Registreren


Op 31 januari 2016, in School, door Ron

registerNiet alleen op internet word je gek van alle registraties, ook in bepaalde beroepsgroepen schijnt het het woord te zijn dat jammer genoeg de werkvloer gaat beheersen. Zo was onlangs nog de ziekenzorg in het nieuws, gek worden ze daar van al dat geregistreer. Wat dacht je van de politie, daar hebben ze helemaal de buik vol van registreren. Maar de beroepsgroep die je maar weinig hoort, het onderwijzend personeel, krijgt het wel heel erg te verduren. Toch zeker als je dat vergelijkt met vroeger.
En doe het maar, want eens in de zoveel tijd wordt er naar gevraagd. Of je er wat aan hebt is niet aan de orde. Het moet geregistreerd worden.

En als je dan alles hebt geregistreerd en je dagen en delen van je weekend hebt gevuld met het maken van plannen, dan krijg je het nieuws te horen dat je jezelf ook nog eens moet registreren. Vanaf tweeduizendzeventien moet elke leerkracht zich registreren om zich te onderscheiden van de groep mensen die zich ‘leraar’ noemt. Je moet veertig uur per jaar nascholen bij een gecertificeerde aanbieder. Waar je die tijd vandaan moet halen ? Dat zoek je zelf maar uit, want je moet natuurlijk ook nog gewoon lesgeven en de boel mooi registreren.

Het is allemaal wel mooi bedacht, maar langzamerhand wordt het ondoenlijk om met passie les te blijven geven. Het merendeel van de leerkrachten heeft er al een cursus time-management op zitten omdat een dag maar vierentwintig uren heeft en een week maar zeven dagen. En registreer je maar, want als je portfolio niet voldoet aan de eisen en bij steekproef bekeken wordt, volgen er sancties.

Ook schooldirecteuren dienen zich te registreren. Ik sta al ingeschreven sinds tweeduizendveertien en dat kost de stichting honderdvijfenzeventig euro per jaar. Lucratieve business. De overheid stelt het niet alleen verplicht, maar verdient er ook nog wat mee terug. Evenals de assessmentsbureaus, die ongeregistreerde directeuren testen op hun competenties. Dat zijn er nogal wat, ongeregistreerde directeuren. Je managementpapiertje mag niet ouder zijn dan vier jaar. En als je dan, net als ik, over een oud diploma met hoofdakte beschikt, dat ging nog zo in mijn tijd, moet je door de hele malle molen. Ongeacht of je nu een berg nascholing, want dat heb ik nogal wat gedaan, hebt gevolgd of dat men tevreden is over je werkzaamheden. Je kunt nog zoveel papieren in je zak hebben, maar dat geeft naar mijn mening geen garantie, dat je ook daadwerkelijk geschikt bent voor het vak.

Enfin, sinds vorige week donderdag mag ik me registerdirecteur noemen. Daarvoor heb ik twee weken geleden een pittig assessment moeten doen. Jawel, je leest het goed, met de leeftijd waarop je tien jaar geleden met een regeling kon uittreden, zit je nu in een ongezellig kamertje in Breda figurenreeksen op te lossen of logische gevolgtrekkingen te verzinnen. En ik verzeker je, wanneer je juist daarvoor je mooie Saab tegen een gele varkensrug hebt geschampt, vergt dat nogal wat van je concentratie.
Op basis van een presentatie, een respondentenonderzoek, een business-case en wat IQ-testjes bepaalt men of je voldoet aan de huidige competenties die een stel salonpedagogen uit Den Haag heeft vastgesteld.

De nabespreking van afgelopen donderdag loog er niet om, men wist een redelijk beeld te scheppen van mij en mijn werkzaamheden. Dat ik eigenzinnig ben en moeite heb met opgelegd beleid, dat ik weinig planmatig ben en moeilijk te overtuigen. Dat ik van de gebruikelijke paden durf af te stappen om toch een doel te bereiken, dat ik daarvoor best bereid ben een ‘spel’ te spelen, en dat mijn IQ bovengemiddeld was in vergelijking met mensen met een wetenschappelijke achtergrond. Kijk, dat vond ik dan wel weer leuk om te horen. Voor de rest zijn er conclusies getrokken die mijn moeder hen ook had kunnen vertellen of om het even wie mij kent.
En ja, ik heb ontwikkelpunten, die heeft iedereen, maar ik heb altijd de drive gehad om er aan te werken, verplichte registratie of niet.

Maar sommige zaken zitten in je aard, in je genen, en die haal je er met een nascholing niet zomaar uit.

 

 

Fright Night


Op 24 januari 2016, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

fright_nightHet idee was ooit eens, ik denk een jaar of zeven geleden, ontstaan, omdat we als Oranjecomite vonden dat er voor de oudere jeugd erg weinig werd georganiseerd op ons dorp. Wel voor volwassenen en voor de schoolgaande jeugd, maar er was altijd een categorie die tussen wal en schip viel. En wat is er nu leuker om, samen met je makkers, de avond van je leven te beleven. Nou ja, in ieder geval een avond om niet zo snel te vergeten en waarover je later nog eens napraat onder het mom van: ‘Weet je nog ….. ‘

In tegenstelling tot de voorgaande jaargangen, waarbij we kinderen dropten met een geblindeerde bus in de middle of nowhere, hielden we gisteren de avond, net als de allereerste keer, binnen de grenzen van het dorp zelf. Dan blijft het compact en is er betrekkelijk veel te beleven op een kleiner traject.
Er gaat hieraan echter wel de nodige voorbereiding aan vooraf. Zelf zorg ik altijd voor formulieren, bonnen en het spelelement, anderen zijn weer meer betrokken bij knutselwerk of het werven van vrijwilligers, de kleding en de schmink.

Gisteren hadden we een team van, alles bij elkaar, vijfentwintig vrijwilligers. Dat is best veel voor zo’n klein dorpje en ook wel fijn, want zonder vrijwilligers is welhaast elk evenement een kansloze zaak. Daarnaast, je moet het maar doen. Als onnozele ergens posten om jongelui de stuipen op het lijf te jagen.
Gisteren hadden we een achttal tafereeltjes, zoals we dat noemen, waar één en ander gaande was. Bij elk tafereeltje moest je, als je daar de vaste hand nog voor had, een geheim teken opschrijven. De verzamelde tekens kon je na afloop decoderen naar letters om een woord te vormen.

Nadat ik de jongelui in groepjes had laten starten, reed ik zelf door het dorp om kinderen die wel erg de weg kwijt zijn geraakt weer op het juiste pad te helpen. ‘Meneer, het is toch niet eng hè ?”Nee hoor, vanavond hebben we het niet eng gemaakt.’ ‘Is er een man met een motorzaag ?’ ‘Nee hoor.’ Voorgaande jaren hadden we altijd een man met een motorzaag. Dit jaar hadden we er twee.

En zo kwam het dat er op dat dorp Wissenkerke, dat doorgaans in januari best wel saai is, ‘s avonds gegil was te horen en diverse mensen uit vermaak in hun deurgat stonden. Er haakten kinderen af, omdat ze niet meer durfden. Er was zelfs een groepje dat de straat niet uit durfde. Gelukkig hebben we altijd één post waar je wat op adem kunt komen met wat te drinken of een soepje, maar daarna moest je het toch echt weer zelf gaan doen.

Pas laat kwam het eerste groepje weer terug. Ze vonden het niet zo eng, vertelden ze stoer, maar aan de staat van hun deelnameformulier en de manier waarop er was getekend was af te lezen dat ze heel wat hadden doorstaan. Pas wanneer het laatste groepje binnen was, konden onze creaturen hun biezen pakken, en ruimden we de boel op.

Het bleef nog lang onrustig op het dorp.

 

Comboloos


Op 17 januari 2016, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

opeltjeLezers die mij al langer volgen weten dat ik in tweeduizendtien voor een prikje de eigenaar werd van dit Opeltje Combo. Achthonderdenvijftig euro betaalde ik ervoor, omdat ik een sjouwbakkie nodig had voor een geplande verbouwing. Ik reed destijds in een Saab Cabrio en dat was nu net niet de auto waarmee je onbekommerd naar de milieustraat reed met je afgeschreven sanitair. Daar had ik een oud autootje voor nodig dat niet al teveel kostte. In ieder geval niet meer dan duizend euro.

Na vijf en half jaar trouwe dienst heb ik hem (of haar) verkocht. Ik reed er alleen incidenteel en in vakanties in. Mijn zoon gebruikte hem vooral voor dagelijks woon-werk-verkeer, maar die heeft nu iets soortgelijks van het bedrijf waar hij werkt. Daarbij kwam dat een vriend van mijn zoon een bestelautootje zocht voor zijn eigen bedrijfje en wat die nog moest kosten. Aangezien die jongens niet veel te makken hebben (of hun uitgaven anders prioriteren), mocht hij hem kopen voor honderd euro.
Oké, dat is niet veel voor iets dat nog rijdt en APK gekeurd is, maar anderzijds kostte dat dieseltje mij elke drie maanden toch een redelijk bedrag aan wegenbelasting en eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de auto er niet meer uitzag, omdat het getekend was door ferme sporen van onvoorzichtigheid.

Toch heb ik er een berg lol aan beleefd en ben er zelfs nog mee naar de Ardennen gereden. Het haalde amper de honderdtwintig kilometer per uur, maar startte altijd. Niks was er teveel, bouwpuin, zolderopruimingen, tuinafval, kuubje haardhout of pakken kopieerpapier voor school, alles ging moeiteloos van A naar B.
Twee keer per jaar richtte ik de Combo in als mobiele geluidsinstallatie. Dan pakte ik de laadbak vol met versterking, speakers, mengtafel, afspeelapparatuur en microfoons, reed de auto naar de plaats van bestemming (meestal midden in het dorp of op een sportveld), achterdeurtjes open en knallen maar.

Hoe dat in de toekomst moet ? Ik heb geen idee, maar wellicht is het de beurt aan iemand anders of moet er op zoek gegaan worden naar andere oplossingen. Om nu voor dit doel een heel jaar een bestelautootje te hebben, vind ik wat overdreven. Ook deze zomervakantie heb ik wat verbouw gepland, maar ik zie wel hoe dat gaat. Veel zaken kun je ook laten bezorgen en ik kan mijn zoon ook wel een keer vragen of ik zijn bestelautootje een keer kan lenen. Maar goed, dat ding is nog redelijk nieuw en een deukje hier of daar zal niet op prijs worden gesteld.

Over deukjes gesproken. Raakte ik van de week met mijn nieuwe Saab toch zo’n varkensruggetje bij het oprijden van een parkeerterrein. Ik had het niet in de gaten, maar een omstander hoorde het. De spoiler is een beetje ingedeukt en er zitten wat krassen op. Als je het weet, dan zie je het, maar in vogelvlucht valt het niet op. Ik ga deze week toch maar even bij een schadehersteller langs om te bespreken of het gerepareerd kan worden. Ik heb de Saab in de all-risk zitten, dus dan zal ik daar maar eens, na al die schadevrije jaren, een beroep op moeten doen.

Dat bedoel ik dus. Bij de Combo had ik eens geglimlacht, maar bij mijn Saab is het verre van leuk …

 

Miracast


Op 10 januari 2016, in Internet, School, door Ron

miracastMiracast, zou je denken, waar gaat dat nu weer over ? Het heeft alles te maken met het feit dat ik nu al zit te denken hoe ICT in een nieuwe moderne school geregeld kan worden. Binnen niet al te lange tijd hebben wij in Kloetinge die gelegenheid en dan is het goed nu al te weten wat er mogelijk is. Aangezien er geen budget is om te experimenteren, doe ik dat gewoon thuis op eigen kosten. Dat is niet zielig of jammer, integendeel, ik vind het zelf ook leuk.

Hoe ziet het huidige oude krijtbord eruit in een doorsnee lokaal anno nu ? Meestal hangen er zogenaamde smartboards, waarop een beamer het computerscherm projecteert. Het bord is interactief, dus je kunt erop tikken en schrijven en je computer bedienen. Dat werkt goed in donkere dagen of in een klaslokaal dat redelijk te verduisteren is. Tenzij je een superbeamer hebt hangen, waarvoor wij echter geen geld hebben, moet de ‘gewone’ beamer het vaak afleggen tegen het invallend licht.
De beamer op zich is vrij gevoelig, die van ons hangen aan de muur en projecteren op veertig centimeter afstand en dat is al heel wat voor het onderwijs. Je staat niet in het beamerlicht les te geven. Maar bij het passeren van een zware vrachtauto hangt die beamer ook een beetje te trillen en dat is vrij irritant. Dat zal aan de constructie van het oude gebouw liggen, vermoed ik.

Wanneer de lamp van de beamer ‘op’ is, moet je hem vervangen. Dat kun je eenvoudig zelf, maar de lampen zijn vrij prijzig. Aangezien je ongeveer anderhalf jaar doet met zo’n lamp bij dagelijks gebruik, hebben we inmiddels al heel wat uitgegeven aan die lampen. Ze doen tweehonderdvijftig tot driehonderd euro per stuk bij een goedkoop ‘mannetje’.
De beamer wordt aangestuurd door een computer die bedraad aan het smartboard en de beamer vast zit. Bij de meeste borden en beamers is dat nog een VGA aansluiting. Dat zegt je misschien niets, maar ik heb nu het idee dat het anders kan en anders moet. Gewoon via HDMI.

Ik ben van plan om de smartboarden in de groepen vijf tot en met acht te vervangen door televisies, die heb je in allerlei maten en soorten en de groepen één tot en met vier te voorzien van touchscreens, omdat die groepen vaak gebruik maken van de interactieve mogelijkheden. Een touchscreen of een televisie zijn minder gevoelig voor invallend licht, het beeld is stabiel en scherp; je hoeft er in ieder geval geen beamer op af te stellen.
Leerkrachten kunnen dan gebruik maken van een tablet of hybride computer, waarmee ze mobiel zijn in hun eigen klaslokaal, omdat moderne technologieën het mogelijk maken om draadloos te projecteren.
Het zou heerlijk zijn om altijd te kunnen vertrouwen op een helder en scherp beeld, terwijl je als leerkracht niet meer vast zit aan de plaats of de bedrading van je scherm.

Dus ik ben al even bezig om te kijken welke draadloze verbindingsmogelijkheden er tegenwoordig zijn. Er zijn mogelijkheden via WIFI, maar dat is vrij omslachtig. Tegenwoordig kun je je computerscherm streamen via een apparaatje. Of je nu op internet zit of niet. Apple kent de zogenaamde Apple-TV, maar dat is natuurlijk alleen voor Apple en daar hangt, zoals verwacht, ook een flink prijskaartje aan. Leuk als je voor Apple kiest, maar ik ben nogal een voorstander van Windows en daarmee werkt het niet. Google presenteerde deze zomer de tweede versie van hun Chromecast. Dat doet hetzelfde, maar is vooral snel en betrouwbaar als je met Android werkt. De Chromecast werkt ook met Windows, maar met een onacceptabele vertraging.

Wat ik niet wist is dat er vanaf Windows acht ondersteuning is voor Miracast. Miracast is van Microsoft zelf en werkt vrij soepel. Ietsje vertraging, maar niet vervelend. Het heeft een gegarandeerd bereik van zeven meter en dat lijkt me meer dan voldoende voor een klaslokaal. Het doet gewoon wat het moet doen: je computerscherm streamen naar een televisie, waarbij je kunt kiezen voor het dupliceren van je scherm of er een tweede bureaublad van te maken. Bijvoorbeeld alleen apps en programma’s voor je klas.

Van de week ga ik het eens proberen, dat Miracasten en ik ben benieuwd of dat hier in de huiskamer werkt en zo ja, wat het bereik is.
Je leest ervan …

 

Virtual Reality


Op 3 januari 2016, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

Virtual_realityIk had er wel eens van gehoord, Virtual Reality (VR), maar het leek me helemaal niets. In al mijn nuchterheid ging ik ervan uit dat dit me nooit boeien kon. Ik had wel al eens wat voorbeelden gezien van augmented reality, maar dan heb je nog steeds de ‘echte’ wereld in beeld en krijg je alleen toegevoegde informatie. Eigenlijk vergelijkbaar met een goede navigatie, waarbij je op verschillende punten bezienswaardigheden getipt krijgt of filevorming. Maar helemaal weg in een andere wereld, nee dat was niets voor mij. Dacht ik.

Jawel, dat dacht ik tot het moment ik eens zo’n bril paste op eerste Kerst bij mijn zoon. Geen geweldige bril, maar goed genoeg om je eens een voorstelling te maken van wat er nu allemaal kan op dit ogenblik. En er kan veel. Er zal nog veel ontwikkeld moeten worden om het echt perfect te krijgen, maar er is al een heel acceptabel begin gemaakt.

De techniek achter de VR-ervaring lijkt erg veel op het kijken naar een 3D-film met een brilletje waarvan het ene glas roodgekleurd is en het andere groen. Omdat we twee ogen hebben en die nodig zijn om een 3D-beeld te ervaren, is het zaak dat beide ogen een ander beeld binnen krijgen. Met zo’n brilletje krijg je door de kleurfiltering twee beelden. Eén voor je ene oog en één voor je andere oog. Het effect is dan dat het ‘echt’ lijkt. Bijna tastbaar, omdat je hersenen de twee beelden combineert, zoals het gewend is te doen.
Dat je twee ogen nodig hebt om diepte te zien, kun je eenvoudig uitproberen door met twee ogen de punten van twee potloden tegen elkaar te krijgen. Wanneer je hetzelfde doet met één oog dicht, dan gaat je dat amper lukken. Je ziet namelijk geen diepte.

VR-technologie werkt, heel simpel bekeken, hetzelfde. Voor je ogen worden twee beelden geprojecteerd, door een computer of door je mobiel en je krijgt diezelfde 3D-ervaring. Doordat sensoren meten hoe je je hoofd draait, draait de voorstelling mee. Driehonderdzestig graden als je dat wilt. Doordat je verder helemaal afgesloten bent van wat er om je heen gebeurt, voelt het na een tijdje werkelijk, toch zeker met een goede headset, of je echt in die andere wereld bent. En hoewel de beelden soms allemaal niet zo heel scherp zijn, is dat een vreemde, maar best wel mooie ervaring.

Er zijn spelletjes waarin je op de loop bent voor monsters en die je, wanneer je om kijkt, echt achter je aan ziet komen. Je kunt langs stranden wandelen met relaxte muziek of een ruimtereis maken. Ik heb twee apps waarbij je op de eerste rij zit bij Cirque du Soleil, waarbij je omhoog moet kijken naar de trapezewerkers, terwijl er naast je medewerkers zitten, die vriendelijk naar je lachen. En dan zijn er natuurlijk de roller-coasters, waarbij het maar heel moeilijk is om recht te blijven zitten, want staan is nagenoeg helemaal onmogelijk. Ook op het gebied van de onderwaterwereld zijn er talloze apps, waarbij de dolfijnen of de haaien rond je zwemmen en je ze bijna aan zou kunnen raken.

Op zich denk ik dat deze techniek rijp genoeg kan worden om los te komen van de gadgets en toegepast kan worden in de medische wereld of in het onderwijs. Laat je leerlingen maar eens rondlopen in de prehistorie of in de Himalaya om een indruk te krijgen waarover ze aan het leren zijn. Zelfs Google Streetview is er nu al op voorbereid, zodat je ergens kunt gaan lopen en daar ook kan gaan rondkijken.
Daarnaast zijn er apps waarbij de camera van je telefoon gewoon open is en je een beeld houdt van de omgeving waarin je bent. Het is aan jou wat je laat gebeuren in die omgeving.

Je moet het alleen niet te lang doen, vind ik, want je wordt er toch een tikkeltje duizelig van. Maar een mooie ervaring is het zeker.