Mieren


Op 29 juni 2014, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Op ons dijkje hebben ze ooit de monumentale oude bomen vervangen voor leilindes. Van die bomen die geleid en geleidelijk naar elkaar toegroeien om zo een sierlijk geheel te vormen. Dat is op ons dijkje niet helemaal gelukt; de bomen willen elkaar maar niet raken. De leidraden zijn voor het gemak maar weggehaald.

Op zich is er niets mis mee met die bomen, maar op de één of andere manier schijnen ze een delicatesse te zijn voor bladluizen, die zich te goed doen aan de sappige bladeren. Daarbij scheiden ze een zoete stof af, honingdauw heet dat met een mooi woord, dat lekker uit die bomen druipt. Op de straat, op de stoep en op de auto. Wanneer je er een pasgewassen auto onder parkeert, zit die in no-time onder de kleine spikkeltjes. Na een paar dagen gaat je auto plakken en is het een gewild object voor strontvliegen met als nadeel dat, wanneer je even je voordeur open hebt staan, je binnen te maken krijgt met die beestjes, die wild brommend hun padje terug zoeken en ondertussen even uitrusten op je gemarineerde barbecuevlees. Om maar een voorbeeld te noemen.

Wanneer je goed op de stammen van die leilindes studeert, merk je dat het een komen en gaan is van mieren. Die mieren zijn namelijk ook gek op die honingdauw en gaan en-masse de boom in om die luizen te ‘melken’. Jawel, zo heet dat echt. Deze zwarte wegmieren hebben hun holletjes tussen de stenen op de weg en wel voor mijn voordeur. Dat is helemaal niet erg wanneer ze zich blijven concentreren op die bomen, maar wanneer ze een weg naar binnen hebben gevonden wordt het een ander verhaal.

Kijk, zo af en toe eens een mier binnen vind ik helemaal geen probleem, maar wanneer ze al hun makkertjes meenemen is dat iets minder leuk. En zo viel mij vorige week nogal wat zand op achter de drempel in mijn gang. Dat werd aldoor meer en meer en daarna zag ik dat de mieren zich een weg gebaand hadden naar mijn gang onder de drempel door. Het eco mierenlokdoosje dat ik eerder dit jaar had geplaatst heeft dus niet de juiste uitwerking gehad. Waarschijnlijk wel gelokt, maar daar bleef het bij. Nu ging dat doosje schuil onder het zand.

Vorig jaar ben ik ook al diverse malen de strijd aangegaan met dit ongemak. En dat waren helemaal geen eco-manieren, maar dat ging, heel onvriendelijk, op de manier zoals mijn oma dat plachte te doen. Kokend water, liters kokend water. En als mijn oma dan ten einde raad werd, stapte ze over op bleekwater. Laat ik zeggen, ik heb destijds wat van die dingen geprobeerd, maar zonder succes.

Gisteren heb ik iets anders geprobeerd, een zogenaamd mierenbuffet. Navulbare afgesloten kleine schaaltjes waarin de mieren een lekkere vloeistof vinden, die ze dan meenemen naar hun nest, waar dan hopelijk een uitroeiproces wordt opgestart. Vanmorgen zag ik dat één van de schaaltjes leeg was en was er geen mier meer te bekennen. Ik ga niet te vroeg juichen, maar schijnbaar helpt dit. Wanneer ik na een week nog steeds mierenvrij ben, kunnen de schaaltjes weg. Ik wacht het even af.

Dan ga ik me maar eens opmaken voor een nieuwe week. Maandag heb ik een hele dag studiedag met het team in Kloetinge. Dinsdagmiddag begin ik aan mijn vierde revalidatiemoment van de achttien. Woensdagmiddag ben ik te gast bij de wethouder van de gemeente Goes en ga ik ‘s avonds bij een collega-directeur op bezoek (als ik dat red). Donderdagavond heb ik een MR-vergadering in Wissenkerke (als ik dat red) en vrijdagmiddag ga ik weer naar de revalidatie. Of dat leuk is, die revalidatie ? Ik vind het helemaal niets, maar ik heb het mezelf opgelegd. Ik moet het doen.

Gisteren kreeg ik nog een verlaat Vaderdag cadeautje van mijn kleinzoon. Twee lijstjes met een foto van de kleine erin. De foto’s had ik zelf gemaakt, maar het is leuk om dat uit handen van je kleinzoontje te krijgen.

Wacht ik zal een online album met je delen. Dan kun je zelf eens kijken naar die kleinzoon van me.

Klik hier voor een kijkje in mijn Nikon-album.
Als je op een foto klikt, zie je hem vergroot en het duurt even voordat de foto scherp is.
Knopje midden onderin geeft je een slide-show …

 

Mastreech


Op 22 juni 2014, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Oké,  het is geen superfoto, maar zie het maar als een bewijs van aanwezigheid in het mooie Maastricht. Hij is genomen op het Vrijthof, waar onze stadswandeling eindigde, want afgelopen vrijdag vertrokken wij met een deel van de gemeenteraad, wat MT-leden, wethouders en een paar oud-gedienden aan een raadsexcursie naar Maastricht of, zoals ze dat daar zelf zeggen, Mastreech.
Ik was één van de oud-gedienden, omdat er wat (inmiddels gereserveerde) plaatsen vrijkwamen nadat duidelijk werd dat één van de fracties of fractieleiders bedankte voor de deelname. De reden weet ik niet precies, maar ik kan wel wat bedenken.

Vanuit mijn oude raadsperiodes weet ik dat het niet ongebruikelijk is om een excursie te organiseren voor de gehele raad, wethouders en MT-leden. De reden daarvoor is tweeërlei: aan de ene kant is het leerzaam om eens bij een andere gemeente in de keuken te kijken en je te vergewissen van hetgeen er daar allemaal speelt en aan de andere kant is het een mooie gelegenheid om elkaar wat beter te leren kennen, want je gaat toch vier jaar met elkaar op de bres om het beste voor je burgers voor elkaar te krijgen. Tenminste, zo zie ik dat.

En zo kwam het dus dat ik gebruik kon maken van dat buitenkansje, ik zie het eigenlijk meer als een soort reünie, om mee in te stappen richting Limburg. Tegen het middaguur arriveerden we daar en bezochten we de markt met het oude raadhuis. Na een uitgebreide koffietafel in Restaurant Minkelers met Limburgse vlaaien, natuurlijk, vertrokken we naar het nabijgelegen nieuwe gemeentehuis met een prachtig terras met uitzicht over de diverse bruggen en Maastricht Oost, waar volgens de overlevering de ‘wieckers’ plachten te wonen. Want je hebt/had Wieckers en Maastrichtenaren.

Het gemeentehuis van Maastricht vind ik aan de buitenzijde geen architectonisch hoogstandje, maar van binnen mag het er zijn. Burgemeester Onno Hoes was er niet. Dat had ik wel gedacht. Een afvaardiging van de gemeenteraad van een gemeente van amper zevenduizend inwoners heeft hem niet over kunnen halen om een andere afspraak te verzetten. Gelukkig deed de griffier het ook aardig en vertelde ons de ins en outs van het coffeeshopbeleid. Een langslepende kwestie, waarvan ik denk dat het vechten tegen de bierkaai is. Overlast bestrijden van bezoekende en gebruikende drugstoeristen en het minimaliseren van de straathandel is de inzet van het huidige beleid. Naar mijn mening zijn ze daar nog wel even bezig met die materie.

Na een drankje aan de Maaspromenade maakten we een rondvaart over de Maas. Tot aan de Sint Pietersberg en weer terug. Er was een commentaarstem, maar die was niet te horen door het motorgeronk. Alleen mensen die direct onder de luidsprekers zaten, konden daar wat van meepikken. Binnen was het wel goed te horen, maar het weer was dusdanig dat een plaatsje op het achterdek erg aantrekkelijk was.

Na de rondvaart was het tijd om in te checken in het Townhouse Hotel. Een erg leuk en relaxt hotel met een Green Key Eco-label. Daar merk je verder niets van, maar als ik nog eens in Maastricht ben, overweeg ik zeker om daar terug naartoe te gaan. Vlakbij het station en op loopafstand van het centrum.
Na het inchecken vertrokken we naar Achter de Molens om gezamenlijk te dineren bij Le Petit Bonheur. Een erg mooi etablissement met een voortreffelijke kaart en een lekker wijntje.

Ik was daarna de punt af en keek nog even voetbal in het hotel. Het merendeel van het gezelschap ging nog even stappen, maar dat was voor mij (nog) even teveel van het goede. Ook bij zo’n uitstapje, waarbij meegaan zo aantrekkelijk is, moet je je grenzen in acht houden. De volgende dag wil je immers weer het mannetje zijn.
En dat bleek voor een aantal niet zo eenvoudig. Aan het ontbijt en ook later op de dag had er een aantal last een mistig gordijn in het koppetje dat maar moeizaam optrok.

We begonnen het ochtendprogramma met een stadswandeling vanuit het hotel. Een alleraardigst oud vrouwtje vertelde ons de wetenswaardigheden van zaken die we op ons pad tegenkwamen. Dat deed ze erg leuk en geanimeerd. Het was een flinke tippel naar het Vrijthof, waar een deel van het gezelschap al geland was, omdat men opzag tegen al het geloop. Deels doordat men loopproblemen had en deels doordat men wat last had van de uitbundigheid gedurende het nachtelijke uitstapje.
We besloten met een lunch in Grand Café Soiron, dat eigenlijk een museum is. Klaarblijkelijk deed het museumcafé het beter dan het museum zelf, want het was er erg druk.

Ik had graag nog wat willen winkelen, want bij de stadswandeling passeerden we erg leuke zaakjes, maar daar was geen tijd meer voor. Dus om een uurtje of één vertrokken we richting Zeeland. Ik denk dat iedereen terugkeek op een geslaagde excursie. Erg gezellig ook. Ik heb in ieder geval heel wat afgelachen. Sommigen heb ik gemist, omdat ze door ziekte af moesten zeggen, maar sommigen heb ik ook niet gemist. Jawel, eerlijk is eerlijk. Voor mij was het een leuke kans om die sfeer die we ooit in de gemeenteraad hadden nog eens te herbeleven.

Ben je weer helemaal bij en ga ik me opmaken voor een druk weekje. Morgen probeer ik wat spullen van de ene school naar de andere te transporteren met de bestelauto en breng ik ondertussen nog een bezoekje aan de revalidatie-arts. Dinsdag spreek ik ‘s morgen de cardioloog en ben ik ‘s middags met oefeningen bezig. Woensdag heb ik een studiedag met het team in Wissenkerke. Donderdag heb ik wat gesprekken gepland en vrijdag neem ik afscheid van een medewerkster op het bestuurskantoor, ga ik ‘s middags weer revalideren en hebben we ‘s avonds een leerlingenconcert in de schooltuin. Ik ben benieuwd of ik dat allemaal ga redden.

Ik weet niet wat jij allemaal gaat doen, maar ik wens je er veel plezier bij. Probeer tussendoor ook nog wat te genieten, dan probeer ik dat ook.

 

Pesten op school


Op 15 juni 2014, in School, door Ron

Er is de laatste tijd weer veel over te doen: Pesten. Of dat nu op school is of thuis of elders, het staat in de belangstelling en de overweging wordt om scholen te verplichten een methode tegen het pesten te laten hanteren. Daarvan is echter niet iedereen overtuigd. Ten eerste zijn er niet zoveel goede methodieken, ten tweede bestaat de beoordelingscommissie uit mensen die zelf een methode hebben samengesteld en ten derde is het niet de belangrijkste wens van het onderwijs. Er is namelijk niet één school die geen aandacht schenkt aan de problematiek. Elke school wil een veilig pedagogisch klimaat waarin respect voor elkaar de boventoon moet voeren. Dat dit in de praktijk niet altijd het gewenste resultaat oplevert is niet zomaar met een methode opgelost.

Op beide scholen, zowel Kloetinge als Wissenkerke, is pesten geen issue. Af en toe steekt het de kop op, op de ene school wat meer dan op de andere. Op beide scholen wordt er een pestprotocol gehanteerd en bestaan er regels waarop teruggevallen kan worden en waar leerlingen aan gehouden kunnen worden. Dat is geen waterdicht systeem, maar de vraag is of er wel een waterdicht systeem bestaat.

Zo is het ene pestgeval het andere niet, ervaart elke leerling het begrip ‘pesten’ anders en wat doen we na schooltijd ? Thuis dus of op straat of bij de vereniging. Ik ken voorbeelden van ouders die net zo hard meedoen, onderling of in bemoeienis met hun kind. Er zijn zelfs ouders die daarna het probleem op school terugleggen met de opmerking: ‘Doe er eens wat aan’. Daarmee wil ik niet generaliseren of het probleem ergens anders leggen, maar alleen maar zeggen dat de rol van de ouder in de thuissituatie of de manier van met elkaar omgaan bij de vereniging minstens zo belangrijk is.

Het Nederlandse kind mag zich onder de gelukkigste kinderen van de wereld rekenen. Een teken dat we het toch ergens goed doen met z’n allen, ouders, verenigingsleiding en onderwijzend personeel. Dat staat voor een bepaalde kwaliteit van opvoeding. Ondanks het feit dat sommige kinderen het slachtoffer zijn van veelvuldig pesten, blijkt het Nederlandse pestprobleem wereldwijd tot de kleinste te behoren.

Moeten we niet tot de conclusie komen dat pesten een onuitroeibaar probleem is ?

Een pestmethode is geen garantie dat het probleem voorgoed verdwijnt, ik twijfel juist aan het feit of het tegendeel waarheid is. Het zou een valse belofte zijn dat met een methode alle gepeste kinderen geholpen zijn. Uit de praktijk blijkt dat de meeste pesters heel goed weten hoe het hoort en dat het voor de ander een heel vervelende ervaring is. Het succes zit hem volgens mij niet in een methode of een project, maar in een voortdurend onderhoud van de problematiek. Een voortdurend onderhoud waardoor respectvol met elkaar omgaan gaandeweg geborgd wordt in het pedagogisch klimaat. Alleen zo kan pestgedrag tot een minimum beperkt worden. Alertheid van volwassenen is hierbij dan onontbeerlijk.

Ik heb een drukke week voor de boeg, maar wel afwisselend. Ik heb een functioneringsgesprek op maandag met mijn leidinggevende (jawel, ik heb dat recht ook), op dinsdag ontvang ik iemand van de schoolbegeleidingsdienst (in verband met het pedagogisch klimaat op één van de twee scholen) en start ik met mijn revalidatieprogramma (ik word al moe als ik eraan denk), op donderdag is het tijd voor een hart echo en op vrijdag ben ik te gast bij Onno Hoes in Maastricht. Hoe dat allemaal gaat, daar in Maastricht, het hoe, wat en waarom, lees je de volgende keer.

 

 

Laat ik je vandaag mijn stereo maar eens voorstellen. Stereo, zo noemden wij dat vroeger tenminste. Toen bestond je installatie vaak nog uit losse componenten, met daaraan twee enorme boxen verbonden. Later ben ik overgestapt op vier boxen vanwege het zogenaamde surround-effect.
Daarnaast had je een losse tuner, versterker en wat afspeelapparaten. Zelf liep ik altijd achter het laatste nieuwtje aan, dus heb ik die ontwikkelingen op de voet gevolgd. Van draaitafel naar casettedeck naar cd-speler naar dat-recorder naar mini-disk en ga zo maar door. Ik heb wat voorbij zien komen. De mini-disk heb ik nog evenals een bandrecorder, omdat ik er eigen opnames mee heb gemaakt. Ook staat er nog een dvd-recorder onder de TV, maar die is alleen handig voor de verhoging van de TV en het klokje dat erop zit. Gebruiken doe ik die dingen al een tijdje niet meer. Maar net als de meeste muziekliefhebbers heb ik de ontwikkelingen van analoog naar digitaal in de praktijk voorbij zien komen.

CD’s heb ik niet meer, behoudens een paar bijzondere exemplaren. In plaats daarvan heb ik ruim vijfhonderd GB aan digitale muziek op een NAS staan, bij elkaar goed voor zo’n anderhalve maand aan non-stop muziek. De meters CD’s heb ik ingeruild voor een klein kastje waarin twee harde schijven dagelijks draaien. Een mini servertje die de muziek door het hele huis via het netwerk bereikbaar maakt. Het lijkt ideaal en dat is het ook wel. Alleen de angst dat alles vastloopt houdt me soms bezig. Nu spiegelt de ene harde schijf de andere, dus ik heb altijd een kopie en ik heb nog een losse harde schijf waar alles op staat. Ik moet er niet aan denken dat ik alles kwijt raak.

Mijn ‘stereo’ is van het type soundbar, zo heet dat tegenwoordig met een modern woord. Net als de soundstreamer in de keuken is hij draadloos aangesloten op het netwerk en streamt de muziek die ik op de NAS heb staan. Daarnaast is het ook gewoon een radio, dvd-speler, blu-ray speler met 3D mogelijkheden en kun je er internet mee op. Dat gebruik ik allemaal niet.
Ergens achter een stoel staat de sub-woofer voor de bas. Ook die is draadloos. Ik heb dus weinig snoeren.
Menigeen die hier over de vloer komt verbaast zich over het geluid. De kamer wordt werkelijk gevuld met geluid en je hoort muziek van kanten waar helemaal geen box is. Ik heb alleen dat metertje apparatuur op een antiek kastje staan. De kwaliteit is werkelijk subliem. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.

Alles gaat dus digitaal mensen en dat lijkt vandaag de dag het toverwoord. Mijn soundbar haalt zelf zijn updates binnen voor de software. Herkent zelf of er een USB-stickje ingestopt wordt, of de TV aangaat. Noem het maar op, het kan allemaal.

Als het werkt.

Want de soundbar staat klaar om verzonden te worden naar een reparatie-service-punt. Want hij doet niets meer. Jawel, hij doet nog wel wat, maar loopt vast in zijn opstartprocedure. Een softwarefoutje vermoed ik, maar daar kan ik zelf niets aan doen. Vroeger haalde je het apparaat uit elkaar, verving eens wat of soldeerde wat vast en dan ging je weer. Nu kun je dus helemaal niets meer. Je bent compleet afhankelijk van anderen. Daar kan ik slecht tegen. Toch zeker als het om muziek gaat, bergen muziek, waar ik nu alleen in de keuken naar kan luisteren of via de TV.

Techniek is mooi en vaak ook beter geworden, maar handiger ? Ik weet het niet hoor. Net als de auto is ook de stereo voor een handige doe-het-zelver geen klus-object meer.
Dat zou best eens opzet kunnen zijn …

Mijn vader draait nog gewoon LP’s over een oude installatie en die heeft nergens last van.

 

Update


Op 1 juni 2014, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

In de wandelgangen krijg ik nog veel vragen en opmerkingen over de onfortuinlijke aandoening die ik eind april heb opgelopen. Van ‘Hoe gaat het nu ?’ tot ‘Hé, ik zie dat je nog steeds rookt’. Daarop antwoord ik, denk ik, vrij kortaf, ondanks het feit dat ik me besef dat mensen die vraag heel goedbedoeld en geïnteresseerd stellen, omdat ik eigenlijk gewoon wil doorgaan met het leven van alledag. Niet dat ik me verstop of de ernst van de aandoening niet onderken, maar ik weet van mezelf dat ik toch altijd oppervlakkig zal blijven en ongewild blij ben wanneer de aandacht voor mij en mijn aandoening naar de achtergrond verdwijnt.

Ik word immers elke morgen weer met mijn neus op de feiten gedrukt, wanneer ik het scala aan pillen aanschouw die ik nemen moet. De doktersassistente probeerde me zelfs een handig pillen-week-systeem aan de hand te doen.
Om een uurtje of vijf gaat mijn mobiel alarm af, omdat ik anders vergeet het laatste pilletje van de dag te nemen. Ik ben er dus niet al de tijd mee bezig, maar moet er op gezette tijden mee bezig zijn.
En gisteren kreeg ik een mailtje van mijn zorgverzekeraar, FBTO, dat mijn eigen risico gesoupeerd wordt. Daar was ik al bang voor. Maar goed, die driehonderdzestig euro had ik al afgeschreven. Toch, en dat had ik niet eerder gedaan, besloot ik eens online te kijken wat er nu gedeclareerd wordt. Een kleine tweeduizend euro voor vervoerskosten en ruim tweeduizend euro voor ziekenhuiskosten. Daarnaast nog wat doktersconsulten. Dat zijn dure ritjes en dat is een flink bedrag voor een logeerpartijtje in een steriele omgeving.
Alles wordt netjes betaald, zonder dat ik daar omkijken naar heb. En zo’n uitgebreide verzekering heb ik toch niet. Heel basic, nog geen honderd euro per maand, waarbij ik modules aan of uit kan zetten wanneer ik bijvoorbeeld naar het buitenland ga. Enfin, je kent die reclames misschien wel. Maar het werkt dus ook nog eens goed. Ik kan het je aanraden, het is verreweg de goedkoopste.

Twee weken geleden had ik een afspraak bij de vaatrisicopoli in het ziekenhuis. Ik had geen idee wat het was, maar het is een gesprek met een verpleegster over hetgeen er gebeurd is en wat er moet gebeuren om het een volgende keer te voorkomen. De bloedwaardes waren goed. Dat had ik eigenlijk ook wel verwacht, want voor de diverse waardes neem ik pilletjes. De bloeddruk was goed, daar neem ik ook pilletjes voor en ik heb wat overgewicht. Daar heb ik geen pilletjes voor. Ik was qua lengte iets kleiner dan ik altijd was, hoewel ik daar gewoon mijn schoenen aanhad. Ik moet dus krimpende zijn. Niet alleen de leerlingenaantallen, maar ik ook. Zou het dan toch waar zijn dat naar gelang je ouder wordt, je kleiner wordt ? Ik heb dat nooit willen geloven.

Morgen heb ik een afspraak bij een revalidatie-instelling. Dat hoef ik niet als ik dat niet wil, ik hoef eigenlijk helemaal niets als ik dat niet wil, maar ik wil eens bespreken hoe ik onder deskundige begeleiding weer wat meer van mijn lijf durf te eisen. Met de nadruk op durf. Ik weet namelijk niet goed wat wel en wat niet en aangezien er wat klussen voor de zomervakantie gepland staan, wil ik wel weten of dat kan. Om de kans te verkleinen dat ik niet in ene van een ladder afkukel, snap je ? Want dat vertrouwen in mijn lijf, dat ik dus niet meer heb, is op dit moment eigenlijk wel het grootste struikelblok. Dat houdt me eigenlijk nog meer bezig als de kans op herhaling.

Je leest het, ik heb er zo wat beslommeringen bij gekregen. Maar ik ga er wel mee aan de slag en wellicht krijg ik daardoor de lust weer terug om wat te doen, want behoudens werk en directe familie zijn er weinig dingen die me momenteel interesseren. Ach, dat zal wel weer bijtrekken, denk ik.

Pas eind juni krijg ik weer een hart-echo en een paar dagen later een gesprek met een cardioloog. Voor het eerst. Daar zitten dus twee maanden tussen. Samen met het feit dat ik geen spraytje of pilletjes heb voor onder de tong, zegt mij dat genoeg over de ernst van de aandoening, maar ik kan het mis hebben.

Nou ben je weer helemaal bij en zal ik me hier voorlopig weer bezighouden met mijn gewone geneuzel. Oké ?