Spaans


Op 26 juni 2016, in Instrumenten, door Ron

timthumbIn die gitarenverzameling van mij, het zijn er stiekemweg heel wat, tel ik drie Spaanse gitaren. Gitaren die zich voornamelijk onderscheiden door een wat bredere hals, nylon snaren en een wat warmere klank. Eén ervan is één van mijn eerste gitaren. Hoewel ik veel van mijn eerste gitaren heb weggegeven, is dit de enige die ik heb gehouden. Ze moet ondertussen zo’n jaar of veertig oud zijn. Een gitaar van het merk Asco, ik heb het nog eens gegoogled, maar daarover is niet meer te vinden dan dat het waarschijnlijk een Japans bedrijf is dat haar klassieke gitaren in Spanje liet bouwen. Hoewel de gitaar lekker speelt, was het destijds een goedkoop dingetje, rond de tweehonderd gulden (destijds), maar viel op door haar blanke uitvoering. Een blank houten gitaar zag je destijds niet zoveel.
Zoals elke gitarist pak ik graag zo af en toe eens een Spaanse gitaar. Door de bredere hals wordt je weer eens gedwongen wat nauwkeuriger te spelen en het geluid past heerlijk bij een zwoele zomeravond of een gezellig snorrende kachel.

 

ESP_LTD_ClassicalPas twee jaar geleden kocht ik mijn tweede Spaanse gitaar. Een zwarte van het merk ESP Ltd met ingebouwde tuner en voorzien van een zogenaamde thin body. De gitaar kun je aansluiten op een versterker en dat is maar goed ook, want een thin body (een dunne klankkast) geeft van zichzelf niet zo heel veel volume. De ESP speelt heerlijk en door het zwakkere volume niet zo opvallend wanneer je besluit in de tuin wat te studeren of te oefenen.
Wanneer je de gitaar versterkt krijg je echter niet het mooie warme geluid dat je van een Spaanse gitaar verwachten mag, het blijft wat vlak en scherp. Door er wat reverb aan toe te voegen krijg je wel een hele mooie sound, maar niet het typische klassieke geluid.
De gitaar is overigens prachtig om te zien en laat zich makkelijk pakken wanneer er even een melodietje door je hoofd schiet.

 

MSCC14OV_2MARTINEZDaarna ben ik altijd wel op zoek gebleven naar een goede klassieke gitaar, maar het geluid van die magere klankkasten (geen idee wie dat heeft uitgevonden) bleef teleurstellend. Totdat ik twee maanden geleden een Martinez gitaar ontdekte die met dezelfde magere klankkast wel een mooi geluid produceerde. Niet goedkoop, voor een goede Martinez betaal je nu eenmaal best wel wat, je krijgt er dan ook een koffer bij, maar wat een mooi geluid.

De Martinez is van het type MSCC14-OV, waarbij de OV staat voor de gebruikte houtsoort. In dit geval het donkere Ovankol en komt van een boom die groeit in Afrika. De klankkast is dun en heeft een klankgat, meer een spleet eigenlijk, onder het einde van de hals. Daarnaast zit er nog een klankgat, dat zie je niet op de foto hiernaast, aan de bovenzijde, tussen de tuner en de hals. Ik geloof dat hiermee het verschil gemaakt wordt, want de klank is zoveel mooier dan de ESP en laat zich bovendien goed versterken.
De andere gitaren zijn nu niet direct minder hoor, want elke gelegenheid vraagt soms om een ander geluid en elke gitaar heeft nu eenmaal haar eigen typische geluid.

Maar op dit ogenblik pak ik de Martinez wat vaker dan de andere …

 

 

 

 

Juf


Op 19 juni 2016, in Ooit, door Ron

Oude_foto_HulstMeer dan gemiddeld bezocht ik de laatste dagen het ooit door mij zo geliefde Hulst. Dit had alles te maken met het ziekbed en het overlijden van mijn vader, maar daarover later wellicht meer.
Het waren lange dagen die ik doorbracht met mijn broer, zus, zwager en schoonzus, die ik eigenlijk alleen bij mijn vader zag als daar aanleiding voor was. Zoals vandaag, Vaderdag, dan was ik ze er tegengekomen. Nu waren we daar gedrieën, een setting waar ik normaal gesproken niet voor zou kiezen, maar waar de situatie om vroeg.
Eigenlijk waren het best gezellige uurtjes, waarin nogal wat oude verhalen de revue passeerden en we best wel veel gelachen hebben.
En tussen het gewaak door, ging ik af en toe even de benen strekken en voegde ik me, als ik daar zin in had, bij de verstokte rokers die in en om het verzorgingstehuis vertoefden. Een praatje gaat dan bijna vanzelf.

Zo ook op vrijdagavond toen ik met mijn zwager even de benen ging strekken. Niet dat hij rookte, ik was de enige, maar hij vond het ook best gezellig om af en toe de situatie eens te ontvluchten door een luchtje te scheppen of een gesprekje te voeren over koetjes en kalfjes. Naast de twee bankjes, die in een hoekopstelling stonden, zat een vrouw in een rolstoel met één van de benen gestrekt, omdat ze, zo bleek later, iets gebroken had tijdens een val. Ze was net over de zeventig en had haar hele leven in Hulst gewoond, zo vertelde ze in dialect. Een dialect dat ik nog goed versta, maar niet meer spreek.

Ze vroeg aan mijn zwager of hij van Hulst kwam, maar die woonde er wel al veertig jaar, maar was er niet geboren. Ik vertelde haar dat ik er wel geboren was, maar dat ik op mijn achttiende al vertrokken was om te gaan studeren. Dat ik nog wel eens in Hulst kwam, maar dat er zoveel veranderd was, vooral in het centrum. Zij bleek in het centrum te wonen en we bespraken allerlei wetenswaardigheden uit vroeger tijd. De winkels die er waren of afgebrand waren en markante personen. En ik zag dat het haar interesseerde en dat ze het leuk vond om hierover wat te kletsen.

En zo kwam ik bij de badjuffrouw, die bijna elke Hulstenaar kende. Koos heette ze. Ik vertelde dat ik die als kind al had meegemaakt, maar dat ik ze later, toen ik met leerlingen een schoolreis richting Hulst maakte, ook nog gesproken had. De vrouw in de rolstoel vertelde dat Koos dood was. Ik wist dat. Daarna vroeg ze of ik in het onderwijs zat en ik antwoordde haar dat ik dat al zevenendertig jaar doe. Zij had ook in het onderwijs gezeten. Niet zo lang, maar toch geruime tijd. Ik vroeg haar op welke school ze had lesgegeven en ze noemde mijn oude broedersschool in het centrum van Hulst. Ik zei dat ik daar als kleine jongen had gezeten, maar dat dit heel lang geleden was, in de tijd dat er alleen nog maar jongens op zaten.

Toen bleef het even stil. Toen vroeg ze me bij wie ik dan in de klas had gezeten. Ik noemde allerlei broeders op die mij te binnen schoten. Ze kende die namen ook. Daarna vertelde ik dat ik ook twee juffen had gehad. Een wat oudere in de vierde klas en de vrouw in de rolstoel noemde haar naam. En een hele jonge in de eerste klas. Toen ik de achternaam van die jonge juf noemde kreeg de vrouw in de rolstoel twinkeltjes in haar ogen en ik raadde welhaast wat ze ging zeggen.

Jawel, het was mijn juf uit de eerste klas, waarvan ik les kreeg toen ze er pas was aangesteld. Twintig was ze destijds. Ze vroeg me mijn achternaam en vulde zelf mijn voornaam aan. Ze wist het nog goed. We haalden wat herinneringen op uit die tijd, maar ik wist er niet veel meer van. En natuurlijk stond die juffrouw in mijn geheugen heel anders dan hoe ze nu was, maar als je goed keek, zag je het. Het was destijds een mooie juf en eigenlijk zag ze er nu, op haar drieënzeventigste, nog steeds goed uit.

Mijn zwager en ik hielpen haar bij het terugkeren naar de afdeling en ik gaf haar een hand bij het afscheid.
Ik vond het oprecht leuk haar, na meer dan vijftig jaar, nog eens gesproken te hebben.

 

 

Dementie


Op 12 juni 2016, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

DementieVorige week zondag bezocht ik mijn vader. Vierentachtig is hij en het wordt voor hem aldoor lastiger om zich dingen te herinneren. Volgens mijn zus en broer, die beiden wat dichter in de buurt wonen en beiden een aan de medische wetenschap gerelateerd beroep hebben, is het een onomkeerbaar proces. Hetgeen niets anders betekent dan dat het niet meer goed komt. Vasculaire dementie heeft hart- en vaatproblemen als basis en doordat het hartfalen van mijn vader steeds wat erger wordt, gaat hij ook steeds verder achteruit.

‘Hé pa, hoe is het ? Maak ik je wakker ?’, vraag ik hem nadat ik mezelf heb binnengelaten, omdat er niemand op de deurbel reageerde. Zoals gewoonlijk klinkt er luide klassieke muziek en aan zijn haar zie ik dat hij juist is wakker geworden uit een kort middagdutje. Hij loopt niet meer, hij schuifelt wat krom voorover gebogen. Zoals altijd schudt hij mij hartelijk de hand. ‘Wat een verrassing ! Ga zitten joh, dan zet ik koffie voor je’.
Vanaf mijn stoel zie ik hem schuifelen door zijn keukentje en merk dat het eenvoudige proces van koffiezetten voor hem iets is geworden als een schematisch gebeuren. Eerst dit, dan dat en daarna dat. ‘Kan ik ergens mee helpen ?’ ‘Nee joh, koffiezetten lukt me nog goed’. En telkens zie ik hem de denkstappen herhalen. Koffie in het filter, water in het reservoir en dan kan hij aan.

Mijn vader is altijd een vitale man geweest en is zich ervan bewust dat het allemaal wat minder wordt, maar houdt zich in het begin altijd groot. Op een niets-aan-de-hand manier wuift hij alle zorgen weg. Tot straks, wanneer hij aan de tafel komt zitten. Dan lijkt hij ergens te landen en dan komt de werkelijke aap uit de mouw.
‘Als ik wakker wordt, dan weet ik niet meer welke dag het is.’ ‘Dat is toch niet zo erg pa, dan kijk je toch gewoon op je computer. Trouwens wie zit ermee dat jij de dag niet meer weet ?’ ‘Ik’,  antwoordt hij resoluut, ‘als ik wakker wordt en ik kijk naar buiten herken ik de straat niet meer. Ik weet niet meer waar ik ben. Later komt dat dan wel weer, maar in het begin weet ik het niet. Ik weet ook niet meer hoe laat het is, want mijn horloge loopt niet meer gelijk. Ik weet trouwens niet eens meer waar dat ding is.’ ‘Je hebt hem gewoon om pa.’ Hij stroopt zijn mouw op en zegt: ‘Verdomd, ik heb hem om, maar ik heb er niets meer aan.’ Ik zie dat hij hem verkeerd om draagt, maar besluit er maar niets van te zeggen en geef voor de vijfde keer antwoord op de vraag van hem hoe het met me gaat.

Zoals gewoonlijk praat ik met hem over hoe de dingen vroeger waren. Dit keer over een mannetje die we samen bezochten op een camping in de buurt van Axel. Ik was er juist langsgereden en vroeg me af wie dat ook al weer was en wat we daar gingen doen. Gek genoeg komt mijn vader direct met een naam van die man, de reden van ons bezoek en de eigenaardigheid van de vrouw van die man. ‘Ze vertelde dat ze een derde oog had. Weet je dat nog Ron ? Ze kon daarmee dingen zien, die wij niet konden zien. Het zat op haar rug, vertelde ze’, en hij lag weer in een deuk van het lachen. En dat was ook zo, ik herinnerde me het weer, die vrouw was inderdaad een soort van helderziende. ‘Zie je wel pa, dat het met je geheugen wel meevalt.’ Hij beaamt dat. ‘Dat soort dingen weet ik nog wel, maar vraag me niet welke dag het is of hoe laat het is. Trouwens, mijn horloge is stuk, het loopt verkeerd. Daar heb ik dus niets meer aan. Waar is dat ding eigenlijk ?’

Woensdagmorgen werd ik al vroeg gebeld door mijn zus. Mijn vader was niet meer aanspreekbaar, was blauw aangelopen en zat als een vaatdoek in de bank. Hij had het benauwd, hetgeen te maken zou hebben met een vochtprobleem. Hij zou, voor eigen bestwil, uit zijn appartementje overgeplaatst worden naar de seniorenkliniek die daar in het verzorgingstehuis gehuisvest zat. Ik had haar gevraagd me op de hoogte te houden. Later die dag knapte hij weer op, maar een terugkeer naar zijn eigen stekkie lijkt er niet meer in te zitten.

Vrijdag, aan het einde van de middag werd ik gebed door mijn schoonbroer met de mededeling dat, wanneer ik mijn vader nog in levende lijve zou willen zien, ik niet te lang meer moest wachten, want het ging erg slecht. Hij lag aan de zuurstof en had morfine en dormicum gekregen vanwege de paniek die hij had  tijdens aanvallen van benauwdheid.
Natuurlijk ben ik als een speer vertrokken en trof in dat kleine kamertje daar in die seniorenkliniek mijn zus en mijn broer aan het bed van een bleek hoopje mens, die niet meer bij kennis was. De vooruitzichten waren niet best, dat zag ik ook wel, maar besefte me tegelijk dat je van een man die onder invloed van rustgevende en pijnstillende medicijnen geen wonderen kon verwachten.
In een apart kamertje spraken we gedrieën door wat en wanneer wijsheid was. Mijn vader wilde immers niet meer dat er nog allerlei trucen werden uitgehaald om hem in leven te houden. Ik zei dat we het gewoon maar af moesten wachten en moesten voorkomen dat hij niets te lijden had. Mijn broer vond dat we er ook praktisch naar konden kijken en het heengaan zelf konden reguleren.
Ik heb verder niets gezegd, alleen maar gedacht.

Ik zei dat ze best konden vertrekken. Ik zou er wel bijblijven die avond. Mijn zus moest nog eten, want die had het er druk mee gehad, en ik eet wel als ik thuiskom. Ik zit daar niet zo mee, wanneer dat middernacht wordt. Ook had ik toegezegd dat ik de volgende dag weer zou komen en wanneer het moeilijk te plannen is, ik ook op maandag en woensdag ruimte had. Wanneer er echt nood aan de man was, zegde ik toe direct te komen, maar dat men er rekening mee moest houden dat het iets meer dan een uur duurt voordat ik er ben. Ik heb de verdere avond naast mijn vader gezeten. Ik keek wat TV, riep af en toe een verpleegster om mijn vader recht te leggen en sprak wat met mijn neef, een zoon van mijn broer, die later op de avond ook even aanwipte.

En het werd kalm op dat kamertje, rustig. Hoewel ik niets weet van medische dingen, gaf mij dat wel een goed gevoel. Toen mijn zus rond half elf arriveerde, vertrok ik naar huis en zei dat ik dacht dat het voorlopig wel zou gaan.

Gisteren vertrok ik weer naar Hulst. Ik had beloofd er rond twee uur ‘s middags te zijn en in de auto had ik al zitten bedenken wat ik allemaal kon doen. Een halve dag kijken naar een man die alleen maar ademt en borrelt vanbinnen is geen fijn vooruitzicht. Eenmaal aangekomen ging ik naar zijn kamertje op de seniorenkliniek en zag dat zijn deur openstond. Voorzichtig keek ik om het hoekje. ‘Hé Ron, leuk dat je me op komt zoeken !’ Mijn vader zat aangekleed en wel voor het raam met een krantje voor zijn neus. Hij had weer wat kleur op zijn gezicht en vertelde dat hij zojuist een ijsje had gegeten en een biertje had gekregen.

En we kletsten over wat er gebeurd was en ik vertelde hem dat ik er gisteren ook was en dat één van zijn kleinkinderen me een poosje gezelschap had gehouden. Maar we kletsten vooral over de betrekkelijkheid van dingen en dat hij er eigenlijk niet meer op moet hopen dat hij van dat kleine kamertje nog terugging naar zijn eigen woning. Hij was er vrij gelaten onder. Hij zou wel afwachten wat er ging gebeuren.

Al vrij vroeg vertrok ik weet terug naar huis, het ging immers (nu) goed met hem. Toch besefte ik me, dat ik, lopend naar de auto en terugzwaaiend naar mijn vader die daar in zijn zetel voor het raam zat, de volgende keer wellicht iets heel anders zou kunnen aantreffen. Het heeft er alle schijn van dat zijn dagen geteld zijn. Er is één troost, hij vindt het niet erg, omdat de zin in leven hem geheel ontbreekt.

 

Kinderpiano


Op 5 juni 2016, in Dagelijkse beslommeringen, door Ron

kinderpiano

Gisteren was mijn kleinzoon jarig. Drie jaar en het is al een hele vent aan het worden. Hij heeft humor en is daarnaast behoorlijk eigenwijs. Ach, waar ken ik dat toch van. Maar goed, iets dat hij totaal niet leuk vindt, laat hij dus stelselmatig links liggen. Een cadeautje kopen voor zo’n eigenzinnig klein mannetje is dus best een opgave. Ik kocht een keer een t-shirt voor hem met een aap erop, omdat hij aapjes erg leuk vindt. Jawel, hij vindt aapjes erg leuk, maar niet op een t-shirt. Daar gaat hij echt niet mee lopen en is er met geen macht in te krijgen.
Wel is hij weg van alles wat met ‘Cars’ te maken heeft en kent al de namen van de verschillende auto’s, maar ik vind het zelf niets om dat marchandise-spul te kopen, omdat de helft daarvan goedkope rommel is. Eigenlijk is het zo, dat ik het cadeautje wat ik koop ook zelf leuk moet vinden. het moet oké zijn en op één of andere manier waardevol.

Een paar weken geleden had de kleine Oliver eindelijk door dat hij met de trappers van zijn driewieler het fietsje in beweging kon krijgen. Hij had al wel een stoere loopfiets waarmee hij de buurt onveilig maakte, maar daarbij hoefde hij niet te trappen. Gewoon een sprintje trekken en de voetjes omhoog. Nu hij doorkreeg hoe het trappen werkte, leek het me het goede moment voor een heuse trapfiets, Ik had dit plan al met mijn zoon besproken, maar die vond het leuk om zelf dat cadeau te kopen. En dat kan ik me ook voorstellen hoor.

Restte mij niets anders dan toch maar de stoute schoenen aan te trekken en te zoeken, zoals ik al langer van plan was, in het wereldje van de muziek. De vraag is dan alleen: wat. Er is legio aan kindermuziekspeelgoed. Van xylofoontjes tot aan fluiten en harmonicaatjes. Of wat te denken van een pianootje ? Je kent ze wel, van die tingel-tangel-dingetjes, waarbij geluid maken prevaleert boven zuiverheid. Dat is even leuk om op te rammelen, maar is verre van een uitdaging. En als het kind het al leuk vindt, dan is het al vrij snel voor de ouders een ramp voor het oor.

Dus ga je, tenminste ik dan, op zoek naar kwaliteit en iets dat toch geschikt is voor kinderen van die leeftijd. Dan laat je de speelgoedwinkel even voor wat die is, dan ban je de Cars-plaatjes even uit het wensenlijstje en ga je op zoek naar iets waarmee een peuter ook op latere leeftijd nog plezier kan hebben. Ik denk dat ik in mijn zoektocht best goed geslaagd ben. Niet in de speelgoedwinkel, maar in de muziekwinkel. Ik wilde een zwarte, maar kocht een witte, omdat daarvan de levertijd precies op vier juni zou zijn. Schijnbaar zijn die apparaatjes erg populair.

Het is toch een pianootje geworden, maar niet zomaar eentje. Het werd een echte Korg, een zogenaamde tinypiano. Met minitoetsjes die aanslaggevoelig zijn en waarin vijfentwintig verschillende geluiden zitten. Van piano tot fluit of strijkers. Om in slaap te komen heeft het apparaat vijftig rustgevende melodietjes aan boord. De kleine jarige was er blij mee, want, zo bleek, speelde hij wel eens bij een oude opa op een echte piano. En nu had hij zijn eigen ‘echte’ piano. Ook vader en moeder waren er erg mee in hun sas.

En ik ? Ik vond het alleen maar leuk, maar hoop natuurlijk, ergens ver in de toekomst, dat het aanzet tot meer en dat het de liefde voor het maken van muziek aanwakkert, zodat hij ooit eens samen met zijn opa een stukje spelen kan.