BAAS


Op 29 maart 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Vandaag geef ik mijn stukje maar eens een wat cryptische titel: BAAS. En het plaatje laat zien dat het wat met auto’s te maken heeft en een handige puzzelaar leest ‘SAAB terug’. Jawel, sinds gisteren gaan we weer verder door het leven in een Saab. Ik moet er volgende week nog wel om, maar gisteren kocht ik hem (of haar, dat weet ik nog niet) na een strooptochtje door Nederland.

De Volvo reed goed hoor, maar ging toch wat mankementen vertonen, zat tegen een APK aan en de distributieriem moest al gauw vervangen worden. De prachtige koplampen gingen spontaan scheurtjes vertonen (het euvel van dit type auto), zodat je na een regenbui aldoor condens in je lamp had zitten. Verder was er helemaal niets mis mee, op wat gekraak na, dat nu eenmaal hoort bij een cabrio.

Ik wilde dus al een tijdje een andere en geen cabrio meer. Dat vergt toch redelijk wat onderhoud. Ik heb gekeken naar een elektrische auto, daar schreef ik al eerder over, maar dat staat me nog te pril in de kinderschoenen. Er is hier in de buurt een laadpaal, zeker, in dit kleine dorpje hebben we zo’n ding, maar er zijn nog zoveel onzekerheden rondom dat soort auto’s, dat dat me er een beetje van weerhouden heeft. Een nieuwe accu, en dat is niet zo’n bakje dat je in iedere auto aantreft, maar een hele batterij aan batterijen, kost meer dan tienduizend euro. Het zal je maar gebeuren.

Gisteren hadden mijn zoon en ik een aantal auto’s op ons lijstje en vertrokken we, voornamelijk door Brabant, om de boel eens keurend te gaan bekijken. En natuurlijk stond er een zwarte auto op de lijst, want dat leek me echt mooi. Ik vind zwart sowieso wel mooi voor een auto. Ik heb de laatste tijd niet anders gereden, maar je ziet er wel alles op. Of je poetst je helemaal ongans of je laat het op een gegeven moment maar vuil worden. Volgens mij is dat bij een witte auto precies hetzelfde. Mijn Combootje is wit, maar daar wordt weinig aan gepoetst. Dat heeft totaal geen zin meer.

Het is geen zwarte geworden deze keer, maar een grijze. Past goed bij je haar, zal je denken. En ook geen LPG, want dat is steeds minder goed te verkrijgen. Ik heb gisteren mijn eerste serieuze diesel gekocht, maar wel de schoonste die er te verkrijgen is en daarnaast nog redelijk pittig ook. Sjieke bekleding en allerlei leuke zaken aan boord, zoals een harde schijf van tien GB voor muziek. Je kunt er ook filmpjes in bekijken, maar dat lijkt me niet zo verstandig als je aan het verkeer deelneemt. We gaan ook weer schakelen in plaats van een automaat. Ik zal dus wel moeten wennen, want het is nogal wat anders dan de ranke, snelle Volvo waarvoor ik best nog wel wat terugkreeg bij inruil. Winnen bij de stoplichten is met deze nieuwe uitgesloten, vermoed ik, maar wellicht moet ik wat rustiger gaan rijden en mezelf een minder brandstofslurpende rijstijl aan gaan meten. Gewoon, lekker op het gemakje.

Dit is de kleur en zo ziet een koplamp er uit. Maar er was nog een toevalligheid met deze auto. Precies dezelfde auto is door Autoweek, ik meen nummer tien, gebruikt in een vergelijkend onderzoek naar gebruikte auto’s, waarin de Saab vergeleken wordt met een Opel Insignia. Ik weet niet of je een lezer van dat blad bent, ik niet in ieder geval, maar misschien ga ik die uitgave wel eens nabestellen.

In de test komt mijn Saab er redelijk vanaf, natuurlijk zijn er altijd wat zaken aan een gebruikte auto, maar die neem ik voor lief. Ik vind het gewoon wel kikken, zo’n vijf meter lange sjieke bak, waarvan ik de achterkant wel heel erg fraai vind.

Een prachtige rode strook licht over de hele breedte …

En voor de autoliefhebbers onder ons, wat specificaties:
Model: Saab 9-5
Bouwjaar: 2011
Kleur: Oak Beige Metallic (op kenteken, maar ik vind hem grijs)
Motor: 2.0 TiD (160 PK)
Versnelling: Handgeschakelde 6-bak
Kilometerstand: 145000
Gewicht: 1725
Verbruik: Gemiddeld 5.3 op 100km
Keyless passive entry

Car of the Year 2010 (Singapore)

 

Schoolfotograaf


Op 22 maart 2015, in School, door Ron

Als je net als ik al meer dan vijfendertig jaar in het onderwijs zit dan heb je er al heel wat voorbij zien komen: schoolfotografen. Jawel, ik heb ze zien komen en zien gaan. Sommigen kiekten heel wat jaren achtereen, sommigen wat korter. Berichten die we van ouders horen over de kwaliteit van de foto’s zijn meestal leidend om op zoek te gaan naar een ander. Dat is niet zo moeilijk, want er zijn er legio en het ene portfolio ziet er nog beter uit dan het andere.
In Wissenkerke zitten we nu alweer heel wat jaren achtereen bij dezelfde mevrouw uit Kapelle, die, in mijn ogen, van elke foto toch weer iets heel aparts kan maken. Die kan, bij wijze van spreken, van een drol nog iets appetijtelijks maken. Haar foto’s zijn onmiskenbaar van haar hand, vanwege de vaak mooie zwart-wit foto die het schoolfotopakketje begeleidt.

Zoals bij de meeste schoolfotografen mogen leerkrachten gratis mee gefotografeerd worden en kunnen, wanneer ouders dat aangeven, ook broertjes en zusjes samen op een fotootje. Niets nieuws dus, maar hoe zit het met kleinzoontjes ? Zo’n prachtig plaatje van die kleine Oliver zou ik wel graag willen hebben en anders zijn ouders wel. Na een mailtje aan de fotograaf kreeg ik een berichtje met een knipoog dat je als directeur een kleinzoon mee mochten nemen. Nu ben ik niet zo van de privileges, ik doe graag wat anderen ook mogen en hoef verder niets extra’s, maar in dit geval besloot ik er toch maar gebruik van te maken.

Afgelopen maandag was het zover. Ik ging de kleine man ophalen bij zijn moeder en daar trof ik oma aan die de kleine aan het aankleden was. Het gezicht stond op onweer, omdat hij zijn kleren niet aan wilde doen. Dat was nu niet echt het vrolijkste gezicht om te laten fotograferen. Maar gelukkig is hij nogal gek op opa, zodat er gaandeweg weer wat gelachen kon worden. En op weg naar school vertelde hij honderduit, maar behalve ‘opa’ en ‘auto’ verstond ik er weinig van. Maar goed, hij had er zin in.
Eenmaal op school was het toch wel even schrikken, want op zoveel aandacht van al die kinderen had hij niet gerekend en van dat krukje met die lampen moest hij al helemaal niets hebben. Hoe dichter wij naderden, hoe meer hij in mijn been begon te klimmen om zich hevig te verzetten tegen elke beweging in de richting van de fotograaf. Dat ging hem niet worden.

Ik besloot maar een extra rondje met hem te maken. Even kijken bij de kleutertjes, even op bezoek bij de kipjes, wat spelen met de lego en zo kwamen wij ongemerkt steeds dichter bij de schoolfotograaf. Toen opa alleen op de foto ging, vond hij dat wel interessant en jawel, hij kwam ook even bij me zitten tussen die lampen. Maar toen ik hem daar op dat krukje alleen liet zitten, was de wereld te klein. Eén grote huilpartij. En terwijl ik de moed opgaf, begon de fotograaf een spelletje. In één hand een poppetje, in de andere hand de camera. En jawel, het lukte haar toch een paar kiekjes te schieten. Maar mijn hoop op een mooie foto zoals ik die altijd van andere kinderen zie, was compleet verdwenen.

Na de sessie was het weer een hele man en was hij niet uit de zandbak weg te slaan ….

Maar omdat ik ook nog meer te doen had, bracht ik hem, geheel tegen zijn zin in, weer naar huis en vertelde zijn moeder dat de portretfoto meer een zaak was van ‘op hoop van zegen’. Het was zijn dag niet. Ook het vertrek van opa weer naar school, vond hij maar niks, want het liefst ging hij weer mee naar school. Dat het niet allemaal gaat zoals hij graag zou willen, moet hij nog leren, denk ik. Dat is zelfs voor volwassenen nog moeilijk.

‘s Avonds ontving ik een berichtje dat de schoolfoto’s online stonden en dat het bestelformulier voor de ouders meegegeven kon worden naar huis. Natuurlijk was ik nieuwsgierig. Niet zozeer naar de foto’s van mezelf, maar meer naar de foto’s van de kleine man. Ik kon ze nergens online vinden, maar uiteindelijk bleken ze in de mail zelf te staan. Het viel me alles mee en was ik weer verbaasd dat die fotograaf uiteindelijk toch zoiets heeft kunnen fotograferen. Mij leek dat namelijk onmogelijk.
Enfin, ik ben er blij mee en zijn ouders ook. Ik zal ze bestellen en ze hen cadeau doen. Natuurlijk zonder die lettertjes …

 

Anti-pestboek


Op 15 maart 2015, in School, door Ron

Vorige week, ik meen vrijdag, was ons dorp onderwerp van een uitzending van de lokale omroep. Een wanhopige moeder had een zogenaamd anti-pestboek samengesteld om hiermee de aandacht te vestigen op de problematiek en ter illustratie van haar zoektocht naar mogelijke oplossingen. Getraumatiseerd vanwege ervaringen uit een eigen verleden heeft deze moeder zichzelf tot doel gesteld het pesten in haar omgeving, in het bijzonder rondom haar eigen kind, tot een minimum te beperken. Dat is een nobel streven. Wij hebben er als school, die daar terloops een kleine rol in speelt, al heel wat energie ingestoken, want ook wij tolereren geen pestgedrag van onze leerlingen of leerkrachten.

En dat wil niet alleen onze school, maar dat wil elke school. Een veilige omgeving waarin prettig geleerd kan worden en waarin iedereen met respect met elkaar omgaat. In feite staat de school in Wissenkerke juist daarom bekend, kiezen ouders die op een ander dorp wonen juist daarom voor deze school en is het voor de leerkrachten zaak er alles aan te doen om dit zo te houden.

Het ene pestprobleem is het andere niet. Soms is het voor buitenstaanders overduidelijk, bijvoorbeeld door fysieke kenmerken, maar vaak kan er de vinger niet opgelegd worden en zit het meer in de beleving van het gepeste kind. Dat is ook voor leerkrachten een moeilijk probleem. Want wat is buitengesloten of genegeerd worden ? Wat gaat daaraan vooraf en welke sociale vaardigheden spelen hierbij een rol ?
Onderzoek heeft uitgewezen dat de opvoedstijl van ouders van wezenlijk belang is voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Kinderen die overbeschermd opgroeien hebben volgens de onderzoeker meer kans om gepest te worden. Meer kans, dus het is geen logisch gevolg. Ik kan me er echter wel wat bij voorstellen.

Ouders die vroeger vaak gepest zijn en onder geen beding willen dat hun kind hetzelfde overkomt, zullen er alles aan doen om hun kind daarvoor te beschermen. Zij zullen extra gespitst zijn en alle acties en probleempjes rondom hun kind afwegen op het feit of het wel of geen pesterij betreft. Dat is voor de ouder in kwestie moeilijk, maar voor het kind van die ouder erg lastig. Wanneer je daarmee als kind opgroeit, ben je vaak als kind ook al gespitst op mogelijke pesterij. Dan is niet uitgenodigd worden voor een verjaardagsfeestje, om welke reden dan ook, vaak buiten gesloten worden. Dan is het veelvuldig verliezen bij spelletjes, bijvoorbeeld omdat je er niet zo vaardig in bent, opzet. En wanneer een aantal kinderen afhaakt, omdat jij teveel een bepalende rol wilt spelen, negeren.

Leerkrachten zullen dit proberen te relativeren en het kind helpen om in een volgend geval meer succes te kunnen ervaren. Ze zullen het kind wat weerbaarder proberen te maken of wat sociaal vaardiger. Of vertellen dat samen iets doen ook werkelijk betekent dat er inbreng nodig is van iedereen en dat iedereen een beurt moet kunnen krijgen.

Ouders die vroeger vaak gepest zijn zullen dit mogelijk anders uitleggen. Wellicht treedt er herkenning op en zal de ouder proberen, om erger te voorkomen, hier een stokje voor te steken en dit willen bespreken met de leerkracht, maar in veel gevallen zal de leerkracht niet begrijpen waarover de commotie ontstaan is. Die heeft namelijk een andere beleving en zal eerder aan een vorm van weerbaarheid willen werken of aan betere sociale vaardigheden, dan een beschermende rol te gaan aannemen.

Als gepeste ouder heb je het niet makkelijk. Dat trauma kan je je hele leven achtervolgen. Of een boekje hierover schrijven je kind gaat helpen, dat weet ik niet, maar het delen van de eigen ervaringen uit haar jeugd zal de schrijfster ongetwijfeld helpen deze nare geschiedenis verder een plaatsje te geven.

 

Controle


Op 8 maart 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Eergisteren was het tijd voor mij halfjaarlijkse controle bij de cardioloog. In mijn agenda stond half vier, maar ik wist nog dat de brief vermeldde dat ik wat eerder moest komen, omdat er eerst nog een hartfilmpje gemaakt moest worden. Dus ik vertrok om drie uur uit Kloetinge, zodat ik ruim op tijd was voor de afspraak inclusief dat filmpje.

Van de vorige keer wist ik nog dat het van groot belang is dat je je meldt aan de balie. Een half jaar geleden had ik dat niet gedaan, wist ik veel, maar zag dat iedereen die na mij kwam zich netjes meldde en vervolgens ook aan de beurt kwam, terwijl ik daar maar bleef zitten. Ondertussen zat ik me dusdanig boos te maken, ik had nog een afspraak diezelfde morgen, dat bij de testen mijn bloeddruk erg hoog was met als gevolg een verdubbeling van de hoeveelheid bloeddrukverlagers. Dat wilde ik deze keer voorkomen.

‘Zo, u bent netjes op tijd’, lachte de baliemedewerkster mij toe en las mijn afspraak zachtjes hardop. ‘Meneer Meuldijk, vrijdag zes maart, half vijf.’ Oeps, half vijf, dacht ik bij mezelf, er moet wat misgegaan zijn met het zorgvuldig lezen van de uitnodiging of het noteren van de afspraak in mijn agenda. Ik was meer dan een uur te vroeg. ‘Dan ga ik nog wel even een ommetje maken’, stelde ik de mevrouw voor. Het was immers redelijk weer. ‘Nou, blijft u maar een beetje in de buurt, meneer, het is zo druk niet en voor het maken van een hartfilmpje bent u al snel aan de beurt.’ En ja hoor, ik had nog maar net plaatsgenomen in de wachtruimte of mijn naam werd al omgeroepen.

De mevrouw stelde zich netjes aan mij voor en ik moest haar volgen naar een klein kamertje. Hetzelfde kamertje als de vorige keer, maar dit keer in een ander gedeelte. Jawel, een klein kamertje met drie gedeeltes. Gelukkig had ik me nu minder druk gemaakt dan de vorige keer. ‘U kunt uw bovenkleding daar ophangen en daarna gaan liggen’. Ze wees op een behandeltafel met een papieren lopertje. ‘Wat bedoelt u met bovenkleding ?’, vroeg ik de mevrouw. ‘De kleding om mijn bovenlijf of de bovenkleding, zodat ik alleen nog maar de onderkleding aan heb ?’ Ze bedoelde het eerste en ik was opgelucht, want het laatste waar ik zin in had was daar in dat benauwde kamertje te gaan liggen in mijn onderbroek. Daar bij die vreemde dame en eentje die er alleen maar wat toe stond te kijken.

‘Het kan een beetje koud zijn’, waarschuwde de dame terwijl ze me hier en daar insmeerde met gel op de borst en op de onderbenen. ‘Wat heeft u mooie, chique schoenen !’ merkte de dame op. ‘Dank u’, antwoordde ik, maar vond het wat raar om daar in die behandelkamer een compliment over mijn outfit te krijgen. ‘Zit u in de mode of heeft u een kledingwinkel ?’ Geinig hoe mensen je soms inschatten`. Dit keer een kledingwinkelier, maar meestal iets van museumdirecteur of wat anders cultureels. Vreemd genoeg nooit onderwijs of schooldirecteur. Die uitstraling heb ik dan weer niet schijnbaar. Ik heb het haar maar verteld.
En terwijl ze de draadjes aan mijn lijf verbond met een soort zuignapjes vertelde ze honderduit over haar kinderen en de cito-toetsing, die ze ooit moesten doen. De dame was al wat ouder, maar ik moet eerlijk zeggen dat ze er nog erg leuk uitzag. Niet superknap, maar wel met een leuke uitstraling en een warme blik.

Zo’n filmpje is in een paar minuten klaar. Zelf zie je daar vrij weinig van. Toen we klaar waren veegde de dame nog wat gel van mijn borst en mocht ik mijn kleren weer aantrekken. Ik wenste haar een prettig, maar vooral zonnig weekend. En zij vertelde me dat ze mijn papiertje op een speciaal plekje op de balie had gelegd, zodat ik wat eerder aan de beurt was bij de cardioloog. Dan hoefde ik niet zo lang te wachten.
Ook de baliemevrouw verzekerde mij, dat het papiertje op een speciale plaats lag, zodat de dokter mij ertussen kon plannen en sloeg op het papiertje om het te bekrachtigen. Voor mij hoefde dat niet perse, want ik was immers zelf degene die de fout gemaakt had en daar te vroeg stond.

Ik nam weer plaats in de wachtruimte. Op zich vind ik dat niet vervelend. Het heeft wel wat weg van op een terrasje te zitten. Mensen komen en gaan en iedereen is bezig met zijn eigen ding. Na vijf minuten komt de baliemedewerkster naar mij toe. ‘De dokter neemt toch eerst de andere patiënt. misschien kunt u in de tussentijd even een kopje koffie halen bij de automaat. Goed idee. Geen kwaliteitskoffie, maar in zo’n ziekenhuis is de smaak van koffie van ondergeschikt belang. Je drinkt wat.

En ik had mijn koffie nog niet op en jawel, mijn naam werd omgeroepen en ik was aan de beurt. Wat een vlotheid en vriendelijkheid ! Dat stond haaks op mijn eerdere indrukken die ik had van dit ziekenhuis. Wellicht had iedereen al een mooi en zonnig weekend in het hoofd.

‘Gaat u zitten, man in black’, grapte de cardioloog. ‘Moet u nog ergens naartoe ?’ doelde de man op mijn kleding. ‘Nee, hoor, zo zie ik er altijd uit. Elke dag in het zwart, dat vind ik netjes en dat kan tegelijk ook heel feestelijk zijn’, probeerde ik de man voor te zijn, voordat er mogelijk opmerkingen konden komen over depressiviteit en somberheid.
De cardioloog lichtte hardop mijn dossier. ‘U had in april een infarct, u hebt revalidatie gedaan, u rookt niet, maar de cholesterolwaarde is nog wat aan de hoge kant. En dan bedoel ik de foute cholesterol.’
‘Ik rook wel’, antwoordde ik. ‘Wat zegt u ?’ vroeg de cardioloog verbaasd. ‘Ik rook wel. U zei dat ik niet rookte. Ik rook wel. Best veel eigenlijk’, waarop de man in een gespeelde schaterlach uitbarstte en riep: ‘Dank u wel voor het spekken van de staatskas !’ ‘Geen dank’, zei ik droog. ‘dat doe ik al jaren.’ Maar ik kreeg geen preek. Ik vroeg hem van wanneer de cholesterolcijfers waren en die bleken van oktober vorig jaar te zijn. Ik maakte duidelijk dat ik dat niet snapte. Dat ik met enige regelmaat gecontroleerd werd en dat hij geen inzage had in de waardes. Maar de man had geen inzage in de resultaten van de research-afdeling. Dat zijn gescheiden systemen.

Ik kreeg nog wat antwoorden op vragen. Ik mocht met één medicijn stoppen, maar moest de voorraad wel in blijven nemen. Dat zou anders zonde zijn van de medicatie. En ik vond dat raar, maar zei daar niets van. Hij gaf me een hand en vertelde me dat hij mij weer over een jaar wilde zien of, wanneer er klachten zouden zijn, eerder.

 

Gemeenteraad


Op 1 maart 2015, in Politiek, door Ron

Het was alweer even geleden dat ik plaats nam op de publieke tribune bij een vergadering van de gemeenteraad van Noord-Beveland. Dat ik die niet zo vaak bezoek komt deels doordat het weinig zin heeft om daar te zitten wanneer je niets mag zeggen, tenminste zo voel ik dat, en ook vanwege het feit dat het ongemerkt steeds drukker wordt in mijn agenda en de donderdagavonden gewoon gebruikt worden voor andere overleggen. Maar afgelopen donderdagavond had ik tijd en besloot ik weer eens een kijkje te nemen om te zien of er wat veranderd was.

Wat gelijk opviel was dat de vergadering geleid werd door een andere burgemeester. Een interim, want er wordt naarstig gezocht naar een nieuwe. Maar goed, deze voorzitter, een Herr Seele-achtig type, leidde de vergadering erg bondig en formeel. Iets té in mijn ogen met hier en daar wat dualistische foutjes, want wethouders maken geen deel uit van de vergadering en zitten er louter informatief.

Voor de rest lijkt er bar weinig te zijn veranderd met een half jaar geleden. Een blok coalitie dat netjes de eigen wethouders steunt waar het gaat om de uitvoering van het beleid en een oppositie die de vergadering in een mum van tijd omtovert in een schertsvertoning. Oké drie van de vijf leden zijn beginnend, maar dat lijkt me geen vrijbrief om allerlei dingen te vragen die al lang geweten hadden kunnen worden met één telefoontje naar een ambtenaar.
Nee, dit lijkt me geen afspiegeling van de Noord-Bevelandse bevolking. Dan zou het er slecht uitzien voor Noord-Beveland.

Vroeger schreef ik nog wel eens een toneelstukje waaraan de Noord-Bevelandse politiek ten grondslag lag of van die typische uitspraken van ambtsdragers. Die stukjes waren erg leuk. Zo leuk zelfs dat we ze nog wel eens gingen opvoeren in de raadzaal van de gemeente. De ambtenarij vermaakte zich kostelijk vanwege de gelijkenissen. Wanneer ik nu een stukje zou moeten schrijven zou het hilarisch worden. Ook al ging het dan alleen maar over die nieuwe partij BEN, waarop veel Noord-Bevelanders hebben gestemd, maar uiteindelijk toch wat bedrogen zijn uitgekomen, want alleen als het gaat om onroerend goed gerelateerde zaken is men er als de kippen bij. Verder komt er geen zinnig woord uit.

Laat ik het weer eens proberen, een klein tonleestukje.
Niet voor kinderen, maar voor volwassenen en vooral voor insiders …

——

‘Zo jongens, we hebben die gemeenteraadsverkiezingen toch maar eens mooi gewonnen. Zien jullie hoeveel mensen mij geweldig vinden ?’ M. slaat zich op de borst en lacht geniepig. ‘De kiezer heeft gesproken en wil nu eindelijk wel eens een ander geluid horen. Nou, dat kan geregeld worden.’
A. snapt er niets van. Ze snapt ook het verkiezingsprogramma niet, maar is op de lijst gezet vanwege het feit dat er hier en daar toch een vrouw op moest. Dat dat vrouwzijn niet altijd even duidelijk is, zal M. een worst wezen.
Omdat M. zelf ook niet al te slim was en alleen maar over onroerend goed of grondprijzen kon praten, bedacht hij een plannetje om zichzelf wat slimmer te doen laten lijken.
‘Oké jongens, dan gaan we het zo doen’, en M. maant zijn fractie tot kalmte. Er was wat onrust ontstaan, omdat A. en P. niet hadden gerekend op een plaats in de gemeenteraad. ‘P. houdt structureel zijn mond. Oké P. ?’ Nog voordat P. een woord kan uitbrengen roept M. ‘ik wist wel dat je dat een goed plan vond’. En dat klopt ook wel, want P. vond het eigenlijk veel fijner om allerlei kritiek te typen op internet onder krantenartikeltjes, maar in zo’n gemeenteraad vindt hij eigenlijk best wel eng. ‘A.’, vervolgt M., ‘jij stelt de meest onnozele vragen die er te bedenken zijn.’ ’Waarover dan’, vraagt A. zich hardop af. ‘Maakt niet uit waarover. Verzin maar wat, doe maar wat bio-vragen. Je houdt toch zo van biologisch ? Van die verlepte zooi, waar alleen de strontvliegen interesse in hebben.’ A. is zichtbaar aangeslagen door de ferme uitspraken van M. en pinkt een traantje weg, maar ze houdt zich flink. In die mysterieuze droom die ze vannacht had waarin het getal drie een prominente rol speelde, juist in combinatie met de stand van Jupiter, en waarin de eenhoorn voorbij galoppeerde, had ze echt het gevoel dat het haar dag zou worden. Dat ze het nu eindelijk eens kon gaan opnemen voor haar medemens. ‘Oké’, zei ze zachtjes’, en legde haar hand op haar buik, waardoor haar navelchakra zich opende en zij zich gesterkt voelde.
‘Wat ruik ik ?’, tierde M. ‘waar komt die putlucht ineens vandaan ?’. A. schrikt op uit haar kleine meditatie en legt haar hand snel weer op de tafel.
‘Wat is jouw rol eigenlijk ?’ vroegen A. en P. bijna gelijktijdig aan M. ‘Ik ?’, zei M. heel langzaam en geheimzinnig, ‘ik ga de belangrijke vragen stellen en als er geen belangrijke vragen zijn, dan verzin ik ze ter plekke. Alleen zo kom ik in de krant en alleen zo weten nog meer mensen dat ik belangrijk ben, zodat ze op mij stemmen bij de provinciale verkiezingen. Af en toe gooi ik er eens een motie tegenaan om nóg belangrijker te zijn.’ ’Wat is een motie ?’ vroeg A. ‘Alleen dom doen in de gemeenteraad A., nu niet, daar heb ik echt geen zin in’.
‘Oh ja A.’ roept M. A. na, die samen met P. op weg was naar de deur, ‘je hebt nu een publieke functie A., dus trek af en toe eens wat anders aan hè. Het lijkt wel of je constant figureert in een film van Michiel de Ruyter. Wat je nu aan hebt, staat stijf van de vuiligheid en blijft waarschijnlijk naast je bed staan wanneer je het uittrekt. Gooi het lekker in de wasmachine of weg en zoek eens wat vlots, iets met hakken eronder doet het altijd wel goed’.
‘Maar, eh’,wilde A, nog proberen maar M. was al verzonken in zijn NRC en had geen aandacht meer voor wat er om hem heen gebeurde.
Ze had hem nog willen zeggen dat wasmachines niet goed zijn voor het milieu, dat de waspoeders uit de supermarkt erg verontreinigend zijn en dat haar kleding een erfstuk was van haar grootmoeder, die het op haar beurt weer had gekregen van haar grootmoeder die de kleding gevonden had in een hoekje van het schuurtje tussen de jute zakken.
Maar M. leek niet geïnteresseerd en wuifde de twee de deur uit.

——