen en daarop worden wij gecontroleerd door de onderwijsinspectie.

Daarnaast worden er maatschappelijke problemen onder de aandacht gebracht die een negatieve invloed zouden kunnen hebben op de uiteindelijke zelfredzaamheid van onze leerlingen. Alcoholverslaving, drugsgebruik, vuurwerkgevaren, digitaal pesten, huiselijk geweld, racisme, vrijheid, afvalscheiding, het heeft allemaal de aandacht, al dan niet door de overheid gestuurd.
Wie denkt dat scholen bedoeld zijn voor het leren lezen, schrijven of rekenen heeft eveneens gelijk, want dan doen we ook . Dat is onze ‘core business’, maar kun je je een beetje voorstellen dat leerkrachten wel eens een beetje zuchten bij de gedachte aan hetgeen er allemaal extra op hun af komt ? Ik wel.

En nu dus, worden homolessen verplicht op de scholen. Het moet niet gekker worden. En waar moeten we dat dan onder scharen ? Onder de seksuele voorlichting of actief burgerschap ?
Zullen we het onder seksuele voorlichting doen ? Dan schenken we gelijk nog even aandacht aan erectieproblemen, do’s en dont’s van stimuli en geven we ook nog wat ontharingstips mee, altijd goed om te weten.
We kunnen het ook bij burgerschap behandelen. Kies maar. Dan schenken we gelijk wat aandacht aan andere groeperingen die zich niet begrepen zouden kunnen voelen en maatschappelijke problemen ondervinden en dientengevolge mogelijk gepest zouden kunnen worden om zichzelf daarna mogelijk van het leven zouden kunnen beroven. Mankepootjes, doven en slechthorenden, stotteraars, loenzers of incontinenten. Ze zouden allemaal een moment van aandacht op kunnen eisen.

Natuurlijk chargeer ik het nu, maar ik probeer alleen maar aan te geven dat het eind zoek is. Dat we leerlingen gaan overladen met allerlei maatschappelijke problemen waardoor het onmogelijk wordt om zaken scherp te krijgen en dat er een risico zou kunnen ontstaan dat kinderen die zich nergens in herkennen, omdat de problematiek zich niet bij hen of in hun omgeving voordoet, zich anders gaan voelen.

Wij moeten de kinderen waarschuwen voor de mogelijke bedreigingen die ze op hun maatschappelijk pad tegen zouden kunnen komen en waarvan we bang zijn dat ze erdoor verleid zouden worden, zoals alcohol, drugs of roken. We moeten hen waarschuwen voor het effect van zaken die er in eerste instantie onschuldig uitzien maar die vergaande fysieke schade aan zouden kunnen richten zoals vuurwerk. Dat is ons werk.
Homoseksualiteit is geen bedreiging en ik vraag me dan ook af of het een plaats verdient in ons onderwijsprogramma. Dat zou zomaar per school verschillend kunnen zijn, dat ligt aan de actualiteit, waarmee het opleggen van homolessen mij uiterst dubieus in de oren klinkt.

Op onze school mag je anders zijn, mag je anders denken. Dat is een breed gedragen uitgangspunt van ons team. Daarmee weten wij als geen ander dat je het anders mogen zijn niet bevordert door de nadruk te leggen op het anders mogen zijn. Dat zou zomaar een averechts effect kunnen hebben. Dit geldt naar mijn mening ook voor tal van andere zaken, waaronder homoseksualiteit.

 

Blik op week 49


Op 5 december 2011, in Blik op de week, door Ron

Vandaag, eigenlijk gistermiddag al, ben ik weer begonnen. Eindelijk. Weliswaar nog met de nodige snotterijen en hoestpartijen, maar ik ben er en dat telt.
Zoals verwacht is het razenddruk met allerlei inhaalwerkzaamheden, zodat ik me de komende dagen niet vervelen hoef.
Natuurlijk vind ik nog even tijd om met een bakje koffie de komende week door te nemen.

Tot mijn grote verbazing moest ik op zoek naar een plaatje met nummer negenenveertig. Het duurt niet meer lang voordat het kalenderjaar om is. Het gaat rap.

Op maandag, vandaag dus, staat er niet veel gepland. Ik moet een agenda maken voor een ICT-overleg in de volgende week, maar dat doe ik morgen na een overleg met de algemeen directeur. Ook op het gebied van ICT valt er nog wat voordeel te behalen, bijvoorbeeld wanneer we zouden overschakelen naar eenvoudigere netwerkstructuren.

Dinsdagochtend zit ik in het bestuurskantoor voor een overleg over het geplande onderhoud aan onze school. Vanuit de gemeente heb ik gehoord dat de radiatoren vervangen kunnen worden, dat er een buitenberginkje aangepakt kan worden en dat de buitenkozijnen vervangen mogen worden. Dat is nogal wat en daarover moet nauwkeurig overlegd worden om overlast voor ons onderwijs te voorkomen. Ook zijn er nog wat zaken die gedaan hadden moeten worden, maar die nog niet zijn uitgevoerd.
‘s Middags heb ik een overleg over tussenschoolse opvang in het kantoor van de kinderopvang in Goes. De vraag zal zijn hoe het verantwoord goedkoper kan en het liefst op een manier waarmee we niet uit de pas gaan lopen met andere scholen.

Op woensdagavond draait het er nog een beetje om. In principe staat er een evaluatiebijeenkomst van het oranjecomité, maar gisteren vroeg mijn zoon of ik zin had om het Kerstmenu te komen voorproeven en te helpen met de keuze van de begeleidende wijn. Daarvoor komt speciaal iemand met verstand van wijnen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit een erg leuke uitnodiging vond en dat het mij heeft doen twijfelen om de principeafspraak die al in mijn agenda stond te verzetten. Maar zo steek ik eigenlijk niet in elkaar. De afspraak die er het eerst stond heeft voorrang. Ik kan alleen maar hopen dat hij niet doorgaat.

Op donderdagmiddag zit ik weer in Wilhelminadorp. Dit keer voor een overleg over hoogbegaafdheid. Daarmee zijn we al een heel eind, er wordt al anders gewerkt met deze leerlingen. Die middag gaan we kijken hoe het op andere scholen binnen de stichting geregeld is. Wellicht kunnen we nog iets van elkaar leren.
‘s Avonds heb ik een cursus vanuit de gemeente en die heeft alles te maken met het raadswerk. De cursustitel is ‘Duale rolinvulling’, maar meer weet ik er ook niet van. Laten we hopen dat we er wat van opsteken, anders zou het zonde van de tijd zijn.

Op vrijdag staat er niets, zodat ik die dag mooi als overloop kan gebruiken voor zaken die ik in de loop van de week niet red. Laat maar komen deze week, ik ben er klaar voor.

Er zijn mensen die mij gevraagd hebben hoe het toch gaat met mijn gesprekken met ouders uit een naburig dorp, zoals ik dat altijd zo netjes omschrijf. Dat gaat goed hoor. Om te beginnen is zo’n gesprek altijd vrijblijvend. Een beetje sfeer proeven, een beetje rondkijken en wat praten over de eventuele problemen die er zijn of de afwegingen die gemaakt worden. Ouders willen zich oriënteren binnen het onderwijsaanbod in hun buurt.
Ik laat de keuze geheel aan de ouders. Het is immers hun kind en daarvoor moet men de juiste keuze maken. Je wilt aan de ene kant het beste voor je kind, aan de andere kant wil je ook met een gerust en vertrouwd gevoel je kind achterlaten.
Ik heb het vermoeden dat ouders dat bij ons vinden, want naast de reguliere instroom aan kinderen kunnen we dit schooljaar nu al rekenen op vijf tot zes leerlingen extra uit de naburige dorpen. Daar zijn we blij mee en dat mag je best weten.