Digitalisering


Op 27 maart 2016, in Internet, door Ron

digitaliseringIn onze samenleving krijgen we steeds meer te maken met het digitaliseren van processen. Vaak uit het oogpunt van gemak en efficiëntie is er steeds meer mogelijk via internet. Ik werd daar laatst nog eens aan herinnerd toen er gesproken werd over de kinderpostzegels. Al jaren kun je kinderpostzegels kopen en een deel daarvan gaat naar een goed doel. Een mooi initiatief, maar wie gebruikt er postzegels ?
Ambtshalve gebruik ik nog wel eens een postzegel, maar thuis heb ik ze niet meer liggen. Veel gaat per e-mail, online formulieren en de pdf heeft zo’n beetje de fax vervangen.

Hoewel ik geen ‘digital native’ ben, zie ik er de voordelen van en heb ik me altijd wat verder verdiept in de communicatietechnologie. Niet alleen omdat ik daar zelf het gemak van erken, maar ook om leerlingen, die daar mee opgroeien, verder te kunnen helpen in hun ontwikkeling. Ik vind dat bij je vak horen, maar jammer genoeg zien niet alle leerkrachten dat zo. Door mijn taak als bovenschools ICT-er heb ik daar aardig kijk op kunnen krijgen, bijvoorbeeld tijdens de workshops Office 365, die ik onlangs gaf. Veel oudere leerkrachten zijn niet zo vaardig als het gaat om algemeen computergebruik. Veelal wordt het uitgelegd door het feit dat ze niet zo lang meer moeten tot aan het pensioen en dat anderen dat dan maar moeten doen. De vraag is alleen is: is ICT in het onderwijs een keuze of een must ?

Ook de belastingdienst heeft zich dit jaar verkeken op de ICT-vaardigheid bij ouderen. Hoewel de meeste mensen die ik spreek daar geen enkele moeite mee hebben, kunnen er televisieprogramma’s gevuld worden met ouderen die de digitale weg wat zoek zijn geraakt of er wellicht nooit zoveel aandacht aan hebben geschonken. Maar nu, nu het om belastingaangifte gaat, hetgeen best een belangrijke handeling zou kunnen zijn, staat men voor een voldongen feit. Mensen die nooit aan de computer wilden, er ook vaak geen hebben, staan nu wat machteloos, zodat de belastingdienst genoodzaakt is om een en-en-constructie te bedenken.

Automatisering is een begrip dat eind jaren vijftig al zijn intrede deed in de industrie. Digitalisering is in de jaren tachtig dichter bij de mensen komen te staan, maar we kunnen, denk ik, stellen, dat zo rond de eeuwwisseling iedereen digitaal vaardig had kunnen zijn. Dat is een dikke vijftien jaar geleden. Mensen die nu vijfenzeventig zijn waren destijds zestig. Naar mijn idee een leeftijd waarop je nog vol in het leven staat.

Binnen onze onderwijsstichting ben ik druk bezig om te bekijken hoe we een nulmeting kunnen gaan organiseren waarbij we de ICT-competenties van leerkrachten in beeld krijgen. Dat resultaat zal dan vergeleken worden met de minimale competenties waarvan we vinden dat die voor modern onderwijs nodig zijn. Vervolgens zullen we daar scholing op maat op aanbieden, zodat iedereen kan beschikken over de basisvaardigheden voor leerkrachten. Het zal echter geen keuze zijn, maar een moeten. Net zoals jij graag geholpen wil worden door vakmensen die uitstekend op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen, bijvoorbeeld wanneer je auto naar de garage moet of wanneer je naar het ziekenhuis moet, willen we ook dat onze kinderen begeleid worden door leerkrachten, die op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.

Het is niet de vraag of je met je tijd mee wil, maar het is het gegeven dat je als leerkracht in een moderne school met je tijd mee moet.

Daarnaast is het natuurlijk heel persoonlijk hoe mensen thuis gebruik willen maken van moderne technologieën. Niemand verplicht je tot iets, maar de maatschappij verandert door met daarin heel veel mensen die niet beter weten dan dat zaken digitaal gaan, omdat ze ermee opgegroeid zijn. Jawel, die jongeren die aldoor op hun smartphone kijken en worden aangemerkt als weinig sociaal, maar die in wezen veel socialer zijn dan mensen die wars zijn van digitale vooruitgang.

 

Superklucht


Op 20 maart 2016, in Politiek, door Ron

winkelwagenDe laatste tijd word ik, beduidend meer dan anders, door mensen van buitenaf aangesproken op het grote supermarktdebacle dat zich afspeelt op ons dorp. Zou er eerst een Aldi komen, nu zijn er weer mensen die handtekeningen verzamelen voor de komst van een Lidl. Wat moet een klein dorp als Wissenkerke nu met zo’n prijsvechter en hoe komt het dat deze kwestie vorige week zelfs de landelijke radio haalde ?

Omdat ik zelf destijds in de gemeenteraad zat, weet ik dat de wens om zich een Aldi in Wissenkerke te laten vestigen geen megalomaan denkbeeld was van één of andere wethouder. Ik weet het, tegenstanders gebruiken dat argument maar al te graag, maar zo zit het niet. Eigenlijk is het hele plan terug te schrijven op de leefbaarheidsdiscussie die destijds gevoerd werd en waarbij de conclusie eigenlijk was dat, als het zo doorgaat, Wissenkerke ten dode opgeschreven was en een dorp zou worden waar je langs rijdt of dat je mondjesmaat bezoekt vanwege het gemeentehuis dat er zit.

Het dorp Wissenkerke weet als geen ander hoe het is om de ene voorziening na de andere te verliezen. Banken, slagers, bakkers, noem maar op, hielden het voor gezien omdat er in Wissenkerke geen droog brood te verdienen viel. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het verenigingsleven. Een negatieve spiraal waarbij je alleen maar zag dat er steeds minder overbleef, omdat er steeds meer verdween. Om zo’n spiraal te doorbreken moest er wat gebeuren en wanneer er zich dan de mogelijkheid voordoet dat een grote supermarkt zich in het dorp wil vestigen, dan is dat alleen maar mooi. De volledige gemeenteraad heeft zich in die tijd achter dat plan geschaard. Jawel, ondanks het feit dat er nu mensen roepen dat ze destijds ook al tegen waren, weet ik wel beter. De raad was unaniem voor.

Niet om andere ondernemers te kakken te zetten of te dwarsbomen, maar om het dorp Wissenkerke een nieuwe impuls te geven, zodat er wat meer vertier in de straat kwam. Dat meer mensen Wissenkerke zouden bezoeken en daardoor konden zien wat er nog meer in het dorp te doen was. Het plaatselijk etablissement, de slijter en zelfs de plaatselijke supermarkt zou er hun voordeel mee kunnen doen. Maar ook de patatzaak of de benzinepompen, even buiten het dorp, zouden niet onopgemerkt blijven. Zelf denk ik dat het plan kans van slagen had om de leefbaarheid op het dorp op een hoger plan te krijgen.

Niet alleen de leefbaarheid zou hiermee gediend zijn, maar ook de plaatselijke bevolking, wellicht de bevolking uit de regio, die wekelijks naar de grote stad rijdt om goedkoop boodschappen in te slaan, zou hiermee gediend zijn. Daarnaast is het ook voor de toeristen een fijn idee te kunnen winkelen bij een, voor hen bekende, super. Een plan dus dat voor veel mensen voordeel oplevert. Maar helaas werd er niet door iedereen zo over gedacht. De meesten wel hoor, maar dan is er altijd een handjevol mensen dat tegen elke verandering, dus ook deze, gaat protesteren.
Dat zijn van die mensen die je altijd hoort, wat er ook gaat veranderen, het is nooit goed of te dicht bij hen in de buurt. Die mensen die altijd dwepen met rust en ruimte. Of dat nu wel of niet ten koste gaat van de leefbaarheid zal hen een worst wezen en , en dat weet ik uit ervaring, is het feit dat er kinderen spelen en wat lawaai maken, hen ook een doorn in het oog.

Wat ik ook weet is het feit, vraag het maar eens aan ouders op school, die kinderen hebben en op elke euro moeten letten, dat de komst van een goedkope supermarkt heel erg welkom was. Maar al die mensen  die voor de komst waren, heb je eigenlijk niet gehoord. Dat was ook niet nodig, men ging ervan uit dat het plan doorging. Het enige wat je hoorde was gemopper en gezemel van mensen die amper een binding hebben met het dorp, maar er alleen maar wonen.
Zo bleek het dus mogelijk dat een handjevol tegenstanders in staat was om het hele plan te vertragen door een procedure aan te spannen bij de Raad van State. Dat ze geen gelijk hebben gekregen is heel fijn, maar dat het plan weer zoveel langer op zich liet wachten, is een vervelende bijkomstigheid.

Dit voorjaar leek het er toch echt van te komen. Veel mensen keken er naar uit, want eindelijk kon je je de reis naar Goes, toch gauw zo’n veertig kilometer heen en terug, besparen. Leek het er eindelijk van te komen dat je voor al je boodschappen het dorp niet meer hoefde te verlaten, komt er een supermarkteigenaar van een naburig dorp met een verhaal dat hij ongelijk behandeld zou zijn en in zijn kielzog twee volgzame ondernemers uit andere dorpen. Ook zij zouden ongelijk behandeld zijn. Ik zal er hier maar geen boekje over opendoen, maar als we echt alles tegen het licht zouden houden, zou het verstandig zijn dat er mensen hun mond zouden houden en niet zo hoog van de toren zouden blazen, omdat ze gefrustreerd zijn dat het winkelconcept dat eerst zo floreerde omgezet moest worden naar een veel duurder concept en klanten wegjaagt.

Dat het argument ‘leefbaarheid’ in Wissenkerke meespeelde om extra te investeren, ontgaat hen geheel. Ze voelen zich verongelijkt en ruziën als kleine kinderen die beweren dat het ene glas limonade voller is dan het andere. Of dit heeft meegespeeld in het feit dat Aldi ervan heeft afgezien om zich hier te vestigen, dat weet ik niet en een actie opzetten om een andere prijsvechter hier te krijgen is ook een leuk initiatief, maar ik heb geen idee of dat de juiste weg is. Wat wel een feit is, dat het allemaal wat laat is en dat het nooit echt duidelijk is geworden of Wissenkerke of het eiland Noord-Beveland wel zo’n zaak wilde.

Wellicht verandert er nu niets en zitten we met een braakliggend stuk grond midden in het dorp. Ach, ook daar zal wel een bestemming voor gevonden worden en kan het in de tussentijd als voer dienen voor azijnpissers die roepen dat dit het resultaat is van de dure investeringen en dat dit het geld is van de belastingbetaler en dat ze het altijd al geweten hebben en dat de wethouders zakkenvullers zijn en de politiek spelletjes speelt. Ik weet gelukkig wel beter, maar verbaas me erover dat dat handjevol mensen erin slaagt om de boel te verpesten en indirect het dorp de vernieling in helpen. Straks zullen ze zich verbazen dat er nog meer verdwenen is, dat er geen kip meer wil wonen op dit dorp en dat de school wellicht gaat verdwijnen. Wedden dat dit de schuld is van de politiek ?

Voorlopig blijft het dus rustig in Wissenkerke en mogen we ons prijzen met een supermarktje dat wel wat duurder is, maar waar, in tegenstelling tot de andere dorpen, begrippen als vriendelijkheid en service de boventoon voeren.

 

Loop station


Op 13 maart 2016, in Instrumenten, door Ron

rc-30_top_galVoor iemand die niets met muziek heeft, gaan misschien de wenkbrauwen fronzen bij het lezen van de titel van deze week. In het Nederlands is het inderdaad een raar woord, maar in het Engels zegt het wat meer. Het is een effectapparaat dat je tussen je gitaar en je versterker plugt en waarmee je eenvoudig die dingen kunt doen waarvoor je vroeger heel wat meer uit de kast moest halen. Je kunt ermee met jezelf musiceren. Heel handig wanneer je niet in een band zit, maar toch wat meer wil dan alleen wat jammen met je gitaar op de bank.

In je uppie een compleet stuk muziek opnemen heeft mij altijd gefascineerd. Al sinds de late jaren zeventig ben ik ermee bezig geweest en moest daarvoor heel inventief te werk gaan met opnameapparatuur, zoals die destijds voor handen was. Ik meen dat ik begonnen was met twee cassetterecordertjes. Eerste spoor opnemen met de ene, laten afspelen en er wat bij spelen en dat laten opnemen door de tweede. Zo kon je best wel een tijdje doorgaan, totdat de ruis die je opnam zoveel werd dat het een te grote rol ging spelen.

Later kocht ik een tapedeck, een bandrecorder met van die grote banden, waar de optie ‘sound-on-sound’ standaard op zat. Zo kon je alles met één apparaat, weliswaar in mono, maar het deed de job. Uren kon ik ermee bezig zijn. Banden speelde ik vol. Ik heb daar nog redelijk wat van liggen, omdat ik het inmiddels gedigitaliseerd heb. Maar ook bij de tapedecks was het euvel dat je er grote hoeveelheden ruis mee opnam en omdat de ruis werd overgezet naar het nieuwe spoor en er weer ruis bij kwam, omdat je opnamemogelijkheden niet erg professioneel waren, hoopte die ruis alleen maar op totdat het echt storend begon te worden.

Pas later, toen de digitalisering het toeliet, werden de opnames beter. Ik gebruikte een DVD-redorder als opnameapparaat en ripte de DVD-opname naar een digitaal bestand. Omslachtig, maar je moest wat zonder veel geld uit te even. Het werkte best goed en de opnamekwaliteit was zo gek nog niet. Daarna gebruikte ik een digitale recorder met verschillende sporen, waarmee je je muziek direct als een digitaal audiobestand kon opslaan. Een handig apparaat dat ik nu nog wel eens gebruik.

Maar als je echt zomaar even wat wilt spelen, zonder al teveel uit de kast te halen, waarmee je dus binnen vijf minuten aan de slag kunt is toch wel een loop-station. Een paar maanden geleden kocht ik een Boss RC-30, tweedehands, want ik wist niet of ik het wel leuk zou vinden. Ik kon wel al loopen op een ander apparaat, maar dat kon maar voor een minuutje of twee en deze neemt gewoon twee uur muziek op.

Wat doet het nu precies ? Je kunt er van alles op aansluiten, microfoon, synthesizer, gitaar, zeg maar alles wat je met een kabeltje verbinden kunt. Daarna laat je desgewenst de ingebouwde drums spelen en speel je ermee mee. Als dat naar je zin is tik je met je voet op de linker pedaal en dan begint het opnemen. Druk je weer dan stopt het opnemen en speelt de partij die je hebt opgenomen af. Die partij ‘loopt’, draait dus oneindig rondjes. Druk je nog een keer op dat pedaal, dan kun je een nieuwe partij opnemen die dan samen met de eerste partij later afgespeeld kan worden. Ook dat gaat ‘loopen’ en zo kan je steeds wat toevoegen. Een andere gitaar bijvoorbeeld of een mandoline of een synthesizer of, als je goed kunt zingen, zang. Je hebt twee stereosporen, waardoor je wat kunt afwisselen. Als je het een leuk stuk vindt, kun je het laten opslaan om de volgende dag verder te gaan of om het via USB in je computer te laden.

Zo eenvoudig en pakweg vijfendertig jaar geleden onvoorstelbaar.

 

 

 

Punt


Op 6 maart 2016, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

puntJa, laten we dit stukje maar eens gewoon ‘punt’ noemen. Af en toe moet je ze zetten, punten. Wanneer je dat niet doet, ben je over tien jaar nog bezig met zaken die je al jaren doet en deed. Na meer dan vijfendertig jaar te hebben gewerkt op één en dezelfde school, heb ik daar vorig jaar een punt achter gezet. Raar, maar wanneer ik het nu bekijk, is dat best een goede beslissing geweest. Soms moet je keuzes maken, niet altijd eenvoudig of makkelijk.

Vorige week heb ik weer een punt gezet. Niet omdat ik het werk niet leuk meer vond, maar omdat het nu eens tijd wordt dat anderen het overnemen. Sinds negentientweeëntachtig maak ik al deel uit van het Oranjecomite, ik sta dus nu aan de vooravond van mijn vijfendertigste dorpsfeest, en heb besloten dat er nu maar eens een punt achter gezet moest worden. Ik was dat al eerder van plan geweest, gedacht dat het tijd werd voor jonge vrijwilligers, maar omdat er geen nieuwe vrijwilligers waren, ben ik ermee doorgegaan. Let wel, nog steeds met hetzelfde enthousiasme, want festiviteiten voorbereiden met een leuke club mensen is verre van vervelend. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan.

Het was in negentientweeëntachtig dat ik samen met een collegaatje besloot om een vergadering van het Oranjecomite bij te gaan wonen, omdat de kinderspelen die zij organiseerden niet geheel zonder risico waren en een inmenging van mensen met wat meer kennis van wat kinderen nu wel en niet verantwoord kunnen doen, was hoognodig. En zo blijf je  plakken hè. Toen de penningmeester opstapte, nam ik dat over en toen de voorzitter overleed, moest er toch iemand voorzitter worden, zodat je door de jaren heen niet alleen in het Oranjecomite zat, maar het ook nog zo’n beetje was.

Later hebben we onze activiteiten uitgebreid. Toen het Sinterklaasfeest op het dorp dreigde te verdwijnen, hebben we dat opgepakt. Gelukkig draait het nu weer goed en is het in handen van andere vrijwilligers. We hebben de Fright Night toegevoegd aan ons repertoire, die we onlangs ook alweer voor de achtste keer organiseerden. Nog wat later hebben we besloten dat het toch wel leuk zou zijn dat er jaarlijks weer een lampionnenoptocht door het dorp zou trekken. Ook die hebben we onlangs weer voor de vierde keer gelopen.
Zomaar wat van die kleine dingen die het dorp weer wat leefbaarder maken, met saamhorigheid als bijkomend effect. Niet alleen de activiteiten zijn  leuk, maar ook de voorbereidingen. Aan figuranten en vrijwilligers heb je dan vaak geen gebrek.

Totdat het gaat over zitting hebben in het Oranjecomite, dan is men wat terughoudend. Vergaderen is toch wat anders dan doen, tenminste, zo wordt het al vaak in de beleving voorgesteld. Op dit ogenblik zijn we met zijn vijven, dat is een mooi en werkbaar aantal. Daarnaast blijkt er nu toch wel wat animo te zijn om zitting te willen gaan nemen in het comité zelf. Tijd dus voor mij om plaatst te maken.

Ook dat zal in de toekomst raar zijn, maar het schept weer andere mogelijkheden, Zo zou ik met mijn kleinzoon eens een keertje mee kunnen doen met Koningsdag of kan ik na al die tijd weer eens op vakantie in de Meivakantie.

Maar de vergaderingen ga ik ongetwijfeld erg missen, die waren altijd erg gezellig.