Energielabel


Op 26 april 2015, in Opmerkelijk, door Ron

Gisteren viel bij mij het voorlopige energielabel van mijn woninkje op de mat. Misschien bij jou ook wel en heb je ook geen idee hoe men aan de wijsheid komt om in te schatten wat de energiezuinigheid van je woning is. De enige gegevens waarvan men gebruik gemaakt heeft is het type woning en het bouwjaar van de woning. Op zich vind ik dat best wel vreemd, want dat zijn toch weinig relevante gegevens lijkt me. Bouwjaar halverwege de negentiende eeuw en type rijtjeshuis aan een dijk levert je dus het energielabel F op. En nu mag je zelf gaan aangeven welke energiebesparende maatregelen je werkelijk hebt getroffen.

Er komt dus niemand kijken of meten en er is niemand die je energierekening op de korrel neemt. Toch is dat energielabel verplicht in geval van verkoop of verhuur van de woning. Weer een label in het doolhof van labels waarvan Nederland aan elkaar hangt, op weg naar de ultieme betutteling.
Voorlopig ben ik niet van plan mijn woning te verkopen of te verhuren, maar ik kan je wel vertellen dat mijn woning geen energie verbruikt, maar ik. Het totale verbruik aan energie is niet mijn woning aan te rekenen, maar mezelf. Mij levert dat een energienota op van nog geen honderd euro per maand. Dat zegt niets over mijn huis, dat zegt iets over mij, want ik ken mensen in een A-label woning, die net zoveel thuis zijn als ik en de helft meer betalen of misschien nog wel meer. En dit ondanks het gebruik van handige apps waarmee je energiebewuster zou kunnen worden.

Ik geloof niet zo in al die energiebesparende maatregelen. Het tot en met isoleren van je woning, zodat vocht geen kant meer op kan en dat je opgesloten zit met je centrale verwarming en de hele avond droge lucht zit in te ademen en je dus van ellende maar wat vochtigheid gaat toevoegen of toch maar wat dubbelbeglaasde ramen gaat openzetten. Juist, dan heb je dus een A-woning, maar je stookt daarnaast voor de straat, omdat je moet ventileren.

Ik denk wel dat het heel goed is dat je let op de zuinigheid en het gebruik van je elektrische apparaten. Daarin is, denk ik, nog wel wat winst te behalen, maar dat is aan de bewoner zelf. Wil je een enorme Amerikaanse koelkast met ijsblokjesautomaat of doe je het met een eenvoudig modelletje dat net zo goed koelt. Laat je de verwarming de hele dag draaien, zodat het aangenaam is wanneer je thuiskomt of zet je er bijvoorbeeld een tijdschakeling op. Kies je voor een boiler die constant staat op te warmen of kies je voor een boiler die zelf ‘leert’. Kies je voor conventionele verlichting, voor spaarlampen of LED-verlichting. Ik maak die afwegingen dus wel en daardoor komt het dat ik, in mijn overigens niet overgeïsoleerd huisje, zo’n lage energienota heb. Waarmee ik nogmaals wil zeggen dat het niet je huis is dat energie gebruikt, maar de bewoner zelf, met zijn of haar behoefte aan gemak en comfort.

Maar een huis een energielabel toekennen op bouwjaar en type slaat als een tang op een varken. Dat is als een IQ toekennen aan mensen op basis van leeftijd en uiterlijk. En als het niet klopt, dan moet je zelf maar zorgen dat het wel klopt. Juist, dan is de overheid er vanaf en hebben ze het lekker bij jou over de schutting gegooid.

Wat een onzin weer en wat een verspilde moeite. Hoeveel mensen zijn daar nu weer mee aan het werk geweest en wat had Nederland anders voor dat geld kunnen doen …

 

Stof tot praten


Op 19 april 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Laten we het maar eens over huishouden hebben. Het plaatje van de inzet links is niet bij mij thuis, maar het zou zomaar kunnen. Bij mij thuis ziet het er vergelijkbaar uit. Alsof je een antiekwinkeltje binnenstapt; overal staat wel wat. Ik vind dat leuk, want alles heeft zo zijn verhaal en maakt het daarom zo zonde om weg te doen.
En wie zo denkt wordt vanzelf een soort verzamelaar zonder zich daarvan bewust te zijn.
Dus ja, vol is het ook een eind, want zo groot is mijn huisje niet. Dus als er wat bij komt is het gewoon zoeken voor een plaatsje. Er hangen hier zelfs schilderijen over elkaar heen en in de gang staan schilderijen die ik nergens kan hangen, omdat de muren ook al een eindje vol zijn.
Eigenlijk zou ik eens een kraampje op een rommelmarkt moeten huren, maar wat vraag je dan voor iets wat je eigenlijk best dierbaar is ? Dus doen we dat maar niet en zal het vermoedelijk een zorg zijn van mensen die ooit mijn huisje moeten leegmaken.

Dat valt toch wel lastig schoon te houden, zou je denken. Nee hoor, het is alleen wat stoffig. Tenminste, van dichtbij dan. Van veraf zie je daar niets van. Stoffen zit niet in mijn systeem. stofzuigen ook niet zo, maar dat wil ik dan nog wel eens doen. Maar als stof kon praten, dan kon mijn stof nog wel eens verhalen vertellen van dertig jaar geleden.
Mijn gitaren stof ik daarentegen wel regelmatig, want zo’n stoffig ding op je zwarte broek is vervelend.

Stof stoort mij verder helemaal niet. Het is er gewoon en als je het wegneemt, ligt er een paar weken later weer stof op. Geen idee waar het vandaan komt, maar het is onbegonnen werk, dus begin ik er maar niet aan en ja, ik vind een blinkende huiskamer bij een ander ook wel fijn, maar het past niet zo bij me. Waar ik loop en waar ik zit is het niet stoffig, want daar loop of zit ik. Wat er ligt op plaatsen waar ik niet loop of zit, daar kan ik niet zo mee zitten.

En dan zie ik wel eens van die Swiffer-reclames voorbij komen en troost me dan met de gedachte dat het dan bij mij allemaal nog wel meevalt. Of van die schoonmaakreclames waar de keukenvloer met één veeg van een schoonmaakmiddel een mooie glanzende streep achterlaat. Zo erg is het dan ook weer niet bij mij. Maar hier van de vloer eten zou ik niemand aanraden. Niet dat het vies is, maar gewoon, wat stoffig. Of er liggen kleren of zwerven er schoenen of muziekinstrumenten of gereedschap.
Huishouden zit me dus niet in het bloed. Ook niet in het voorjaar, wanneer men spreekt over de voorjaarsschoonmaak. Maar wie weet, misschien ga ik het nog wel eens leuk vinden. Zo vond ik tuinieren ook maar niets, maar op dit moment vind ik het wel leuk en rustgevend en geniet ik van alles waarin nu weer wat leven komt. Dat had ik me ook nooit durven voorstellen. Een mens kan veranderen hè.

Het zal dus nog wel even stoffig blijven in dat kleine huisje van mij en ik vraag me werkelijk af of ik het nog wel zo leuk wonen zou blijven vinden zonder dat stof.

 

Geur


Op 12 april 2015, in Opmerkelijk, door Ron

Geur, raar woord eigenlijk als je dat zo ziet staan, maar ik besefte me laatst dat geur toch wel een mooie smaakmaker van het leven is. In eerste instantie niet zo belangrijk lijkend dan zien of horen, maar toch een mooie illustrator van toekomst, heden of verleden. En wanneer je je wat meer op geuren toelegt, zal je merken dat dit hetzelfde effect kan hebben dan bijvoorbeeld een fotoboek. Geuren kunnen je ergens aan herinneren, mooi of minder mooi, en je even meenemen naar een stukje verleden.

Een mooi voorbeeld daarvan is het feit dat je, en ik spreek inmiddels uit ervaring, na een mislukte relatie de muziek die je beiden zo bekoorde een tijd (of helemaal) niet meer wilt horen. Het doet je denken aan een periode waaraan je niet meer denken wil. Ik heb dat ook met geuren. Aan bepaalde geuren heb ik gewoon minder leuke herinneringen en dat zijn vooral eau-de-toiletjes die je doen denken aan minder prettige tijden. Niet dat ik die per definitie vind stinken, maar ik ruik het liever niet.

Evenals met muziek is het van geuren bijzonder prettig dat ze een stukje verleden terug kunnen halen. Soms moet je even denken waaraan het je ook al weer herinnerde, maar meestal komt dat vrij rap. Zo ruik ik zelf nogal eens in een boek. Probeer dat maar eens en bedenk je dan waaraan het je doet denken. De geur van drukinkt is door de jaren heen niet zoveel veranderd.
Zo vind ik bepaalde tijdschriften nog steeds ruiken naar de Donald Duckjes van vroeger of de Sjors en Sjimmies waarnaar je uitkeek tot het moment dat ze in de brievenbus vielen.

Soms doet een bepaalde geur je terugdenken aan een vakantie, de zolder van je oma of iemand die je kende. Soms ruik ik een geur, ik kan hem niet omschrijven, die me doet denken aan de keuken van het huis van een vriendje van vroeger. Daar rook het altijd hetzelfde. Geen etenslucht, maar toch wel gezellig en vertrouwd. Benzinelucht laat me altijd terugdenken aan de tijd dat ik nogal eens aan brommertjes sleutelde; een bijzonder leuke tijd. Al met al maakt dat reuk tot één van mijn leukste zintuigen. Oké ik kan het missen, eerder dan horen of zien, maar blij ben ik er wel mee.

Elke dag voorzie ik mezelf van een passend geurtje. Niet altijd dezelfde, ik kan hier nogal wat kiezen als ik dat zou willen en het ligt er maar helemaal aan waar ik naartoe ga, hoe ik me voel en ook wel een beetje welk tijdstip het is. Maar zonder geurtje ga ik de deur niet uit.
En zo komt het dat er in dat dasje van mij een keur van geuren hangt. Heerlijk. Vleugjes van dit en dat en als ik dan eens een zware vergadering heb, dan duik ik even in mijn dasje en ruik ik even diep.
Dat geeft me een gevoel van veiligheid en geborgenheid, een gevoel van bijna thuis.

Herken je dat ?

 

En ??


Op 5 april 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

En donderdagavond togen mijn zoon en ik naar Raamsdonkveer om de Volvo definitief achter te laten in ruil voor een Saab negen-vijf. Gek genoeg vind ik dat soort momenten best wel een tikje emotioneel. Niet dat ik met tranen in de ogen sta, maar toch, het was zo’n lange tijd je auto en heeft in die tussentijd best wat lief en leed met je ‘gedeeld’.

Omdat er best wel wat veranderd is in de aan- en verkoop van auto’s, tegenwoordig krijg je een kentekenbewijs op creditkaartformaat, vroeg ik aan mijn zoon of ik de goede papieren mee had. Volgens hem wel, maar, zo later bleek, volgens de verkoper niet. Ik had het deel niet bij me dat je thuis apart moet bewaren. Ik dacht dat dit al een tijdje geleden was afgeschaft, maar niet dus. Gelukkig deed de man niet moeilijk en ik sprak af dat ik het als pdf zou mailen en de volgende dag zou opsturen.

We namen de auto mee en probeerden hem, op weg naar huis, eens lekker uit.

De Saab is tot nog toe, ik koop nooit een nieuwe auto, de jongste auto die ik tweedehands in mijn bezit krijg. In tegenstelling tot het vorige bericht is het niet mijn eerste diesel. Ik reed ooit twee keer een Mercedes, midden jaren tachtig, die beide op diesel reden en beide auto’s waren niet vooruit te branden, maar reden wel erg lekker. Ik denk dat de technologie in de tussentijd niet stil is blijven staan, want in de Saab merk je eigenlijk niet dat je een diesel rijdt. Hij is best fel en je bent vrij rap op snelheid. Ook het voorgloeien, waarvoor ik vroeger aan een knop moest trekken, gaat helemaal automatisch.

In vergelijking met de Volvo, hetgeen ik niet te veel moet doen, lever ik wel iets in. Geen automaat, geen volledig elektrische stoelen, geen leren bekleding, geen stoelverwarming, maar wel heel veel speelknopjes en een heerlijk infotainment systeem met geïntegreerde navigatie en bluetooth. Grafisch heel mooi met een touchscreen. Ook de elektrische handrem en de startknop in de Saab is even wennen, want hoe ga je dan hellingtrekken ? En je zoekt, wanneer je de auto stilzet en naar buiten wil, naar een sleutel om mee te nemen. Dat is best raar, want de sleutel blijft in je zak. De auto ‘merkt’ of de sleutel zich aan boord bevindt en zal op basis van die informatie wel of niet starten. Een cd-speler heb je eigenlijk niet meer nodig. Je neemt muziek mee op je USB of op je telefoon en wanneer je het mooi vindt dan kopieer je de boel naar de harde schijf met één druk op een knop en dat is natuurlijk wel een mooie uitvinding. Vooral voor een muziekliefhebber als ik.

Maar goed, je koopt een auto om je te verplaatsen op een leuke en comfortabele manier en dat gaat heel goed in de Saab. Er rammelt niets. Als je een deur dichtslaat is hij ook gewoon dicht. De turbo-diesel is een fijne motor die ongeveer zeven op honderd gebruikt. In combinatie met de zeventig litertank kun je dus best duizend kilometers op een tank rijden. De versnellingsbak is wennen. Niet dat ik moet schakelen, dat heb je vrij snel weer in de benen, maar die zesde versnelling. Op tachtig kilometer wegen, en die hebben we er nogal wat in Zeeland, kun je er net niets mee. Jawel, je kun wel in zijn zes gaan rijden, maar veel power moet je dan niet meer verwachten. Op de snelweg kun je er echter wel lekker je toeren mee drukken, zodat je zuinig je kilometers maakt.
De wegligging is goed, de vering wat stug en de kleur is wat wennen, maar wel mooi. Niet wat je van mij gewend bent, ik ook niet, maar heel deftig. Ik heb het idee dat die lichtere kleur de auto optisch iets groter doet lijken. De auto past overigens maar net tussen de twee boompjes voor mijn huis.

Ik geniet in ieder geval weer met volle teugen van mijn inmiddels zesde Saab. Autorijden blijft op deze manier een feestje. Hoe het zit met onderdelen wanneer je in een auto rijdt van een failliet bedrijf, dat zien we later wel. Gelukkig is het motorisch een halve Opel (GM) en zal dat in ieder geval geen problemen geven. Dan is het alleen zaak om geen schade te rijden en wellicht is dat best moeilijk met al die leuke speledingetjes aan boord.