Techniek in de keuken


Op 21 juli 2013, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Een gadgetfreak als ik is altijd geboeid door allerlei snufjes op het gebied van techniek. Zo heb ik wel minimaal een keer per jaar een nieuwe telefoon, zoek ik naar manieren om in huis allerlei zaken draadloos met elkaar te laten werken, zodat ik overal van mijn muziek kan genieten of verdiep ik me in de mogelijkheden van computers of tablets, al dan niet gerelateerd aan onderwijs.
Ik vind dat leuk, zolang ik het nut van de toepassing maar zie. Zo kan je aan mij geen ultramoderne stappenteller kwijt, daar kan ik niets mee. Een ander wellicht wel. Ik houd van snufjes zolang het voor mij bruikbaar is.

Ik ben niet echt een top kok, maar koken doe ik graag en echt wel gepassioneerd. Iets dat ik waarschijnlijk van mijn moeder heb meegekregen en dat ik met dezelfde waarschijnlijkheid aan mijn zoon heb doorgegeven. En ook in de keuken kun je gebruik maken van allerlei technieken.

Net als mijn moeder ben ik begonnen om op aardgas te koken, maar toen ik dit kleine huisje aan de dijk betrok was er geen gasaansluiting (nu nog niet trouwens) en bediende ik me van elektrische kookplaten. Je ziet ze nog wel, van die stalen ronde platen, die dan warm worden. Daar heb ik lang op gekookt. In het begin was dat wel even wennen, want elektrisch koken is toch anders dan op gas. Zo duurt het langer voordat je plaat heet is en zit je met een grote hoeveelheid restwarmte, waarvan je gebruik moet leren maken. Als je dat door hebt is elektrisch koken een goed alternatief.

Maar het meest was ik nog wel gefascineerd door het fenomeen: magnetron. Ik kocht mijn eerste aan het eind van de jaren tachtig en kon me enorm verbazen over het feit dat water warm werd zonder dat daar vuur of hitte aan te pas kwam. Later bediende ik me van magnetrons die zowel konden koken als bakken of grillen. En ik moet zeggen dat ik daar ondertussen heel bedreven in ben geworden. Ik pluk daar elke drukke werkdag de vruchten van.

Toen ik halverwege de jaren negentig mijn keuken verbouwde besloot ik over te stappen naar elektrisch koken op een keramische plaat. Omdat ik daarnaast een goede magnetron had, een inbouwfrituur en een contactgril, leek mij een tweepits plaat meer dan genoeg. Dat was ook meer dan genoeg. Ook met deze ‘vooruitgang’ was ik erg blij. Sfeervolle warmte-elementen onder een glasplaat die ook nog eens makkelijk schoon te houden is. Maar na een aantal jaren krijgt zo’n plaat ook gebruikssporen, omdat er toch vanalles over de pan heen gaat en wat inbrandt op die hete platen. Tot vorige week deed het apparaat het fantastisch, maar op een gegeven moment sloeg de thermostaat niet meer aan en bleef dat ding maar opwarmen. De spanning eraf was de enige oplossing. Na bijna twintig jaar trouwe dienst is het ding in de milieustraat beland. Best jammer, want het was een stijlvolle plaat.

Dus ja, wat nu ? Ik heb de overstap naar inductie gemaakt en ook daarover verbaas ik me. Net als bij de magnetron komt er geen gegloei aan te pas. Geen vuur, niets. Alleen maar elektriciteit. De plaat herkent de pan, oordeelt of die wel of niet geschikt is voor die manier van koken en warmt de pan alleen op daar waar hij staat. Kijk, dat vind ik leuk en vernuftig. Maar ook hiermee moet ik weer leren koken, want het is zo direct als gas en geeft geen restwarmte. In no-time is je eten warm en voordat je het weet gaat het te hard. Een bijkomende luxe is dat je de temperatuur van je eten in kunt stellen. Zolang dat zestig graden (warm houden) of tachtig graden (sudderen) is, kan er niets gebeuren.

Wat is de techniek nu zo ongeveer van dat inductie koken hè. Kijk, gas is gewoon verbrandingswarmte en vergelijkbaar met een houtvuurtje. De pan wordt warm en daardoor je eten ook. Een magnetron gebruikt gecontroleerde radiostraling om de moleculen in je eten (voornamelijk van water) snel te laten bewegen, zodat er een wrijvingswarmte ontstaat. Je eten wordt warm en daardoor later ook je kookgerei. Daar is veel over te doen geweest, maar uiteindelijk veilig verklaard.
Elektrisch koken is in principe ook wrijvingswarmte maar dan in een metalen spiraal, het verwarmingselement. Dat werkt ongeveer als de oude gloeilamp. Je stuurt stroom door een spiraaltje en de lamp brandt, maar wordt ook heet. Deze techniek zie je veel terug in bijvoorbeeld waterkokers, grills of gourmetstellen.

De techniek van inductie is ook gebaseerd op wrijvingswarmte, maar dan anders. Als je dacht dat het een moderne techniek is, dan heb je het mis. Inductie is al aan het begin van de vorige eeuw uitgevonden. Inductie werkt met een snel bewegend magnetische veld. Dat wordt opgewekt door spoelen onder je glasplaat en wordt overgedragen aan de metalen pan op je glasplaat. Daarbij komt geen warmte vrij. Er komt warmte vrij in de bodem van de pan, waarin door dat snel wisselende magnetische veld wrijvingswarmte ontstaat. Voorwaarde is wel dat je pan gevoelig moet zijn voor magnetische velden, hetgeen eenvoudig te controleren is met een magneet. Dus ook hier wordt de pan heet en daardoor ook je voedsel. De kookplaat zelf wordt niet direct heet, want er gaat alleen een magnetisch veld doorheen. Toch kan de plaat, vanwege de hete pan erop, warm worden.
Ook dit is veilig verklaard, alhoewel mobiel bellen gestoord kan worden en mensen met een pacemaker advies moeten vragen aan hun arts.

Ik vind het alleen maar mooi en wonderbaarlijk. Dat dit kan. Koken zonder vuur.
Ongezellig is het dan weer wel. Geen vlammetjes of rode gloed; het is een beetje een klinisch gebeuren.
Bijkomend lollig, tenminste dat vind ik, is dat je jezelf weer eens kunt trakteren op nieuwe pannen. Mijn mooie pannenset bleek, ondanks het predicaat stainless steel, niet geschikt te zijn voor inductie koken.

Jawel, techniek is mooi. Ook in de keuken ..

 

Extremisme


Op 11 juli 2013, in Opmerkelijk, door Ron

Gisteren was het uitgebreid in het nieuws en ook Nu.nl kopte het nieuws op internet: ‘Nu ook rode hond op een school in de ‘Bible Belt’. De ‘Bible Belt’ is een strook in Nederland, lopend vanuit Groningen, dwars door Nederland tot in Zeeland, waar veel mensen wonen die gereformeerd zijn. Zogenaamde bevindelijk gereformeerden, die wij beter kennen als aanhangers van de ‘Zwarte kousenkerk’.

Eens in de zoveel tijd steekt er in dat gebied een ziekte de kop op, waarvoor de meeste kinderen en de meesten onder ons ingeënt zijn. Zo kennen ze daar regelmatig een mazelen- of rode hond-epidemie. Begin jaren negentig zelfs een polio-uitbraak waardoor heel Nederland werd opgeschrikt en er naarstig gezocht werd naar bewijzen van inenting. Ik heb destijds ook met het thuisfront contact gehad om me ervan te vergewissen dat ik ingeënt was. Want polio is geen ziekte die je graag zou willen krijgen. Mazelen, bof of rode hond ook niet trouwens. Hoewel de laatste drie te boek staan als vrij onschuldig, kunnen ze toch nare gevolgen hebben bij mensen met een sterk verminderde weerstand.

Deelnemen aan een inentingsprogramma is niet verplicht in Nederland, daar ben je als ouder vrij in. Anders is dat met bezoeken aan het buitenland, dan ben je in sommige gevallen wel verplicht om je in te laten enten en krijg je daarvoor zelfs een apart paspoort. Anders kom je dat land niet in.
Waarom de deelname aan een landelijk inentingsprogramma niet verplicht is, dat weet ik niet. De politiek heeft hierin niet voorzien en wil dat misschien ook wel niet. Dat is vreemd, want je bent hier in Nederland heel veel dingen verplicht en de reden voor de meeste van die verplichtingen is vrij simpel: vanwege de openbare veiligheid, de veiligheid of de gezondheid van anderen.

Nederland wordt aangemerkt als een vrij land. Je mag anders zijn, je mag anders denken en zo sta ik ook in het leven. Die diversiteit maakt het leven vaak zo waardevol. Met het verschil van ieders opvattingen krijg je van dichtbij te maken wanneer je aan politiek doet. Bij de behandeling van diverse zaken in onze gemeenteraad wordt er steeds met andere ogen naar bepaalde aspecten gekeken. Dat is mooi, zo hoort het ook te gaan, daarvoor ben je immers in die raad gekozen.
En als je zo al die afwegingen hoort, dan kun je dat meestal wel begrijpen van die partij of die fractie. En als ik het niet begrijp, jawel dat komt ook voor, dan probeer ik op zijn minst toch enig respect op te brengen voor andermans mening. Hoe tenenkrommend bepaalde uitspraken ook kunnen zijn.
Alle uitspraken die verwijzen naar een bepaald geloof, verwerp ik het liefst, maar toch houd ik mijn mond. Opmerkingen die in de richting gaan van het feit dat vrouwen nu eenmaal voor kinderen moeten zorgen, vind ik uiterst dubieus. Ik heb immers het tegenovergestelde meegemaakt. Toch houd ik mijn mond en troost me met de gedachte dat wanneer die vrouwen er ook zo over denken, er niets aan de hand is. Respect voor zulk soort uitspraken moet van heel ver komen bij mij.

Geen enkel respect, maar dan ook geen enkel respect of begrip kan ik opbrengen voor mensen die hun kinderen onthouden van deelname aan een inentingsprogramma. En niet omdat dit wordt ingegeven door een bepaalde religie. Daarin is men vrij te geloven wat men wil. Minder begrip heb ik voor het feit dat volwassenen, met steun van deze religieuze opvatting, deze beslissing maken voor hun kinderen, met alle narigheid van dien. Dat een hogere macht dan maar moet uitmaken hoe het je kind verder vergaat.
Geen begrip heb ik voor het feit dat een groep extremistische geloofsaanhangers de gezondheid van allen die hun geloof niet aanhangen mede op het spel kunnen zetten. Hier houden voor mij de grenzen van vrijheid van geloof op. Zoals moslims aangepakt moeten worden vanwege het uiten van extremistisch gedrag waarvan anderen de dupe worden, moet deze groep mensen ook aangepakt worden voor het willens en wetens in gevaar brengen van de gezondheid van anderen, voornamelijk jonge kinderen, zwangere vrouwen en verzwakte ouderen.

Nederland is een samenleving. Een samenleving met regels en wetten om die samenleving zo prettig mogelijk te maken. Daarin zou geen plaats moeten kunnen zijn voor arrogant egoïsme. Veel mensen denken daar ook zo over.
Waar we de mond vol hebben van hulp aan ontwikkelingsgebieden, medische hulp of inentingsprogramma’s, wordt dit exces vervolgens in eigen land vervolgens toegelaten.

 

Elektrisch roken


Op 2 juli 2013, in Opmerkelijk, door Ron

Nou, dit is ‘m dan, de elektronische sigaret ofwel de e-cigarette. Er was de laatste tijd zoveel over te doen, dat ik er een beetje nieuwsgierig van werd. Enerzijds gefascineerd door  een stukje vernuftige elektronica, anderzijds benieuwd naar het effect en de smaak van dit ding.

Zondag had ik met mijn zoon afgesproken dat we hem van de week zouden proberen. Het zou immers een ideale oplossing zijn voor alle gelegenheden waarbij het niet wenselijk is om te roken en ik had al eens voorzichtig geknipoogd naar een fikse periode zonder ‘echte’ tabak. Het ding produceert alleen maar waterdamp.
Enfin, vandaag kwam er een pakketje rookwaar. Eén navulbaar exemplaar en een aantal wegwerpexemplaren. Tijd voor de test.

Hoe het werkt ? Het is eigenlijk een rookmachientje in het klein. Weet je wel, van die apparaten waarmee je een discovloer in de wolken zet. Het apparaat bevat alleen een batterij, een atomizer (een soort gloeispiraaltje) en vloeistof met een smaakje. Onze wegwerp testmodellen hadden een nagemaakte sigarettensmaak.

En dan is dat toch wel gek voor een doorgewinterde roker. Geen pakje trekken, geen vloeitje rollen, maar gewoon dat ding in je mond stoppen en eraan zuigen. Er komt geen aansteker aan te pas. Aan het uiteinde gaat er een blauw lampje branden als je eraan zuigt en wonderlijk genoeg komt er rook in je mond. Het ding wordt niet warm, want je kunt hem na gebruik direct weer in je binnenzak stoppen. Eén wegwerpsigaret geeft ongeveer vijfhonderd trekjes en is daarmee vergelijkbaar met twee pakjes sigaretten waar er vijfentwintig in zitten. Qua prijs komt dat ongeveer overeen.

De smaak van de sigaret was redelijk. Eigenlijk vergelijkbaar met het goedkoop soort sigaret dat je in het buitenland koopt wanneer ze je merk niet hebben. De sleur viel niet tegen en dat had ik niet gedacht. Sleur is de benaming voor de mate van het inhaleringseffect. Het is dus anders dan wanneer je met je hoofd boven de hete soep hangt.
Mijn zoon vond het redelijk lekker. Hij was al overgestapt naar de vanille-sigaartjes en houdt wel van een smaakje. Ik vind dat het het niet haalt bij een echte (handgerolde) sigaret, maar dat zit hem wellicht ook wel in de kaalheid van het elektronisch roken. Geen vlammetje, geen as in de asbak, geen hangende rook in de buurt.

Aan de andere kant: geen vuurtje hoeven te vragen, geen vallende vonken op je kleding, geen ontsnapte peuk op je automat, geen overvolle asbakken, geen stinkende kleding, geen gele haren en geen mistige kamer. Daarbij komt dat de omgeving van jouw gehobby geen last heeft. Je ruikt het niet en de rook blijft niet hangen. En als je al iets ruikt, komt dat het dichtst in de buurt van een hete kop bosvruchtenthee.

Al met al vind ik het niet overtuigend. Jawel, er zijn heel veel voors, maar ik vind het een ongezellig gedoe. Misschien is het een goed alternatief voor in de auto of misschien moest ik nog wat andere smaakjes uitproberen. In de navulbare uitvoering zit nu iets met mango en dat proeft wat snoeperig, maar het is natuurlijk geen Van Nelle.

Of het kwaad kan voor je gezondheid, daarover zijn de geleerden het nog niet eens. Ik ben het wel met hen eens dat de handeling kinderen te snel zou aanzetten tot gewoon roken. Niks voor kinderen dus. De rook zou niet meer zijn dan de damp welke men in discotheken en op toneel gebruikt en daaraan zitten dan wat smaakstoffen die een normaal e-nummer hebben en zich ook in snoepjes bevinden. Maar goed, niemand gaat snoep roken natuurlijk.

Maar het staat vast buiten kijf dat het beter voor je is dan gewoon roken.
Laten we zo zeggen: ik gooi de handel nog niet weg …