Online winkelen


Op 25 januari 2015, in Internet, door Ron

Deze week was V&D in het nieuws. Vanwege het feit dat de onderneming financieel niet lekker draait en het personeel een fiks percentage van hun loon in moet leveren. Het feit dat steeds meer mensen online gaan shoppen wordt ondermeer als reden van deze maatregel genoemd.
Naast het feit dat voornoemde maatregel erg discutabel is, is het maar zeer de vraag wie hier nu verzaakt heeft om het werk goed uit te voeren. Ik denk dat het personeel daar per saldo niet zoveel aan kan doen. Wanneer er niemand in de winkel is, is het nu eenmaal moeilijk om iemand correct te woord te staan of naar tevredenheid te helpen.
Nee, er is gewoon te lang geteerd op het ouderwetse concept ‘warenhuis’.

Waar de top van V&D waarschijnlijk onderuitgezakt zat te vertrouwen dat het allemaal wel los zou lopen, hebben ondernemingen als Bijenkorf of HEMA al lang hun concept bijgesteld en doen er alles aan om, in ook voor hun moeilijke tijden, het hoofd boven water te houden. De Bijenkorf heeft overigens een heel verdienstelijke webwinkel. Niet goedkoop, maar hier en daar best exclusief.
In een tijd dat iedereen met zijn of haar tijd mee moet gaan, is een verzuim hiervan vaak funest. Niet alleen in de warenhuisbranche.

En je hoort nogal eens dat het internet daarvan de oorzaak is en je zou jezelf, als online-shopper, bijna schuldig gaan voelen aan het feit dat anderen zitten te slapen en vertrouwen op een antiek ondernemingsplan.

Behalve mijn levensmiddelen, ben ik een uitgesproken online-shopper. In mijn situatie heeft het zoveel voordelen, dat ik wel gek zou zijn om er geen gebruik van te maken. Overdag heb ik nu eenmaal weinig tijd om te shoppen en in het weekend ben ik druk met andere zaken. Ik hoef me niet suf te zoeken naar een parkeerplaatsje, vooral in Goes is dat een ramp, en ik kan eenvoudig prijzen vergelijken, zonder dat ik daar een hele stad voor moet doorkruisen. Je hoeft niet te sjouwen met allerlei aankopen en je kunt vaak zelf kiezen wanneer zaken bezorgd worden.
En ja, ik ga ook wel eens naar de Media Markt om te kijken hoe iets er in het echt uitziet om het dan vervolgens op internet te kopen voor een bedrag dat veel minder is dan bij de winkel zelf. Ben ik dan verkeerd bezig ? Of maak ik gewoon gebruik van de mogelijkheden die de gezamenlijke retail mij biedt ?

Ik kom helemaal niet meer in een platenzaak, ik koop muziek digitaal. Schoenen en kleding pas ik veel liever thuis dan in een paskamertje in een winkel. En natuurlijk shop ik bij warenhuizen, maar dan is het meer bij een Wehkamp of een Otto, waarbij vooral de eerste een erg uitgebreid assortiment heeft. Warenhuizen die wel met hun tijd zijn meegegaan. En bij vrijwel alle webshops geldt dat, wanneer het artikel niet naar je zin is, het eenvoudig en vaak kosteloos geretourneerd kan worden. Je krijgt gewoon je geld terug en geen tegoed en je hoeft je niet ongans te gaan zoeken naar een aankoopbonnetje. Ik zou werkelijk niet anders willen.

En natuurlijk ga ik nog eens een paar keer per jaar ‘echt’ winkelen. Maar dat is gewoon voor de sfeer, een beetje nostalgisch en ouderwets shoppen, waarna je nog eens ergens een bakkie kan halen of een terrasje kunt pikken. Of je spreekt hier en daar eens een bekende. Het is eigenlijk meer een uitje dan een must.

Waarmee ik maar wil zeggen dat bedrijven die het internet de schuld geven van het verknallen van hun nering, eigenlijk zouden moeten toegeven dat ze hebben zitten te slapen en hun echte werk hebben verzuimd, namelijk het ondernemen.

 

Fruit


Op 18 januari 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Tegenwoordig eet ik regelmatig fruit. Dat heb ik nooit gedaan, maar op een gegeven moment mankeer je iets waardoor je geadviseerd wordt om wat gezonder te gaan eten. Dit onder voortdurend commentaar van collega’s, omdat ik altijd verkondigde dat het maar stonk, al dat gezonde gedoe van hen tussen de middag, en dat ik nu zelf fruit eet.
Toch zal het nooit mijn hobby worden.

Veel appels vind ik bijvoorbeeld gewoon niet lekker en een sinaasappel- of een mandarijnenlucht blijft nogal lang aan je handen zitten. Bananen worden erg snel bruin en zijn daarmee niet altijd even handelbaar. Grapefruits mag ik niet, omdat dat zou reageren met één van de medicijnen die ik gebruik. Gelukkig maakt dat niet zoveel uit, want ook grapefruits vind ik geen toppertje.
Dus ja, ik worstel me dus dagelijks door een portie fruit heen en dan weet ik daarna niet hoe snel ik mijn handen moet wassen. Ook vind ik het nog steeds naar de GFT-bak ruiken of naar een ziekenhuis.

Soms heb je in de super van die bakjes met kant en klaar fruit. Dat vind ik dan wel weer een uitkomst. Het is al geschild en soms zit er gewoon een vorkje bij, zodat je handen niet vies worden. Maar voor de prijs van zo’n bakje heb je een heel net mandarijnen. Dus eet ik nogal eens een mandarijntje. Twee per dag.

Het viel me op dat een mandarijntje niet altijd uit evenveel partjes bestaat. Is jou dat ook wel eens opgevallen ? Dan weer zeven, dan weer acht of negen. Maar het meest gekke aan sommige fruitsoorten is toch wel dat ze pitloos kunnen zijn. Pitloze mandarijnen, pitloze druiven of pitloze meloenen. Het bestaat echt en dat is raar, omdat fruit vaak tot doel heeft om gegeten te worden door allerlei diersoorten, die dat met pit en al opeten om vervolgens ergens anders een pit of wat uitpoepen, zodat daar weer een nieuw plantje kan groeien.

Dus het feit dat er pitten in fruit zitten, stoort mensen dusdanig dat men door genetisch manipulatie pitloos fruit gaat kweken. Erg onnatuurlijk natuurlijk. De eunuchen onder de fruitsoorten en gedoemd tot uitsterven, wanneer de menselijke hand ontbreekt.
Sommige planten kunnen zich voortplanten doordat een stengel de grond raakt en daardoor elders wortel kan schieten. Denk maar aan aardbeien bijvoorbeeld, die kunnen als het ware ook door je tuin gaan lopen. Dat zou bij een druif ook nog wel kunnen, maar bij een mandarijnen- of sinaasappelboompje wordt dat toch echt moeilijk. Die zal je moeten stekken of enten om ze voor uitsterven te behoeden.

Ik stoor me niet zo aan een pitje of wat in een mandarijntje. Als je nu toch al aan het prutsen bent met zo’n ding, dan kan dat ongemak er ook nog wel bij. Toch ?

Wat me wel opvalt, het laatste hoor, want dan houd ik erover op, dat mandarijnenpartjes uit een blik zo mooi schoon zijn. Helemaal geen witte draadjes meer of vervelende velletjes. Of ik doe iets fout met mandarijnen pellen of er zijn betere methodes om mandarijnen te pellen. Ik word daar wel nieuwsgierig naar. Hoe krijgen de mandarijnenpellers in die conservenfabriek hun partjes toch zo mooi schoon …

 

Elektrisch rijden


Op 11 januari 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Niet dat de Volvo niet meer voldoet aan mijn verwachtingen, het is een fijne auto, maar toch zit ik af en toe eens te kijken of er wat anders moois tussen het enorme aanbod aan auto’s zit. Wat dat zou moeten worden, daarvan heb ik geen idee, maar ik weet wel wat het in ieder geval niet zou worden.

Ik rijd bijvoorbeeld al tientallen jaren op LPG, omdat ik op die manier wat bijdraag aan de vermindering van de CO2-uitstoot, maar belastingtechnisch is dat geen goedkope keuze. Om onduidelijke redenen moeten LPG-rijders veel meer wegenbelasting betalen dan benzinerijders. Niet omdat de auto zwaarder zou zijn met een LPG-installatie, maar ter compensatie voor de betrekkelijk goedkope brandstof die verbruikt en getankt wordt. Het fijne weet ik er niet van, maar in die hoek moet het gezocht worden.
De regering doet er verder vrijwel niets aan om LPG-gebruik te stimuleren en ik heb me laten vertellen dat er steeds minder LPG-rijders zijn.

De laatste jaren heb ik cabrio’s gereden, maar ik weet niet of ik er weer één zou willen. Zo tussen de twintig en vijfentwintig graden is het erg fijn om open te rijden. Wanneer het kouder of warmer is, wordt het wat minder comfortabel. En moet je een cabrio-freak zijn om je kleding aan te passen om halsstarrig door te kunnen rijden. Das en pet, ik zie me dat nog niet doen.
In de volle zon op een hete dag hunker je al snel met je zwarte kleding naar een beetje schaduw. Daarbij komt dat een cabrio vrijwel altijd meer geluid maakt dan een gewone auto. Door het ontbreken van de dakconstructie zit er meer beweging in de constructie en dat kraakt altijd wel een beetje. Soms te doen, soms irritant.

Het laatste jaar roep ik dat ik weer terug een Saab wil. Ook daar heb ik tientallen jaren in gereden en dat beviel me eigenlijk heel goed. Eigenzinnige en fijne auto’s, maar die worden niet meer gemaakt en degene die ik zou willen, is ook tweedehands nog een beetje duur.

De laatste weken verdiep ik me een beetje in elektrisch rijden. Met name een Opel Ampera zou me best kunnen bevallen en daarnaast blijf je ook bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot. Maar de mogelijkheden vallen me zwaar tegen, je hebt maar een elektrische actieradius van tachtig kilometer. Dan zijn de accu’s leeg. Oké, dan heb je nog wel een motor die elektriciteit gaat opwekken, maar in feite rijd je dan niet meer elektrisch.

Is dit nu werkelijk alles wat men kan op dat gebied ? Tachtig kilometer en dan al lege accu’s ? Of zou de olie-industrie daar nog een flinke vinger in de pap hebben ? Zou dit nu weer een voorbeeld zijn van technologie die allang ontwikkeld is, maar die gefaseerd ingevoerd gaat worden om er steeds maar weer aan te kunnen verdienen ? Ik weet dat er nieuwe accutechnologie is, maar die wordt nog niet toegepast. Dat zal misschien pas gebeuren wanneer iedereen met conventionele accu’s rijdt.
Ik ben in ieder geval (nog) niet overtuigd van de voordelen. Het lijkt me meer gedoe dan lol. Vier uur aan de lader bij je thuis of een klein kwartier aan de snellader bij de pomp voor tachtig kilometer.

Elektrisch rijden gaat het voor mij voorlopig dus nog niet worden. Geen hybride of extended range. Voorlopig rijden we nog maar even in de C-zeventig

 

Dagen als deze


Op 4 januari 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Gisteren was ik even bij mijn vader, ik was nog niet eerder in de gelegenheid om hem een fijn nieuwjaar te wensen. Ik weet dat hij dat waardeert. Meestal komt de familie bij hem bijeen op één januari, dat is genieten voor hem, maar dit jaar was ik niet in de gelegenheid om daarbij te zijn. Voor mij voelt het altijd een beetje als een verplicht nummer, maar de wetenschap dat ik daar iemand blij mee maak, haalt mij altijd over om erbij te zijn.

Bijna drieëntachtig is hij inmiddels en ik had, zoals altijd, twee flesjes wijn voor hem meegenomen. Sponsoring noem ik dat altijd maar. Tegenwoordig neem ik witte wijn mee, omdat hij geen rode meer mag. Daar krijgt hij het één of ander van.
En hij mag en kan steeds meer niet, zoals de huishouding, een eindje lopen, dingen onthouden en ook de computer groeit hem soms boven het hoofd. Nu zijn ze druk bezig om hem zijn rijbewijs af te nemen, omdat men het niet meer vertrouwt.

En zo wordt de actieradius van mijn vader steeds kleiner en raakt de energie steeds sneller op. ‘Ouderdom komt met gebreken’, bagatelliseert hij dan vaak, maar in zijn ogen kun je zien dat hij het daar moeilijk mee heeft. ‘Hé pa, ik zie dat je je Kerstboom al opgeruimd hebt’, maar hij heeft geen Kerstboom gehad. ‘Voor wie moet ik een Kerstboom ? Er is niemand die komt kijken en voor de straat ga ik dat niet doen’. En daarom maakt hij ook geen foto’s meer of iets anders creatiefs. Omdat hij niet zou weten aan wie hij dat zou moeten laten zien.
Dingen maken is natuurlijk leuker wanneer je ze delen kunt.

En dan kom je al gauw op verhalen van vroeger. We hebben het trouwens heel vaak over vroeger, omdat ik merk dat hij daar graag over praat. En af en toe zoek ik dan wat materiaal op het internet. Over zijn geboortestad of over de oorlog, oude foto’s of verhalen van toen.
Maar op dagen als deze heeft hij het zwaar, omdat het hem teveel herinnert aan tijden van toen. Hij zag elk Kerstfeest als een uitdaging om er een groot feest van te maken, alles was piekfijn geregeld en hij genoot naast mijn moeder van de aanwezigheid en de gezelligheid die een familie op dat moment biedt.

En dat is dan die vreemde spagaat waarin je terecht komt. Moeilijke momenten doormaken, die mooie momenten oproepen en die je weer even laten dwalen naar tijden van weleer. Ik begrijp dat goed, maar praat niet met hem over mijn eigen beleving. Bij mij roept het in ieder geval niet de gedachte op dat het allemaal niet meer zo nodig hoeft. Bij hem wel, omdat voor hem de zin van het bestaan steeds minder bij het leven lijkt te horen.