Aquarium


Op 25 juli 2015, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

zeeaquariumSoms heb je van die dingen, die bij een ander leuk zijn, maar die je zelf niet in  huis wilt hebben, Ken je dat ? Eén van die dingen is een aquarium. Ik heb zelf helemaal niets met aquaria. Hoewel het allemaal beweegt, is er toch weinig meer aan te beleven dan er alleen maar naar te kijken.
Je hoeft niet te borstelen, niks uit te laten, ze komen niet als je roept en ze zwemmen al helemaal niet achter een stok aan wanneer je die weggooit.

Eigenlijk wordt ik al een beetje weemoedig bij het zien van een goudvis in zo’n ronde kom met een stengeltje groen, gekleurd grind en een plastic kasteeltje erin. Daar kan de goudvis onder door het poortje zwemmen. Maar dat doet ie niet, de vis zwemt alleen maar rondjes. Zijn mond maakt mooie ronde bewegingen, maar in wezen roept hij ‘Help !’.

Ik heb ooit eens bij een Chinees gezeten tegenover een aquarium, daarin zwom een bleke vis ontelbare keren op en neer. Meer niet. Als je je eetlust wilt verliezen, moet je vooral bij een Chinees tegenover een aquarium gaan zitten waarin een bleke vis op en neer zwemt. En als je al wat door je keel kunt krijgen, dan moet je wel een aantal keren plassen vanwege dat waterstraaltje dat voor extra luchtbelletjes zorgt.

Nee, een aquarium is niet mijn ding. Maar mijn zoon is er helemaal gek mee. Eerst had hij een gewoon aquarium met tropische visjes in verwarmd water. Een heel meubel had hij er voor in elkaar geknutseld. Maar nu heeft hij een tropisch zeeaquarium aangeschaft, dat in de kamer staat. Jawel, dat staat in de kamer en niet zo onopvallend ook.
Hij is daarvoor speciaal Oosterschelde water gaan halen, tweehonderdtwintig liter en heeft er levende stenen ingezet. Die stenen leven niet, maar in die stenen zit leven. Uit al die gaatjes komt van alles en nog wat tevoorschijn. Ongewerveld leven en wanneer je daar goed naar kijkt, is dat best wel mooi en ontwaar je steeds weer nieuwe dingen.

Hij heeft dat aquarium nu een maand en er zit nog geen vis in. ‘Eerst moet je het water conditioneren’, zegt hij. Dat moet je dan controleren op allerlei waardes. Ammonia, PH, nitraat enzovoorts. De verlichting moet in orde zijn en de temperatuur mag niet teveel schommelen. Jawel, ondertussen weet ik er ook al iets van, want ik vind het best wel een leuke bak (bij een ander dan hè). En zo kreeg hij van mij al een chiller cadeau voor zijn verjaardag. Dat is een apparaat dat het water koelt of verwarmt. En vorige week kreeg hij voor mijn verjaardag een zogenaamde eiwitafschuimer. Geen idee wat het is, maar dat heb je schijnbaar ook nodig. Ik kan je vertellen, ze geven die apparaten nu niet bepaald weg. Dat kost best wat.

Vandaag gaat hij er eindelijk koraalzand in doen, voor op de bodem en morgen gaan we visjes kopen in Breda. Daar zit een speciaalzaak, die ook op zondag open is. Drie generaties gaan visjes kopen, tropische visjes. Mijn zoon, mijn kleinzoon en ik. Ook die geven ze niet weg en het is zaak, denk ik, dat je aquarium in orde moet zijn, wil je niet in ene vijfhonderd euro op zijn rug zien drijven.

Maar je leest het, ondertussen vind ik het ook best leuk. Weliswaar bij een ander, maar toch. Ik ben benieuwd hoe het er uiteindelijk uit gaat zien en vooral, hoe lang het leuk blijft.

We wachten af …

 

Flowers are red, green leaves are green


Op 19 juli 2015, in School, door Ron

De laatste studiedag met het Kloetingse team begon ik met een filmpje. Als opstartertje, iets om te overdenken en even met elkaar van gedachten te wisselen …

En ik stelde de vraag in hoeverre je als leerkracht invloed moet uitoefenen op het creatieve denkproces van kinderen of corrigerend moet optreden wanneer het kind volgens de leerkracht ergens een fout in het denken maakt.
Eén ding is zeker, de invloed die je hebt als leerkracht op het denken van je leerlingen is groter dan je denkt, vooral wanneer leerlingen wat jonger zijn. Je hoort ouders nogal eens tegen de leerkracht zeggen dat ze thuis merken dat hun kind bijna alles blind aanneemt van hun juf of meester.

De boodschap in het filmpje was duidelijk en niemand uit het team kon zich vereenzelvigen met de eerste leerkracht. Zo’n leerkracht wil je eigenlijk niet zijn. Hier wordt bijna dwangmatig, met straf als gevolg, een creatief denkproces beïnvloed. Toch gebeurt het hoor.
Zo heb je kleuters die naar huis gaan met een perfect werkje, waaraan de leerkracht het meeste zelf heeft gedaan en de leerling alleen maar op een tevoren aangegeven plaats een plakkertje mag plakken en je hebt kleuters die naar huis gaan met een vrij chaotisch werkstukje, waaraan je eigenlijk nog niet kunt zien wat het is, maar dat ze wel helemaal zelf hebben gemaakt.

Gelukkig zien we dat eerste voorbeeld niet zo vaak meer. Gelukkig, omdat er op die manier vrij weinig creativiteit gevraagd wordt van leerlingen en er dus ook maar bar weinig ontwikkeld wordt. Behalve dan de voorgeschotelde creativiteit van de leerkracht accepteren te moeten accepteren als de norm voor het knutselen.
Volgens ingewijden is de ontwikkeling van het creatief denken ook van invloed op het probleemoplossend denken.

En dan kom je in een grijs gebied, want hoe zit het met de creatieve vrijheid waar het gaat om de cognitieve vakken ? Creatief denken is belangrijk bij het oplossen van vraagstukken, maar hier zal een leerkracht toch af en toe moeten ingrijpen en strategieën moeten aanreiken die doeltreffend en begrijpelijk zijn. Dan zal je je als leerkracht meer autoritair moeten opstellen dan bij de louter creatieve vakken en een juiste oplossing eisen. Sterker nog, wanneer het de leerling niet lukt om tot juiste oplossingen te komen, dan wordt dit naar ouders gerapporteerd.
Jawel, van een leerkracht wordt een bepaalde autoriteit verwacht, hoe vervelend het woord ook klinkt en hoezeer een leerkracht niet autoritair wil zijn.

De kunst is alleen om dit als leerkracht uit te schakelen op momenten dat het er toe doet dat leerlingen zichzelf creatief ontwikkelen. Ook dan kunnen er hulpmiddelen en strategieën worden aangereikt, maar het wordt niet opgelegd. Het resultaat moet namelijk iets van het kind zelf laten zien. Ik vergelijk het wel eens met filosoferen met kinderen. Dat gaat heel goed, zolang je kinderen maar niet voorschrijft wat te denken.

Dat zou men bij jou toch ook niet moeten doen, denk ik.

 

Afscheid


Op 12 juli 2015, in School, door Ron

pleinAfgelopen woensdag had men mijn afscheid van De Vliete gepland. Een dag waarvan ik niets mocht weten, behalve de datum en het tijdstip, maar waarover ik via via toch al wat informatie had vernomen. Het was min of meer aangekondigd in een gemeentelijk huis-aan-huis-blaadje dat ik niet lees. Maar goed, wanneer je er in de SPAR in Kamperland over aangesproken wordt, ga je toch eens vissen waar men die informatie vandaan heeft.
Dagen waarvan ik niet weet wat er gaat gebeuren behoren niet tot mijn favorieten, maar nu zat er niets anders op dan afwachten en laten gebeuren.

De dag begon met een enorme stortbui, terwijl er op het plein, bij mijn aankomst een zogenaamde flashmob opgevoerd zou worden. Gelukkig stopte het even met regenen, zodat dit toch nog door kon gaan. Alle leerlingen van de school deden er aan mee. Dat zal me een ingestudeer geweest zijn. Zelfs de leerlingen die helemaal niet van dansen houden, deden mee.
Even later is er een straatnaambordje onthuld. Het zal uiteindelijk het nieuw aan te leggen schoolplein sieren. Natuurlijk is dat geen officieel bord, maar wel leuk natuurlijk, alhoewel ik me afvraag of een nieuwe directeur dit ook zo leuk zal vinden.

Het programma, een hele ochtend, in de hal van de school zat vol verrassingen. Zelfs mijn kleinzoon verzorgde een klein rol in het geheel. Allerlei zaken van vroeger kwamen hier en daar aan bod, zoals mijn kindergedichtjes, die ik ooit in de jaren tachtig schreef in het krantje van Marcusse of mijn voorliefde voor de boeken van Wim Hofman. Die heb ik in de loop der tijd heel wat voorgelezen. Sterker nog, ik heb er altijd één in mijn tas zitten voor wanneer ik plots even moet invallen.
Oude liedjes kwamen ten tonele, een lipdub doorheen de hele school en de ochtend werd zelfs afgesloten met een heuse lerarenband. Hoe kan dat ? Daar zeur ik al jaren om, had het in Kloetinge in een paar maanden voor elkaar, ga ik weg daar op De Vliete en wat staat daar ? Een lerarenband. Daarvoor zou je bijna blijven.
Aan het einde had ik voor alle leerlingen nog een klein aandenken laten drukken. Dat kan eenvoudig bij een relatiegeschenkenwebshopje.
Een onverwacht verrassend ochtendje dus.

‘s Middags was er een soort receptie. Ik ben daar helemaal het type niet voor. Dat zou ik misschien doen, voor de vorm, wanneer ik met pensioen zou gaan, maar nu, met een wisseling van scholen, had ik dat niet nodig gevonden.
Toch was het leuk hoor. Vooral al die oud-leerlingen, oud-collega’s en oud-ouders. Even praten over de tijd van toen. Ook de collega waarmee ik ooit begonnen ben, was er. In die tijd werkten we getweeën op de school en telden we tweeëndertig leerlingen.
Het team verzorgde de hapjes en de drankjes.

De dag sloten we af met het team in een restaurant in Goes. Tijdens een erg onderons gezellig etentje werden mij twee erg originele cadeaus overhandigd. Een zogenaamde ‘glossy’ over mezelf, waarin oud-leerlingen, oud-collega’s en oud-ouders wat hadden geschreven over zaken die ik al lang vergeten was en over zaken die ik me nog herinner als de dag van gisteren.
Daarnaast hadden ze voor mij een boekje van Wim Hofman met daarbij, heel onverwachts, een klein schilderijtje van hem van één van zijn hoofdfiguren uit zijn boeken.

Jawel, hoewel ik geen controle had over deze dag, was het een zeer geslaagde dag, met een lach en een traan, maar vol warme, lieve en leuke herinneringen.
En dat zijn er nogal wat wanneer je, net als ik, vijfendertig en een half jaar op één en dezelfde school hebt gewerkt.
Dat houd je alleen maar vol, wanneer het ook echt heel leuk is. Toch ?

Bedankt !

 

Cito


Op 5 juli 2015, in School, door Ron

citoCentraal Instituut voor Toetsontwikkeling, ofwel Cito, wie kent dit instituut niet of beter gezegd, wie kent de producten van dit instituut niet. Wat ooit begon als een instituut voor de ontwikkeling van onafhankelijke toetsen, waardoor het advies van de meester of de juf op een eerlijke manier werd bevestigd of weerlegd, is nu een begrip. Toch zeker binnen het basisonderwijs is Cito niet meer weg te denken en wordt het voornamelijk gebruikt om leerlingen methodeonafhankelijk te toetsen en ze daarna te spiegelen aan een landelijk gemiddelde. En dat is goed.

Methodetoetsen toetsen meestal een bepaald blok leerstof. Daar is vaak al een tijdje mee geoefend, dus de stof zit nog vers in het geheugen. Eens in de zoveel tijd passeert er een methodetoets die toetst wat er op lange termijn is blijven hangen. Maar goed, de ene methode is de andere niet, dus ook de toetsing is anders en daardoor moeilijk of niet met elkaar te vergelijken. Het afnemen van Cito-toetsen geeft dus een algemeen goed beeld van hetgeen de leerlingen in hun mars hebben.

Maar je kunt natuurlijk ook doorslaan en ik denk dat dit nu een beetje in het Nederlandse onderwijs gebeurt. Het is Cito voor en Cito na en vorig jaar vertelde ik een bezoekend inspectrice nog dat de methodetoetsen beter waren, maar daar had de mevrouw geen boodschap aan, waardoor ik me werkelijk ging afvragen waarom we nog methodetoetsen zouden afnemen. De inspectie ziet methodetoetsing als procesbewaking, niet als niveaubepaling. Het lijkt er dus een beetje op dat in het Nederlandse basisonderwijs Cito bepalend is. En ik ken directeuren die roepen: ‘Mijn school wordt geen Cito-school’, maar ik denk dat je er maar beter voor kunt zorgen dat je Cito-toetsing op orde is, want dat is het enige dat de inspectie interesseert.

Onlangs is de Cito-eindtoets afgenomen, tegenwoordig de centrale eindtoets genoemd. De inspectie gebruikt de resultaten als indicatie voor de kwaliteit van onderwijs op de school. Zijn die een aantal jaren niet op orde ? Dan kan je een uitgebreid bezoek verwachten, waarin ook weer de Cito-toetsing door de hele school maatgevend is.
Ook over het afnamemoment van de eindtoets, dat pas is bijgesteld naar april in plaats van februari, is slecht nagedacht. Het voortgezet onderwijs wil namelijk op één april al weten welke leerling er welke richting komt doen. Dan moet het advies van de juf of meester dus doorslaggevend zijn, want een eindscore is er immers nog niet. Nog nooit zijn er in Nederland zoveel gesprekken met ouders gevoerd over de keuze van het vervolgonderwijs, omdat het advies van de leerkracht in twijfel werd getrokken ook al bleek later uit de resultaten van de eindtoets dat de leerkracht wel degelijk gelijk had. Zonder die objectieve Cito-score lijkt het wel dat ouders denken dat er onderhandelingsruimte is. Er zijn dan ook veel gesprekken geëindigd met de woorden: ‘We wachten de uitslag van de eindtoets af’.

Jawel, ik denk dat we aan het doorslaan zijn. Ook bereiken mij wel eens berichten van frauduleuze twijfels waar het gaat over de manier van afnemen. Ik ken scholen die speciaal oefenen voor Cito, omdat Cito methodeonafhankelijk toetst en het zomaar zou kunnen dat er iets getoetst wordt dat in jouw methode nog niet behandeld is of omdat de manier van vraagstelling ernstig afwijkt van hetgeen de leerlingen gewend zijn.

Dus ja, dat instituut voor toetsontwikkeling achtervolgt menig leerkracht. Ik adviseer ze om daar niet al teveel van wakker te liggen en wel degelijk de methodetoetsing mee te wegen.

Een vriendin van me stuurde me een aantal maanden geleden onderstaande brief.
Zo kun je het ook bekijken, al heeft de inspectie daar waarschijnlijk geen boodschap aan …

 

citobrief